OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



dinsdag 11 december 2012
turkije | hettieten egypte 

hettitische puntmuts



Toen een Egyptische beeldhouwer de Hettitische grootkoning op een reliëf in Abu Simbel (Z-Egypte) verbeeldde, gaf hij die buitenlandse vorst - die hij nog nooit gezien had - een mooie puntmuts op. Ruim 3200 jaar later zien we die puntmuts en vragen ons af: droeg de Hettitische koning daadwerkelijk zo'n hoed of is een andere verklaring mogelijk?

De Hettieten leefden in Anatolië (Turkije) en van enkele vorsten zijn daar afbeeldingen gevonden, zoals van groot-koning Tudhalija IV, die regeerde van ca. 1240 tot 1215 vC. Hij heeft 'zichzelf' laten uithakken in een openlucht rotsheiligdom bij de hoofdstad Hattusa. We zien de Hettitische vorst met een strakke kap op het hoofd omarmd door zijn eigen beschermgod Sharruma, die uiteraard iets groter is afgebeeld. De Hettitische goden werden wél afgebeeld met een punthoed op het hoofd.

Dat Sharruma een vooraanstaande godheid is, blijkt uit de grote hoeveelheid stierenhorens (kracht, potentie) op zijn hoed. Hoe meer horens op de goden¬hoed, des te hoger stond de god aangeschreven in de goddelijke hiërarchie!
Iets hiervan moet de Egyptische beeldhouwer of de ontwerper van het Egyptische reliëf  hebben meegekregen. In hun eigen belevingswereld was hun vorst - de farao - god. Dat moest dan toch ook wel gelden voor andere, buitenlandse vorsten. Dus toen de Hettitische koning moest worden verbeeld, gaven ze hem deze Hettitische goden-puntmuts die ze misschien hebben gezien op geschenken - zoals kleine ivoortjes - die tussen de twee vorstenhuizen werden uitgewisseld.