OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



zaterdag 06 oktober 2012
frankrijk heiligen middeleeuwen pelgrims & reizigers 

6 oktober ste foy van conques



Op de pelgrimswegen naar Santiago de Compostela in NW-Spanje is het tegenwoordig genieten van middeleeuwse kunst, architectuur & devotie. Een van de belangrijke bedevaartplaatsen onderweg is Conques (Z-Frankrijk). Het is goed voor te stellen dat Conques begon als plek waar kluizenaars in dit bergachtige gebied hun eenzaamheid zochten; al in de negende eeuw is er sprake van een bloeiende kloostergemeenschap. De kloosterkerk was in de elfde eeuw te klein geworden om de alsmaar groeiende stroom pelgrims te kunnen ontvangen; de bouw startte van een nieuwe kerk die we nu nog steeds kunnen bewonderen.

De pelgrims kwamen voor de heilige Fides, ofwel Sainte Foy. In een twaalfde-eeuwse pelgrimsgids lezen we dat de feestdag van "de gelukzalige maagd en martelares" op 6 oktober werd gevierd. Ongetwijfeld was het die dag extra druk in de kloosterkerk en wilde iedereen de reliekschrijn van Fides zien. Het gaat om een beeldje van de zittende heilige, waarin de relieken worden bewaard. De houten kern is bekleed met parels, edelstenen én Romeinse zegels en amuletten. Zelfs het hoofdje van Fides heeft een verleden: ooit stelde deze gouden kop een laat-Romeinse keizer voor! Maar voor de middeleeuwer was dat niet relevant; alleen de heilige en haar hulpvaardigheid waren belangrijk.
Wonderen vonden plaats. Pelgrims waren haar dankbaar, geschenken werden gegeven. Daarom konden de monniken de reliekschrijn ook laten verfraaien: er werd een kroon aan toegevoegd, Fides kreeg een troon .... en dit alles versierd met kostbare stenen...... hoe kon men meer publiciteit aan Fides geven? Door te vertellen én te schrijven over haar martelaarschap en over de wonderen die zij had bewerkstelligd. Zó ontstonden o.a. het - in het Latijn geschreven - Liber Miraculorum (Wonderenboek) en rond 1070 het Chanson de Sainte Foy. In dit chanson werd de heilige op eigentijdse wijze én in eigen taal - dus niet in het Latijn - geprezen; misschien zelfs dat de tekst bij of in de kerk werd "nagespeeld". Dit gedicht is tot nu toe het oudste dat in het Provençaals bewaard bleef en staat daarmee aan het begin van de rijke Occitaanse literatuur!