OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



vrijdag 04 september 2015
pelgrims & reizigers romeinen syrië syrië | palmyra 

palmyra & de eerste 'toeristen'



 

Toen Palmyra eenmaal 'ontdekt' was, beschreven en verbeeld door Wood & Dawkins (1753) kwamen meer reizigers naar Palmyra. Het was een moeilijke en nog steeds gevaarlijke tocht. Een klein en armoedig dorp lag rond de Bel-tempel en dat was de enige bewoning in de omgeving.

In 1813 werd Lady Hester Stanhope hier gastvrij ontvangen. Meisjes stonden op de consoles van de zuilen en bejubelde haar als "koningin". Deze onconventionele dame zag zichzelf ongetwijfeld als de nieuwe Zenobia.

Enkele jaren later kwamen twee kapiteins van de Royal Navy langs. Als Arabieren verkleed bezochten ze Palmyra, maar waren zwaar teleurgesteld. Wood & Dawkins hadden het allemaal veel te mooi voorgesteld. Palmyra is absoluut niet de moeilijke reis waard!

In het midden van de negentiende eeuw verbleef en reisde Christina van Belgioioso, een zeer ondernemende, rijke en intelligente Italiaanse, enkele jaren in het Ottomaanse rijk. Ze heeft er een prachtig boek over geschreven en ze is een van mijn favoriete bereisde 'dames' over wie ik graag spreek. In de omgeving van Damascus ontmoette ze een groep Amerikanen. In een mooie negentiende-eeuwse Nederlandse vertaling van haar Franse reisverslag lezen we dat deze groep bestond uit "vier jonge meisjes, die tot hetgeen men in Amerika de aristocratie noemt, d.w.z. tot de rijken behoorden, die al lang in de nieuwe wereld woonden, en volop van de voordelen der fortuin genoten. Zij, die meisjes, waren aan eene dame toever­trouwd, die ik op gevaar af van haar te beleedigen, onder de klasse van kostschool-maitressen plaatsen zal; ik weet in onze oude wereld geen uitdrukking die ik hier beter gebruiken kan ... Die vier meisjes hadden ... Egypte en Syrië's woestijnen doorreisd ... [zij] hadden ... de staten van koningin Zenobia bezocht, waar de Arabieren mevrouw tot koningin van Palmyra hadden verheven, een titel, welke vóór haar alleen lady Esther Stanhope droeg, natuurlijk zonder Zenobia zelve mede te rekenen. Die krooning was door de ouders van het viertal niet voorzien, maar ... dan zie ik nog niet in, hoe eene dergelijke reis op kamelen, door vreemde landen, te midden van Arabieren gedaan, zou kunnen dienen om vier jonge vrouwen, wier bestemming naar een ander halfrond, naar eene zoo verschillende maatschappelijke omgeving en beschaving haar roept, hart en verstand te ontwikkelen, of haar behulpzaam zijn om onderdanige dochters, getrouwe echtgenooten, of verstandige moeders te worden". En zo gaat de bezorgde Christina nog even door, een verrukkelijk reisboek!

Iets later in 1857 bezocht de rijke en tegendraadse Haagse Alexandrine Tinne Palmyra, maar na Egypte vielen haar de ruïnes een beetje tegen. Dat het een gevaarlijk gebied was, werd snel duidelijk. Alexandrine's groep werd aangevallen, maar haar gewapende escorte kon de aanval afslaan.

De jonge Franse edelman & filosoof Constantine de Volney maakte vanaf eind 1782 verschillende reizen door het Ottomaanse rijk en het groot Syrische gebied. Hij schreef in een van zijn boeken (vrij vertaald): "na een wandeling van driekwartier door de ruïnes [van Palmyra], kwam ik terecht in een ommuring van een enorm gebouw, dat ooit een tempel was geweest gewijd aan de zon. Ik accepteerde de gastvrijjheid van enkele arme Arabische boeren die hun onderkomens hadden gebouwd rond deze tempel. Hier besloot ik enkele dagen te blijven, zodat ik op mijn gemak over de schoonheid van deze fantastische bouwwerken kon nadenken".
Dat nadenken leidde tot zijn verzuchting: "Wat een roem is hier verduisterd en hoeveel werk en energie is niet verloren gegaan! Zo verdwijnt het werk van de mens en zo verdwijnen naties en rijken".

Kortom: Sic transit gloria mundi.
Zó vergaat de grootheid van de wereld.

beeld & woord © conens & van wiechen

In februari 2016 geef ik een studiedag over Palmyra in het RMO te Leiden.