OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



woensdag 20 februari 2013
islam | kunst & architectuur iran aardewerk 

er was eens een prins ....



Er was eens - zo vertelde Firdawsi (gestorven rond 1020) - een jonge Perzische prins Bahram Gur....

 

Als achttienjarige was hij al een onverschrokken jongeman, zó stralend "als de zon" en een goed jager. Hij had zijn leermeesters niet meer nodig en de tijd was gekomen dat hij ook "geluk bij de vrouwen" vond. Uit veertig prachtige slavinnen "elk zó stralend als de zon" koos hij twee. Ze waren elegant en zo slank als cypressen. Eén was het mooist en de ander, Azadeh, speelde prachtig harp.
Bahram Gur jaagde graag terwijl hij naar harpmuziek luisterde. En zo kwam het dat Azadeh, "haar wangen zo rood als wijn", achterop de kameel zat bij Bahram Gur; "haar naam lag altijd op zijn lippen". Toen ze enkele herten zagen, vroeg de prins haar hoe hij het dier zou raken. "Je bent een leeuw van een man en een groot strijder vecht niet tegen herten! Neem de katapult en raak een van de herten bij het oor. Op het moment dat het hert met de achterpoot krabt op de pijnlijke plek, raak dan - als je wil dat ik je het "licht" van de wereld noem -  achterpoot, oor en kop van het hert in één pijlschot!", zo sprak Azadeh.


Op het Perzische minaï-aardewerk is te zien dat het Bahram Gur gelukt is. Met één pijl raakte hij kop, oor en achterpoot van het hert. Ach, arm hert!
Het liep trouwens ook slecht af met Azadeh, dat kunt u HIER lezen.