Sprakeloos stond Pausanias voor het gigantische cultusbeeld van Zeus. Hij had al veel tempels en godenbeelden gezien, maar in Olympia, hét kloppend en atletische hart van de Griekse wereld, kon hij niet de juiste woorden vinden om te beschrijven welke indruk dit beeld in de Zeus-tempel op hem maakte. Deze tweede-eeuwse Griekse reiziger en schrijver heeft na de eerste, overweldigende confrontatie rustig de tijd genomen om het Zeus-beeld beter te bekijken. Nauwkeurig beschreef hij hoe het beeld, dat in de oudheid al als wereldwonder beschouwd werd, eruit zag.
De god, gezeten op een prachtig bewerkte troon, was in de vijfde eeuw vC door beeldhouwer Phidias gemaakt van goud en ivoor. Op zijn uitgestrekte rechterhand stond een overwinnings-figuurtje en in zijn linkerhand hield hij een lange skepter met bovenin zijn eigen vogel: de adelaar. Sandalen en mantel waren in goud uitgevoerd en ingelegd met ebbenhout, ivoor en kostbare edelstenen en overal waren figuratieve voorstellingen uit de rijke, Griekse mythologie afgebeeld. Pausanias eindigde met de anecdote dat Zeus zelf zijn tevredenheid voor Phidias' werk liet blijken door zijn bliksem te slingeren vlak vóór het beeld.

Om het imposante beeld van Zeus, waarvan geen splinter bewaard bleef, te reconstrueren zijn niet alleen Pausanias' woorden van belang. Een tijdgenoot van hem, die vaak de draak stak met voor Grieken ernstige zaken zoals bijgeloof en filosofische verhandelingen, schreef over het extroverte van dit soort kolossale goud-en-ivoor beelden. Van buiten prachtig en kunstig bewerkt, maar "als je je bukt en onder Zeus' gewaad naar het inwendige van het beeld gluurt, dan zie je alleen balken, dwarshouten, wiggen en waardeloos opvulmateriaal, om nog maar te zwijgen van de muizen- en rattenkolonies die in zo'n beeld hun hol gemaakt hebben!"
Grote goud-en-ivoor beelden waren dus niet massief. De beeldhouwer maakte van hout en andere materiaal een ruw binnenwerk en hierop werden de details aangebracht met goud, ivoor, ebbenhout, edelstenen en glas. Het vergankelijke binnen- en voor rovers aantrekkelijke buitenwerk is ook een reden dat geen van dit soort beelden uit de oudheid bewaard gebleven is.

Gelukkig noemde Pausanias de naam van de beeldhouwer. Phidias was de toonaangevende kunstenaar van zijn tijd en opzichter bij de bouw en inrichting van het Parthenon in Athene. Hij vervaardigde voor deze eerbiedwaardige tempel een kolossaal goud-en-ivoor beeld van Athena. Waarschijnlijk na dit meesterwerk, dat - zo weten wij uit betrouwbare bronnen - in 438 voor Christus werd ingewijd, voerde Phidias de opdracht voor het Zeus-beeld in Olympia uit.

De enige afbeelding van het wondermooie Zeus-beeld dateert, zoals de beschrijving van Pausanias, uit de tweede eeuw van onze jaartelling, toen het dus al ruim 500 jaar oud was ! Op munten werd het hele beeld van de zittende Zeus weergegeven of een detail van het baardige godenhoofd. Maar een munt is klein en het is de vraag hoe waarheidsgetrouw zo'n voorstelling is. Van Phidias' kunstwerken werden in de Romeinse tijd verkleinde kopieën in marmer gemaakt en kopieën van de goud-en-ivoren Athena van het Parthenon (rechts) zijn bewaard gebleven, zodat wij ons een voorstelling kunnen maken van Phidias' evenwichtige en klassieke stijl. Van het Zeus-beeld is helaas geen kopie teruggevonden of liever nóg niet teruggevonden, want archeologen blijven graven, zoeken én vinden!

Opgravingen in Olympia hebben het mogelijk gemaakt om de grootte van het Zeus-beeld te bepalen. Al vanaf 1829 werd de Zeus-tempel bloot gelegd en bestudeerd. Resten van fundamenten, vloeren, versieringen en zuiltrommels maken een nauwkeurige reconstructie van de tempel mogelijk. In de cella, de ruimte in de tempel waar het godenbeeld stond, werd zelfs de basis van het wereldwonder teruggevonden! De hoogte van de cella moet ongeveer 13 meter zijn geweest en aangezien in de oudheid al gezegd werd dat als Zeus op zou staan hij (letterlijk!) door het tempeldak zou gaan, moet het beeld wel de hele hoogte van de cella hebben gevuld; dus de zittende goud-en-ivoor Zeus was ongeveer 13 meter hoog!

Een van de goed bewaarde Griekse tempels in het Zuiditaliaanse Paestum (rechts) werd in dezelfde tijd gebouwd en lijkt qua grootte en vorm sterk op de Zeus-tempel van Olympia. Zo is ook tegenwoordig nog visueel een reconstructie mogelijk van de ambiance van dit wereldwonder!

Ook Phidias' werkplaats in Olympia is door archeologen opgegraven. Hoewel de ruimte later tot Byzantijnse kerk (rechts) werd omgebouwd, zijn gereedschap van de kunstenaar, aardewerk mallen (rechtsonder) waarmee details van glas werden gemaakt, ivoorsplinters en een persoonlijke drinkbeker met zijn naam teruggevonden (of is dit laatste een falsificatie?).

Dankzij de antieke beschrijvingen, oude munten en opgravingen kunnen wij bij benadering dit goud-en-ivoren wereldwonder reconstrueren. De stijl van Phidias is ons bekend, de grootte van het beeld, het materiaal en de versieringen ...
We kunnen de sprakeloosheid van Pausanias begrijpen en natuurlijk ook de inhaligheid van keizer Caligula, die dit beeld in Rome wilde hebben. Hij betaalde kunstenaars om in Olympia voorbereidingen te treffen het beeld te ontmantelen, maar "het beeld barstte in een zó luid buldergelach uit dat de steigers ineen stortten en de angstige kunstenaars vluchtten".

Zeus had in de oudheid het laatste woord, maar uiteindelijk is ook hij in vlammen ten onder gegaan mét de antieke wereld en geen splinter van zijn goud-en-ivoren beeld bleef bewaard.