Als je de 'klassieke' sprookjes niet kent, loop je een beetje verdwaasd door het Sprookjes-bos van de Efteling. Wat doet dat spiegeltje aan de wand of waarom heeft die wolf een kanten kapje op zijn hoofd? Zo is het ook met een middeleeuwse kerk. Als je de eeuwenoude verhalen, mythen en middeleeuwse legenden niet kent, dan zeggen al die beelden je maar weinig.
En dat niet alleen ... Als je weet welk verhaal is afgebeeld vallen leuke details eerder op en dan pas is het goed mogelijk om de creativiteit en speelse interpretatie van de kunstenaar te waarderen.

In Vézelay staat de schitterende middeleeuwse kloosterkerk Ste Madeleine. Nadat in de negende eeuw de relieken van Maria Magdalena (Maria van Magdala) in de kerk waren bijgezet, werd de kerk een belangrijk bedevaartsoord en vele duizenden pelgrims kwamen jaarlijks hier bidden. In een twaalfde-eeuws geschrift lezen we dat Vézelay ook een extra attractie had: er vonden wonderen plaats, "blinden kunnen weer zien en stommen weer spreken". Er kwamen zoveel pelgrims, van wie velen op weg waren naar Santiago de Compostela, dat de kerk te klein werd. Vanaf eind elfde eeuw begon men met de bouw van een nieuwe, grotere kerk. De bouw, zoals bij bijna alle middeleeuwse kerken, duurde generaties-lang. In 1215 werd het koor gewijd.

In het serene romaanse interieur verlicht door de ramen in het vroeg-gotische koor hebben beeldhouwers tussen 1125 en 1140 de bijna honderd (half)kapitelen versierd met blad-en-bloemmotieven, dieren en allerlei figuren met een boodschap in scenes die de verhalen uit de bijbel en de legenden aanschouwelijk maakten.

Ruim twintig kapitelen beelden een verhaal af uit het oude testament. In Genesis 27 lezen we hoe Rebekka, gehuwd met Abrahams zoon Isaak, een tweeling kreeg: de rossige harige Esau en Jakob. Esau was een echte rouwdouw en jager, terwijl Jakob een rustige 'huis'man was. Toen vader Isaak oud geworden was en zijn einde voelde naderen, wilde hij zijn oudste zoon Esau de speciale oudste-zoon-zegen geven. Eerst ging Esau op jacht om voor zijn vader een lekkere jachtschotel te bereiden, voor wat extra energie. Moeder Rebekka was op de hoogte van haar mans plannen en wilde maar één ding, nl. dat haar lievelingszoon Jakob gezegend zou worden en niet Esau. Rebekka gaf Jakob opdracht twee malse bokjes uit de kudde te halen. Ze maakte daar een smakelijke 'jacht'schotel van en zei tegen Jakob deze maaltijd haar man voor te zetten. Jakob was bang dat het bedrog uit zou komen als zijn blinde vader hem zou aanraken; immers Esau was sterk behaard en Jakob had een glad huidje. Rebekka wist raad en bedekte de onderarmen van Jakob met ruig geitevel.
Zó werd de blinde Isaak misleid en gaf hij de traditionele zegen aan zijn jongste in plaats van aan zijn oudste zoon. Teruggekomen van de jacht hoorde Esau van dit bedrog, werd witheet van woede en wilde Jakob te lijf gaan. Jakob vluchtte en pas vele jaren later verzoenden beide broers zich.

De middeleeuwse beeldhouwer van het Vézelay-kapiteel geeft prachtig weer dat de zittende Isaak's "ogen zo zwak geworden waren dat hij niet meer kon zien". De voor hem staande Jakob strekt zijn armen uit en duidelijk zijn de geite-vel-manchetten te zien. Rechts luistert moeder Rebekka gespannen toe. Aan de zijkant links keert - onder een sierlijke boom - de nog nietsvermoedende Esau met jachtbuit beladen terug.

Ongeveer vijf kapitelen beelden nieuw-testamentische verhalen uit. Met name één parabel uit het evangelie van Lucas (16) was in de Middeleeuwen erg populair en werd in Vézelay zelfs tweemaal afgebeeld. Een rijk man, altijd modieus en duur gekleed, vierde dagelijks uitbundig feest. De arme bedelaar Lazarus lag bij de ingang van het huis van de rijke man. Hij hoopte zijn honger te stillen met wat restjes van het diner. De rijke man en Lazarus stierven. Lazarus "werd door engelen weggedragen" en rust in Abrahams' schoot en de rijke man werd "hevig gekweld" in de vlammen van een akelig dodenrijk.

De voorzijde van het half-kapiteel wordt in beslag genomen door een groot bed waarop de rijke man zijn laatste adem uitblaast. Aan de voorraad-potten onder zijn bed waaraan slangen zich tegoed lijken te doen, heeft hij niets meer. Zijn zieltje - in de vorm van een klein mensje - verlaat zijn lichaam via de mond en wordt direct gegrepen door twee duiveltjes ... het is voor iedereen duidelijk waar de rijke terecht zal komen! Aan de linker kapiteel-zijkant blaast ook Lazarus zijn laatste adem uit en zijn zieltje wordt hier letterlijk door "engelen weggedragen". Aan de rechter-zijkant van het kapiteel zien we Lazarus eeuwig 'rusten' in Abrahams' schoot.
De populariteit van dit verhaal in de middeleeuwen laat zich makkelijk verklaren. Hoevelen voelden zich toen niet als die arme Lazarus?  

Ook wij kennen nu nog wel enkele heiligen die populair waren in de Middeleeuwen: de heilige Nicolaas (Sinterklaas), Christophorus (Christoffel), Valentinus (Valentijnsdag) en Martinus (Sint-Maarten). Omdat Martinus gold als de heilige die het geloof in Gallië verspreidde, werd hij vaak in Frankrijk weergegeven. Hij was de man die zijn mantel deelde met een bedelaar. Een iets minder bekende activiteit van Martinus is op een kapiteel in Vézelay afgebeeld. Jacobus de Voragine, die in de dertiende eeuw veel heiligenlevens opnieuw beschreef en wiens boek razend populair werd, vertelde het als volgt: Martinus, een vroom en bescheiden man, wilde een aan de duivel gewijde pijnboom kappen. Enkele omstanders verzetten zich er hevig tegen en daagden Martinus uit. "Wij kappen de boom en jij vangt hem dan maar eigenhandig op met de hulp van jouw God!" Martinus maakte een kruisteken en de boom viel niet op hem maar raakte wel bijna de ongelovige omstanders, die zich na het zien van dit wonder natuurlijk bekeerden.

De beeldhouwer van Vézelay laat duidelijk het verschil zien tussen de rustige Martinus die een kruisteken maakt en de omstanders, die druk doende zijn de boom om te hakken. Het lijkt wel alsof ze door middel van touwen de boom - letterlijk - met alle geweld op Martinus willen laten vallen. Op de linker zijkant van het kapiteel zijn twee mannen afgebeeld die offergaven voor de boom (?) in hun handen hebben; zij zijn té laat!  

Al kennen we alle bijbelverhalen en zijn we vertrouwd met de bekendste heiligen-legenden, ook wij staan soms voor raad-selen en worden dan aangenaam verrast door weer een voor ons nieuw verhaal.
Zó ook bij een van de volgende half-kapitelen in Vézelay .........
Drie zittende figuren zijn afgebeeld: links een vrouw en rechts een man, maar middenin? De monnik (de tonsuur is duidelijk zichtbaar) draagt een habijt. Even geloofden we onze ogen  niet .... ...... want de monnik doet zijn habijt open en we zien twee kleine borstjes! Een monnik met vrouwenborsten? Een vorm van middeleeuwse travestie? Nog eens kijken, nu door de telelens van de camera .... inderdaad een vrouwelijke monnik! Welk verhaal schuilt hier achter?
Het blijkt te gaan om de heilige Eugenia van Alexandrië, die - eind tweede eeuw - het klooster in wilde. Misschien wel omdat er geen vrouwenklooster was, besloot ze zich als man te verkleden en als man trad ze in. Zij/hij was een vrome monnik en werd zelfs abt! Eens werd de abt door een meisje (links afgebeeld) beschuldigd van 'onzedelijke handelingen'. Voor de ogen van de rechter bewees de abt toen dat hij een vrouw was! Overigens zou Eugenia na deze gebeurtenis naar Rome zijn gegaan waar ze als martelares stierf, aldus haar legende. Dit kapiteel in Vézelay is een van de weinige afbeeldingen van deze heilige.

Onze kennis van de oude verhalen blijven we aanvullen met nieuwe oude verhalen .... we krijgen er nooit genoeg van!