OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



woensdag 28 januari 2015
verhalen | ovidius romeinen literatuur goden 

poëzie-week: wraak van een godin



 

Godin Latona zwierf met haar kinderen – de tweeling Apollo & Diana – over de aarde en vroeg enkele boeren om een beetje water. "Wie kon er onbewogen blijven bij zo'n lief verzoek?" dichtte Ovidius in zijn Metamorphosen (VI.360 e.v.). Nou, de boeren "bleven doof voor haar gesmeek", bedreigden de moeder en plonzen zelf treiterend in het water. De godin hield de eer aan zichzelf. Ze nam wraak.

"Met haar handen hemelwaarts
sprak ze: 'Dan blijven jullie maar voorgoed in modder roeren!'
De wens van de godin geschiedt: ze plonzen onder water,
duiken wat vrolijk in de vijver met hun hele lichaam,
komen weer boven met hun kop, soms enkel met hun neus,
klimmen ook vaak de oever van het meer op, springen vaak weer
in 't koude water terug. Maar aldoor nog brutaalgebekt
blijven ze kijven naar elkaar en schaamteloos kwaadaardig
kwaakt onder water zelfs dat waterig gekwater door.
Hun stem is nu ook rauw, hun nek wordt dik en opgeblazen,
hun kwekkerbek wordt almaar wijder door het schelden zelf.
Dan zet hun kale kop nog uit, de hals lijkt nu verdwenen,
hun rug ziet groen, hun buik, het dikste lichaamsdeel, ziet wit,
Zo springen zij in modderplassen rond, nieuwbakken kikkers."

Ovidius liet dat gekwaak prachtig doorklinken in de gebruikte Latijnse woorden en de vertaalster M. d'Hane-Scheltema heeft dat mooi in het Nederlands kunnen overbrengen: kwaadaardig ... kwaakt... gekwater...

woord @ conens & van wiechen
vertaling @ M. d'Hane-Scheltema