Door een onmogelijke liefde gefrustreerd verliet Pietro della Valle in 1614 Italië om te beginnen aan wat later Grand Tour genoemd zou worden. Hij was rijk, intelligent en leergierig, maar Della Valle combineerde reislust nog met een middeleeuws reismotief: een pelgrimstocht naar het Heilige Graf in Jeruzalem. Vanuit Cairo leidde een gids hem naar de drie piramiden van Gizeh en - zo schijft Della Valle in zijn reisverslag - "ze behoren tot de wonderen van de wereld en als ik eraan toevoeg dat ik uit Italië - ja zelfs uit Rome - kom, dan weet je wat dit betekent". Zelfs voor Pietro della Valle zó gewend aan monumentale bouwwerken waren de piramiden van Gizeh overweldigend, ook al hebben ze "geen ornamenten en koepels zoals bij ons; men wilde niet iets bouwen dat het oog streelde, maar primair iets eeuwigs".
Della Valle relateerde de piramiden aan gebouwen uit zijn eigen tijd, net zo goed als de non Egeria, die tijdens haar pelgrimstocht in de vierde eeuw alles relateerde aan de bijbel, opmerkte dat dit de graanschuren van Jozef waren. 

De piramide gebouwd als belangrijkste onderdeel van een grafcomplex door farao Cheops van de vierde dynastie (rond 2550 voor Christus) is de grootste en heeft tegenwoordig een hoogte van ruim 136 meter en een bijna vierkant grondvlak met zijden van ongeveer 230 meter. De oorspronkelijke bekleding, zoals die nog wel te zien is op de bovenkant van de Mykerinos-piramide (rechts), en het topje zijn verdwenen, maar de grootsheid van de massa steen en de perfecte vormen laten niemand onberoerd.

De Romein Cestius was in de eerste eeuw voor onze jaartelling zo gegrepen door de heersende Egypte-mode dat hij zijn grafmonument in Rome (rechts) de vorm gaf van een miniatuur-piramide. Voor renaissance-kunstenaars was dit monument, dat in vergelijking met de echte piramiden veel kleiner en steiler is, een goed voorbeeld van 'een' piramide.

Toen Van Heemskerck zijn reeks over de Zeven Wereldwonderen (1572) begon met de Piramides Aegypti leken deze dan ook meer op de Romeinse kopie  en op obelisken, die hij ook in Rome zelf zag en die bedekt met hiëroglyfen als mooi voorbeeld van Egyptische bouwkunst golden. Behalve bestaande monumenten baseerde Van Heemskerck zich als kunstenaar van zijn tijd ook op beschrijvingen van klassieke auteurs. De trapsgewijze opbouw van de afgebeelde piramide is dan ook afgeleid uit Herodotus' woorden: "de piramide van Cheops werd gebouwd in verdiepingen, volgens anderen in treden of trappen".

Vorm, afmetingen en locaties van gangen en grafkamers van de piramide van Cheops zijn tegenwoordig bekend door wetenschappelijk onderzoek. Maar zoals Plinius in de eerste eeuw niet kon begrijpen hoe de piramiden werden opgericht, zo blijft het nog steeds moeilijk voorstelbaar dat jarenlang tienduizenden arbeiders bezig waren met het verslepen van ongeveer 2,3 miljoen stenen van minimaal 2 ton per stuk.
Ook in onze tijd zoekt men naar het hoe en waarom van de piramidebouw. 'Piramidioten' zijn al ruim honderd jaar bezig om verleden, heden en toekomst in de afmetingen te herkennen en aanhangers van de astronaut-goden zien liever buitenaardse wezens verantwoordelijk.

Ruim 4500 jaar staat de Grote Piramide van Cheops, vanaf het begin indrukwekkend. Misschien werd dit het best verwoord door een twaalfde-eeuwse Arabische schrijver die schreef dat op aarde alles de Tijd vreest, "maar op zijn beurt vreest de Tijd de Piramide". Dat de piramide behoorde tot de klassieke Zeven Wereldwonderen zoals ze in de klassieke oudheid geformuleerd werden, zal niemand verbazen.