OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



donderdag 24 september 2015
romeinen pelgrims & reizigers griekenland goden vuurtoren 

de kleermaker & de keizer



Romeins beeld bij Porto Rafti (Griekenland)

 

Onderzoek naar Romeinse vuurtorens bracht ons dwars door het Romeinse rijk, van Dover  en het Spaanse La Coruna tot Side aan de zuid-Turkse kust. Soms waren er nog resten te zien, soms konden we met de beste wil van de wereld in de gevonden stenen geen vuurtoren herkennen. Dat laatste was het geval in Porto Rafti. Deze stad ligt ten zuidoosten van Athene en was Athene's haven als slecht weer of de politieke situatie het gebruik van Piraeus onmogelijk maakte. In de natuurlijke haven van Porto Rafti liggen drie eilandjes.

 

In 1395 ontscheepte de Italiaanse Jeruzalem-pelgrim Niccolò zich in Porto Rafti vanwege het slechte weer en hij reisde over land naar Athene. Ondanks de hevige regens had hij blijkbaar toch de eilandjes bij Porto Rafti gezien én de verhalen van de bewoners gehoord, want zijn in het Latijn geschreven pelgrimsverslag meldt het volgende, locale verhaal. Eens achtervolgde een man met oneerbare bedoelingen een maagdje. Zij rende weg, maar vreesde uiteindelijk toch in handen van deze liederlijke bruut te vallen en smeekte God dat ze beiden beelden zou worden. En dat gebeurde. Deze twee beelden "stonden op een berg niet ver van de haven", aldus pelgrim Niccolò.

Dit is voor zover we weten de eerste melding van beelden op een berg bij of in de haven van Porto Rafti. In de zestiende eeuw werd één standbeeld summier beschreven: het beeld was duidelijk van veraf te zien én de zittende figuur had een schaar in de hand. Eind zeventiende eeuw bezocht een Engelse reiziger Porto Rafti en vertelde dat het beeld op het grootste eilandje de haven zijn naam had gegeven. Het was een kolossaal, marmeren beeld van een kleermaker (schaar!), raphtis in het Grieks.

Achttiende-eeuwse beschrijvingen geven nog meer informatie. Het  beeld was van een zekere Raffti, bediende van koning Apollo. De koning was hem zo dankbaar voor zijn trouw, dat hij een beeld van Raffti liet plaatsen op het eilandje. Maar niet zomaar een beeld. De locale bevolking vertelde dat het beeld overdag een baken was en dat er 's nachts een vuur brandde op het beeldenhoofd. Kortom, een vuurbaak-beeld! Nee, zo schreven anderen, het was geen beeld van Raffti, maar van Neptunus of van een Atheense held of van een Romeinse keizer ..... Overigens stond er op een kleiner eilandje een tweede beeld: Raffti's vrouw of de kleermakersdochter: Raftopoula (zo heet het eilandje nog steeds, maar het beeld is voorgoed verdwenen).

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw bogen archeologen zich over het marmeren beeld op de top van het ongeveer 90m hoge, conische eilandje Rafti(s) en werd ter plekke onderzoek gedaan. Het hoofdloze beeld had ook geen armen en benen meer. Alleen een plooirijk gewaad was zichtbaar. Over de sekse van het beeld heerste grote twijfel. Was het beeld een man of een vrouw? Waren er wel of geen borsten te zien? Had het beeld een mannen- of een vrouwenbuik? Had het beeld wel of geen sandalen gedragen? Maar één ding kwam wel naar voren: het beeld deed ooit dienst als vuurtoren en op het beeldenhoofd brandde een olielamp. Het beeld zou een vrouwelijke personificatie of godin voorstellen. In ieder geval een vrouw met een muurkroon, zoals op dit beeld van de stadsgodin van Antiochia. En die muurkroon zou uitstekend kunnen dienen als olielamp-houder! En de korenaren die zo'n personificatie gewoonlijk vasthield? Die werden aangezien voor 'schaar' in de zestiende eeuw en dat leidde naar het misverstand dat het een kleermaker zou zijn die op het eilandje stond.....

 

Tja. We lazen de artikelen en stelden ons een prachtig wit marmeren, meer dan levensgroot beeld voor met op het hoofd een grote olielamp. We zagen de gemorste olie al langs het marmeren gezicht druipen en het was ons een raadsel hoe die lamp in regen, storm en wind bleef branden. Dus tijdens onze volgende Griekenland-reis planden we een bezoek aan het eiland Rafti(s). Op een prachtige januari-dag namen we in Athene de bus en stapten ruim een uur later uit in een uitgestorven Porto Rafti. Helemaal uitgestorven? Dat niet. Op het strand vond de visafslag plaats: één visser, enkele houten kratten met (inkt)vis en drie, keurig geklede dames die de vis kochten. Een vette poes ging er met de laatste visresten vandoor. Toen hij zijn vangst van die dag had verkocht, had de visser tijd voor ons. Hij wilde ons wel naar het grootste eiland varen. Na het mediterrane afdingen kwamen we uit op een voor ons alle drie prettig vaarbedrag. Van het strand roeide de visser ons in een klein roeibootje naar zijn vissersschuit die na een kwartiertje voor anker ging bij Rafti. Prachtig zicht, blauwe lucht, geur van vis, geronk van een oude diesel, heerlijk!

Toen we aan land stapten van het conische eilandje, tuitten onze oren van de raadgevingen van de visser. Hij had gelijk. De klim naar boven was moeilijk. Het pad was slipperglad en ook de "been-breek-gaten", waar hij ons vooral voor waarschuwde, kwamen we overal tegen. Het was januari, maar het eiland was groen en vol gele en lichtpaarse bloemen. Op de top was het uitzicht fantastisch. En het beeld?

Was het een zittende vrouw of man? We weten het nog steeds niet, maar één ding werd ons wel duidelijk: een vuurbaak-beeld kan het niet geweest zijn. Het hoge eilandje met een zo specifieke vorm was op zich al een baken.

Was het meer dan levensgrote beeld (van een keizer?) misschien opgericht op dit eilandje met de bedoeling dat iedereen het kon zien en bewonderen? Als er op dit eilandje ooit behoefte was geweest aan een vuurtoren, dan had men ongetwijfeld de voorkeur gegeven aan een vuurbaak met een functionele vorm. Een gebouw(tje) waarin het vuur makkelijk tegen weersinvloeden beschermd en op eenvoudige wijze verzorgd kon worden.

We glibberden weer voorzichtig naar beneden. De schipper had de wachttijd benut om een grote inktvis mals te slaan. Hij zette ons af op het strand, waar een klein restaurantje nog open was. Een heerlijke maaltijd: gefrituurde (inkt)visjes met vers sesambrood. We brachten een rijkelijke retsina-toast uit op de marmeren Romeinse onbekende van het kleermakers-eilandje!

beeld & tekst © conens & van wiechen drs A. van Wiechen