OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



dinsdag 25 augustus 2015
goden romeinen syrië syrië | palmyra 

zeus en baalshamin



 

De tempel die Male in Palmyra liet bouwen was volgens zijn Griekse woorden aan Zeus gewijd en volgens de inscriptie in het Palmyrees gewijd aan Baalshamin (of Baal Shamin), Durakhlun en aan Fortuna van Bene Yedi'bel. Het noemen van die verschilende namen geeft al iets aan wat Palmyra in de tweede eeuw was: een handelsstad waar verschillende stammen in harmonie woonden en waar ieder zijn eigen god of goden kon vereren. Ook hadden goden soms verschillende namen. Baalshamin was de heer van de hemel, vruchtbaarheidsgod, patroon van boeren en herders, god van het weer en de regen, bliksemslingeraar. Vandaar dat de Grieken hem min of meer identificeerden met Zeus of soms met Dionysos.

De goden van Palmyra waren gastvrij en duldden verschillende andere goden in hun tempel. Zo lezen we in de Palmyrese tekst van Male dat in deze Baalshamin-tempel godheid Durakhlun, een belangrijke god van een stam die uit de Anti-Libanon gebergte (tussen Libanon en Syrië) naar Palmyra was gekomen, en de Fortuna van een andere stam hun plek hadden gevonden.

Tijdens opgravingen vonden archeologen in de tempel een latei van een cultusnis. Baalshamin is daarop als staande adelaar afgebeeld met uitgespreide vleugels. Aan weerszijde van de god staat een adelaar met een olijftak in de bek, het symbool van de vruchtbaarheid die de god schenkt. Onder de beschermende vleugels zien we de buste van twee goden die ook belangrijk zijn voor de vruchtbaarheid: Malakbel (Zon, rechts) en Aglibol (Maan, links).

Morgen zullen we zien dat Baalshamin in Palmyra niet alleen als adelaar werd afgebeeld ...

beeld & woord © conens & van wiechen