OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



maandag 05 januari 2015
verhalen | ovidius romeinen italië | rome goden | saturnus goden | janus goden 

janus' munt



De dubbelhoofdige god Janus heeft een heel ondoorgrondelijk verleden. Hij is de beschermgod van poorten, deuren en doorgangen, hij werd gezien als poortwachter van de godenhemel (vergelijk de middeleeuwse Petrus!) en hij werd vaak als eerste god in de gebeden aangeroepen. Maar waar kwam hij vandaan? De Romeinen aan het begin van onze jaartelling tastten ook al in het duister, maar zij stoften oude riten af en bedachten daar een mooi verhaal omheen, zoals we morgen zullen lezen.

De Romeinse encyclopedist Plinius meldde ons dat in de Janus-tempel in Rome een stokoud, meer dan levensgroot bronzen beeld stond, een van de oudste van Rome. Misschien dateerde dat beeld wel uit de zesde eeuw vC. Maar hoe zag dat beeld eruit? Het heeft ruim duizend jaar in Rome gestaan om daarna in de mist van de geschiedenis te verdwijnen.

De oudste afbeelding van de dubbelhoofdige Janus komt voor op bronzen munten uit de derde en tweede eeuw vC. De beide goddelijke hoofden hebben grote ogen en dat moet ook wel, want Janus was dé waakzame deurbewaker. De achterzijde van de munt toont een scheepsvoorsteven. Toen Ovidius in zijn feesten-kalender-boek (Fasti) de god sprekend opvoerde bij de januari-feesten, vroeg de schrijver Janus waarom een schip was afgebeeld op zijn munt. De god antwoordde dat de mensen op die manier de herinnering levend hielden aan de komst van de landbouwgod Saturnus, die – uit de godenhemel verdreven – over de wereld zwierf en per schip in Latium aankwam, waar hij gastvrij werd verwelkomd. "Ik regeerde toen", aldus Janus, "op de heuvel die mijn naam kreeg: Janiculum" (nu Gianicolo). Dat waren nog eens goede oude tijden, mijmerde Janus verder. Toen goden nog op de aarde leefden en de zonden van de mensen Rechtvaardigheid nog niet hadden verjaagd. "Ik heb niets van doen met oorlog. Ik ben de bewaarder van de vrede en deuren, en dit is mijn wapen", sprak Janus in Ovidius' woorden terwijl de god zijn sleutel aan de schrijver liet zien.

beeld & woord © conens & van wiechen