OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



vrijdag 27 maart 2015
spanje | romeinen spanje | (kelt)iberiërs souvenirs & (reis)herinneringen renaissance duitsland 

numantia teruggevonden



 

De tweede-eeuwse geschiedschrijver Appianus baseerde zich op zijn beschrijving van de gebeurtenissen rond Numantia op ooggetuigeverslagen, die niet bewaard bleven. Latere schrijvers – zoals de christelijke schrijver Orosius († na 417) –  gebruikten op hun beurt het werk van Appianus. De middeleeuwer kende de heldhaftigheid van de Numantijnen dan ook via Orosius' geschiedwerk en dacht dat Zamora (NW-Spanje) het oude Numantia was. De bisschop aldaar noemde zich dan ook "episcopus Numantinus".
Maar in de renaissance ging men klassieke auteurs beter lezen. Toen localiseerde men Numantia in Soria. Men kwam in de buurt! Uiteraard pikten de inwoners van Zamora dat niet en 'vonden' bij toeval een (vervalste) Latijnse inscriptie die hun Numantia-claim ondersteunde. Na Appianus nog beter te hebben gelezen meende de Spaanse humanist Ambrosio de Morales (†1591) dat de keltiberische stad bij het dorp Garray gelegen moet hebben. Dat klopte!

Pas in 1853 begonnen de Spanjaarden af-en-toe op de Numantia-heuvel te graven
– men vond alleen Romeinse resten – en het belangrijkste resultaat daarvan was dat de heuvel in 1883 een Monumento Nacional werd.
De jonge Duitse historicus en archeoloog Adolf Schulten werd door Appianus' beschrijving zo gemotiveerd dat hij in 1902 naar Garray afreisde. Hij zag, kwam en wilde nog maar één ding: het Numantia-gebied archeologisch grondig onderzoeken. Met de gepubliceerde kaarten van de Spaanse opgravingen uit 1861 begon hij met zijn onderzoek op de heuvel en publiceerde zijn bevindingen in 1905. In datzelfde jaar vroeg en kreeg hij financiële ondersteunning om de echte opgravingen te beginnen.

Op 12 augustus vond Schulten onder de resten van een Romeinse muur een rode brandlaag met veel houtskool.
Dit bleek de verwoestingslaag te zijn van Keltiberisch Numantia.
De heldhaftige stad was teruggevonden!

De Spaanse pers kwam langs, een obelisk werd opgericht en deze werd op 24 augustus in het bijzijn van koning Alfonso XIII gewijd.

Vanaf dat moment namen Spanjaarden de opgravingen over, maar Schulten kon jarenlang het onderzoek voortzetten naar Scipio's zeven legerkampementen.

 

 

Schulten's verslag van zijn Numantijnse jaren is archeologisch zeer belangrijk, maar het leest ook als een avonturenroman. De hindernissen, de moeilijke landeigenaren, zijn eenvoudige slaapplaats in een ruimte boven de koeien – maar nog altijd beter dan in de plaatselijk 'herberg' –, de zoektocht naar financiële middelen, de hitte en het eentonige en slechte eten – vooral hard en oud brood! –, recalcitrante of luie arbeiders .....
Toch zou hij later zeggen dat deze jaren bij & in Numantia de gelukkigste van zijn leven waren geweest.

Struinend door het ruige landschap rond Numantia konden we er ons wel iets bij voorstellen. Ook wij werden in onze 'Numantijnse dagen' betoverd door het landschap en door de gebeurtenissen van ruim tweeduizend jaar geleden.
Zo is het ontdekken van het verleden ons het liefst: alleen in een fantastisch landschap met sprekende stenen aan onze voeten en de zon boven ons hoofd.

beeld & woord © conens & van wiechen

Ook bij de beeld-verhalen op OudWeb: Numantia.