OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



vrijdag 07 juli 2017
romeinen dood algerije 

inheems & romeins - graven & water in tiddis



 

Graven en water in Tiddis (Algerije)

Roodbruin is de aarde, roodbruin zijn de rotsen en gebouwd op en tegen de oost-helling van de roodbruine rotsberg is het ruïne-stadje Tiddis ook roodbruin met grijze accenten. Het ligt in het prachtige, bergachtige landschap van Constantine, waar de rivier de Rhummel diepe kloven in heeft uitgeslepen. Zeker vanaf de tweede eeuw vC had Tiddis bewoners. Ze hakten hun huizen uit in de rotsen en begroeven hun doden in rechthoekige grafruimten onder een ronde tumulus of grafheuvel. Dit soort ronde graven hadden al een lange geschiedenis in Noord-Afrika. Dit graftype wordt bazina genoemd, afgeleid van een berberwoord dat heuveltje betekent. Over traditie gesproken ...

In deze Tiddis-graven vonden archeologen aardewerk met geometrische versieringen die wij herkenden op het eigentijdse aardewerk dat wij een dag later van een Berberse kochten. De inwoners van Tiddis maakten al vanaf het begin hun eigen aardewerk. Niet zo verwonderlijk in een streek die sinds mensenheugenis bekend stond om de goede klei! De resten van ovens, van bezink-bakken waarin de klei werd gezuiverd en van misbaksels maken duidelijk dat er veel pottenbakkers werkzaam waren. Zoveel dat ze niet louter voor de locale markt aardewerk maakten, maar in de Romeinse tijd ook gebruiksaardewerk exporteerden.

Deze inheemse nederzetting werd uiteindelijk ook deel van het Romeinse Rijk en stond bekend als Castellum Tidditanorum, een van de versterkte stadjes rond de belangrijke stad Cirta (Constantine). Langzaam maar zeker maakten de traditionele bazina-graven plaats voor Romeinse mausolea en columbaria waar asurnen van de doden werden bijgezet. Geen enkele geschreven tekst uit de oudheid noemt Tiddis, dus de geschiedenis van het stadje en de namen van de inwoners moeten we afleiden uit opgegraven resten en uit inscripties, die gelukkig wel zijn teruggevonden. We weten ook dankzij een inscriptie dat een van de belangrijkste bevelhebbers van keizer Hadrianus in Tiddis zijn leven begon.

 

Tiddis was dus van origine een inheems dorpje dat romaniseerde. Aan de structuur van de stad – gebouwd tegen een rotshelling – veranderde weinig. Maar vanaf het begin van de derde eeuw werd het wel op z'n Romeins herbouwd en verfraaid. De zigzag naar boven lopende straat werd geplaveid, er kwam een fraaie stadspoort – een geschenk van Q. Memmius Rogatus – en nieuwe heiligdommen kregen ook hun plek langs de hoofdstraat.

De inwoners wilden wél met de Romeinse "trend" van badgebouwen en fonteinen meegaan, dus moest men bij gebrek aan natuurlijke waterbronnen iets anders verzinnen. En daar waren de Romeinen goed in. Bovenop de rotshelling waartegen het dorp werd gebouwd, werden rond 350 drie forse cisternen gebouwd om het regenwater te verzamelen dat via kleine in de rotsen uitgehakte kanaaltjes overal vandaan werd aangevoerd. Deze waterreservoirs stonden met elkaar in verbinding en waren gebouwd volgens een systeem dat de Romeinse architect Vitruvius al ruim drie eeuwen eerder had beschreven. De bouw van twee of drie reservoirs maakte het mogelijk om het regenwater te laten rusten in een van de reservoirs zodat het slib kon bezinken. Op die manier liep schoner water over naar het volgende reservoir. Vitruvius schreef dat daardoor het water "gezonder en lekkerder" werd. In ieder geval was er ruim voldoende water voor de inwoners van Tiddis. De bouwresten van maar liefst twee badgebouwen (thermen) maken duidelijk dat de inwoners van Tiddis niets typisch Romeins hoefden te ontberen!

beeld & tekst © conens & van wiechen drs. A. van Wiechen

www.OudWeb.nl