In een kort gedicht noemde de Griekse dichter Antipater, die leefde in de 2e eeuw vC, de Artemis-tempel in Ephese het allermooiste Wonder van de Zeven.  Vrij vertaald dichtte hij als volgt:

Ik heb gezien Babylons' muren  - onneembaar en wagenbreed -
en ik keek naar Zeus aan de oever van de Alpheios in Olympia.
Ik bezichtigde de hangende tuinen,
ik stond oog in oog met Helios' indrukwekkende kop,
ik keek op naar de geweldige piramiden aan de Nijl en
ik zag de gigantische tombe van Mausolos.
Maar toen ik eindelijk stond voor Artemis' tempel die zich verheft tot in de wolken,
toen verbleekten al de andere wonderen.
Ik zei: Hebben Helios' ogen buiten de hoge Olympus
iets gezien wat hier op lijkt.

Hoe schitterend en wereldberoemd de Artemis-tempel (Artemision) in de oudheid ook was, in de 19e eeuw was er niets meer van over. Zelfs de exacte locatie van de tempel in of rond Ephese - aan de westkust van het huidige Turkije - was niet bekend.

De Engelse architect John Turtle Wood voelde zich geroepen het Artemision terug te vinden. Hij gebruikte zijn bescheiden kapitaaltje om een opgravingscon-cessie te bemachtigen, zijn reis in mei 1863 naar de ruïnes van Ephese te bekostigen en enkele arbeiders ter plekke in te huren. Wáár moest hij zoeken? De ligging van Ephese - of liever de ruïne van de stad - was bekend; maar wáár lag de tempel?

De enige aanwijzingen waarover Wood beschikte waren de berichten van oude schrijvers, onder wie met name Vitruvius, Strabo en Plinius van belang waren: de Artemis-tempel was gebouwd door architect Chersiphron en zijn zoon Metagenes, die nieuwe technieken moesten uitvinden om het bouwmateriaal uit de nabijgelegen steengroeve naar het moerassige, laaggelegen bouwterrein te transporteren. Men bouwde 120 jaar aan deze onbeschrijflijk mooie (Plinius) tempel met zijn 127 zuilen, waarvan 36 met reliëfs versierd! Een man stak deze gigantische tempel in 356 vC in brand om te zorgen dat zijn naam eeuwig bekend zou blijven; dat is hem gelukt, maar wij noemen hier zijn naam niet!
Direct werd met de herbouw van de tempel begonnen, Alexander de Grote (rechts) bood een financiële bijdrage aan, maar heel beleefd weigerden de trotse inwoners van Ephese dit. Ze formuleerden deze afwijzing als een compliment: "Het is niet gepast dat de ene God meebetaalt aan de tempel voor een andere God!"

Wood zocht zijn tempel dus in het laaggelegen, moerassig gebied rond de ruïne-stad Ephese. Het was een uitgestrekt gebied, dus liet hij veel proefsleuven van 3 tot 8 meter diep graven, maar steeds zonder enig resultaat. Zijn geld raakte op en in 1864 moest Wood een beroep doen op de financiële middelen van de Trustees of the British Museum in Londen. Ze wilden Wood wel ondersteunen, maar dan moest hij ook de twee Romeinse theaters van Ephese opgraven. Op die manier kon Wood tussen zijn opgravingswerk door blijven zoeken naar de locatie van het Artemision en het British Museum kon zich verrijken met in de theaters gevonden inscripties en beelden.
Het verslag van Woods jarenlange opgravingscampagnes, gepubliceerd in 1877 onder de titel Discoveries at Ephesus, laat zich lezen als een spannend avonturenverhaal. Wood kreeg problemen met de Ottomaanse bureaucratie, met Turkse roversbenden en kon maar geen goede voorman vinden. Hij verzuchtte dat hij elke nationaliteit al had ingehuurd, maar dat de meest ergerlijke en onbetrouwbare voorman een Engelsman bleek te zijn! Ook was hij beslist niet altijd blij met pottekijkers, vooral niet met Europese toeristen ..... Ze sloegen soms neuzen van beelden af en namen als souvenir marmeren handen en voeten mee! Persoonlijk kreeg Wood het ook zwaar te verduren: hij viel van zijn paard, brak zijn sleutelbeen en overleefde ternauwernood een moordaanslag. 

Uiteindelijk werden Woods inspanningen beloond op de laatste dag van het jaar 1869. In een van de proefsleuven stuitten gravers op een zeer dik fundament van marmer; dit moest wel het Artemision zijn! Bij verdere opgravingen in de eerste maanden van 1870 bleek dat deze veronderstelling juist was. Behalve gedeelten van het tempelfundament vond Wood ook brokstukken van met reliëf versierde zuiltrommels (rechts). De archeologische wereld stond op z'n kop! Een Griekse zuil met figuren? Dát paste slecht in de toenmalige voorstelling van 'een' Griekse tempel.

Wood bleef nog enige jaren actief in Ephese, maar in 1874 weigerde het British Museum definitief meer geld op tafel te leggen en Wood moest zijn opgravingen staken. Niet nadat er natuurlijk belangrijke marmeren brokstukken van het Artemision naar London waren verscheept.

Nog steeds zijn - nu Oostenrijkse - archeologen bezig met de Artemision-opgravingen, nieuwe gegevens verrijken én vergroten onze kennis over de tempel. Zo is nu vastgesteld dat de Grieken hun eerste tempel in de 8e eeuw vC bouwden op een veel ouder heiligdom, wellicht eveneens gewijd aan een vrouwelijke vruchtbaarheidsgodin. Het veelbesproken wereldwonder werd de latere tempel uit eind vierde eeuw vC, gebouwd na de brandstichting. Voor zover we nu kunnen reconstrueren was dat een Ionische tempel van ruim 70 bij 125 meter, met een dubbele rij van 21 zuilen aan de lange zijden, van acht zuilen aan de voorkant en van negen zuilen aan de achterzijde. Enkele van deze zuilen hadden trommels met figuratieve voorstellingen die door archeologen zowel aan de zuilbasis als direct onder het kapiteel gereconstrueerd worden.

Kijkend in het nabijgelegen Didyma naar de indrukwekkende resten van de Apollo-tempel, die in alle opzichten kleiner was dan de tempel in Ephese, krijgt je toch nog enigszins een idee hoe groots het wereldwonder in Ephese moet zijn geweest.

Om iets van deze oude Ephese-wereldwonder-glorie te zien moeten we nu reizen naar Londen, waar in het British Museum de mooiste stukken staan, en naar het Turkse stadje Selçuk. Daar resten ons nog slechts marmeren zuilfragmenten en staat één zuil met moeite overeind. Men wilde deze zuil met de oorspronkelijke hoogte van 18 meter reconstrueren, maar na 14 meter werd de 'moderne' reconstructie al instabiel. 

Het Artemision reikt al lang niet meer tot in de wolken!