OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



maandag 05 mei 2014
nederland griekenland dieren verhalen 

argos



In het Acropolis-museum in Athene zijn schitterende Griekse beelden te zien van goden en godinnen, van jongemeisjes (korai) en jongemannen (kouroi). In het nieuwe museum zullen deze beelden ongetwijfeld goed zichtbaar zijn opgesteld. We hopen dat ook 'onze Argos' weer een plekje heeft gekregen. Waren we in Athene, bezochten we hem altijd even, deze marmeren hond eind zesde eeuw voor Christus gebeeldhouwd, waarschijnlijk als een geschenk aan de jachtgodin Artemis. 

Voor ons is deze 2500 jaar oude, marmeren hond Argos, dé hond van Odysseus. In een van de meest ontroerende scenes van de Odyssee beschreef Homerus hoe de held na twintig jaar afwezigheid in zijn eigen paleis terugkwam. Vermomd als zwerver herkende niemand Odysseus, behalve Argos. Vóór zijn vertrek naar Troje had Odysseus zelf Argos afgericht als jachthond. Daarna was Argos een hond zonder meester, die verwaarloosd en vol luizen lag te treuren. Na twintig jaar wachten herkende hij zijn baasje, maar hij was te zwak om naar Odysseus toe te lopen. Hij kwispelde met zijn staart, spitste de oren ..... en stierf.

En elke keer als we onze marmeren Argos zien, moeten we denken de woorden van dichter Kees Stip in zijn prachtige Ballade van de honderd vrijers (1951):
"Maar dat de hond, die suf en stom
tussen het vuil lag te verzweren,
zijn baas nog mocht terug zien keren
en kwispelstaartend kreperen,
daar huil ik af en toe nog om".
En Odysseus ..... hij pinkte heimelijk ook een traantje weg, volgens Homerus!