OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



vrijdag 30 januari 2015
romeinen literatuur 

poëzie-week: de stank van een Romein(se)



Tijdens lezingen over het dagelijks leven in de Romeinse tijd gebruik ik graag de puntdichten van Martialis (40-ca.104 nC).
Zeker in de vertaling van Frans van Dooren zijn die gedichten kernachtig, plat, kritisch,
humoristisch, vilein, ondeugend, geil.
Niets menselijks was Martialis vreemd!

 

Zo dichtte hij over Bassa (mooi om de 'noodzaak' van die grootse Romeinse badgebouwen in woord te illustreren):

De lucht van drooggevallen slibmoerassen
van rotte vis in bekkens bij de zee
van Tiburs walgelijke zwavelgassen,
van geile bokken tussen bronstig vee,

...... 

van muffe schimmel en verwelkte bloesem
van mesthoop, vossehol en addernest,
van ranse smeersels uit Sabijnse droesem,
van olielampen walmend als de pest:
al deze lucht, Bassa, ruikt zwak en flauw
in vergelijking met de lucht van jou.

Wat moet dat mens gestonken hebben!
De vertaler vertaalt, maakt er een prachtig Nederlands rijmend gedicht van en geeft tegelijk het gevoel weer dat Martialis over wilde brengen.
Dat is vertalen in woord & geest! Hulde!

woord @ conens & van wiechen
vertaling @ Frans van Dooren