OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



dinsdag 20 januari 2015
romeinen tunesië | carthago literatuur 

overigens ben ik van mening .....



"Ceterum censeo Carthaginem esse delendam -
Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden"

Deze Latijnse woorden zou de oude Cato – na zijn bezoek aan Carthago in 153 vC –hebben uitgesproken als laatste zin bij elke redevoering die hij in de senaat hield, ongeacht het onderwerp.
Maar zijn het écht de woorden van Cato? Nee!

De Latijnse weergave is in 1821 gereconstrueerd door de Duitse historicus Franz Fiedler. De zin was door Plutarchus in het Grieks overgeleverd. Letterlijk staat in het Grieks: "ik ben van mening dat Carthago niet moet blijven bestaan".
Maar de essentie is hetzelfde.

Carthago had in de zgn. tweede Punische Oorlog (218-201 vC) van Rome verloren en moest aan Rome schatting betalen. De Romeinen zagen met lede ogen aan dat Carthago door die herstelbetalingen niet erg getroffen was. Het leek de stad economisch voor de wind te gaan en breidde zelfs het grote havencomplex uit. Reden genoeg voor zorg, vond de oude Cato. Vandaar zijn 'gevleugelde' woorden die mede zouden leiden tot de verwoesting van Carthago door de Romeinen in 146 vC.

woord © conens & van wiechen