OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



donderdag 12 februari 2015
hergebruik spolia libanon middeleeuwen | kruisvaarderskunst romeinen 

zuilen tegen ondergraven



 

Voor ze kwamen werd de plek al vele millennialang bewoond. De oppergod van het Phoenicische pantheon zelf zou de stad Byblos (nu: Jbeil, Libanese kust) hebben gesticht. De kruisvaarders kwamen in het begin van de twaalfde eeuw, noemden de stad Giblet en bouwden een fort op de plek waar voor hen de Fatimiden in de negende eeuw hun versterking hadden. Het centrale, rechthoekige donjon werd omgeven met een open hof en dikke muren met vijf torens. Bij de bouw werden veel Romeinse zuilen hergebruikt.

Het bouwmateriaal lag overal voor handen, dus het hergebruik was makkelijk (zoals in Zippori). Maar hier dienden de zuilen ook een militair doel. In de diverse militaire acties en oorlogen in deze kruisvaardersperiode werd menig fortmuur ondergraven.
Een Arabische ooggetuige meldde in begin twaalfde eeuw bij de bestorming van een Frankische burcht: "Ik betrad de onderaardse gang. Ik zag hoe knap deze was aangelegd. Tegen de wanden van de gang waren telkens twee stutten geplaatst, waarop een dwarsbalk lag die moest verhinderen dat het plafond naar beneden kwam".

Na het gegraaf werd hout in de gang opgestapeld en in brand gestoken en "het eerste effect dat het vuur had, was dat het kalkpleister tussen de stenen uit begon te vallen. Toen ontstond er een scheur, deze werd wijder en de toren stortte in ...". Om dat instorten tegen te gaan legden de Franken tijdens de bouw van dit Giblet-fort Romeinse zuilen horizontaal in de dikte van de hele muur.

beeld & woord © conens & van wiechen