OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



donderdag 14 mei 2015
israël & palestijnse geb | jeruzalem middeleeuwen pelgrims & reizigers 

de grote ronde hemelvaartkerk



Arculf, die rond 680 in Jeruzalem was, vertelde dat de hemelvaartkerk in Jeruzalem groot en rond was. Zijn beschrijving is hier en daar té vaag om de kerk in detail te reconstrueren.  Maar duidelijk is wel dat de kerk bestond uit drie concentrische zuilenrijen met een dak, maar het centrum van de kerk was open naar de hemel. Daar in het midden – omgeven door een bronzen hekwerk – waren de laatste voetafdrukken van Jezus in het stof te zien. Het verhaal ging – zo ging Arculf verder – dat toen men ook dat midden-gedeelte wilde plaveien de stenen als vanzelf wegsprongen. Ook was het wonderbaarlijk dat ondanks het feit dat pelgrims steeds een beetje stof en aarde meenemen als souvenir, de onverwoestbare Jezus-voetstappen precies hetzelfde blijven! In het westen van de kerk waren bovenin acht vensters, waarin enorme sterke lampen hingen die zelfs in de stad Jeruzalem te zien waren. In het zuiden was de kerkingang. In de plattegrond van Arculf (afb. rechts) zijn de ingang en de acht lampen duidelijk aangegeven. Tijdens opgravingen zijn inderdaad muurfragmenten gevonden. Met een beetje goede wil en een groot voorstellingsvermogen staat de huidige hemelvaartkerk (afb. links) ongeveer op het centrale – oospronkelijke open – gedeelte van Poimenia's kerk.

Verder vertelde Arculf op Adomnán's vragen hoe hemelvaartsdag daar gevierd werd: "tegen het middaguur, als de mis gelezen is, steekt er een enorme storm op en niemand kan zich in of bij de kerk staande houden. Iedereen werpt zich op de grond met het gezicht naar beneden en blijft liggen tot de storm geluwd is. ... Dat is ook de reden dat het centrum geen dak heeft. Iedereen die een dak wil bouwen merkte dat de balken werden verwoest door de storm die God stuurde".
En ..... die storm, nee hoor, is geen verzinsel, want Arculf maakte het zelf mee, zo vertelde hij.

Maar de grote en ronde kerk, die Arculf zag en waar hij die storm meemaakte, is niet meer. Wat ons nu nog rest (afb. links) dateert uit veel latere tijd.
Dat verhaal vertel ik morgen.

beeld (links) & woord © conens & van wiechen