OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



woensdag 15 augustus 2018
syrië islam | kunst & architectuur 

de droge steppe & het water



 

Eens bereisden we wekenlang Syrië, toen een walhalla voor archeoloog en fotograaf! Niet alleen het Romeinse verleden was overal te zien, ook de middeleeuwen waren in kruisvaarderskerken en burchten goed vertegenwoordigd. Een van de ruïnes die ik zeker wilde bezoeken was Qasr al-Hayr ash-Sharqi (oost), een complex met gebouwen en een ommuurde 'tuin', rond 728 gebouwd ten tijde van Omayyaden-kalief Hisham. Het was niet makkelijk de plek te vinden. De wegenkaarten waren onnauwkeurig en nergens waren richtingsborden. De ruïnes lagen ongeveer ten noorden van en halverwege de asfaltweg van Palmyra naar Deir Ez-zor. De vriendelijke polis wist niets meer dan wij, maar raadde ons met de mediterrane stelligheid die we vaak te horen kregen, 'rechtdoor' te rijden. We verlieten met ons kleine huurautootje de asfaltweg en reden naar het noorden, steeds maar 'rechtdoor'. Er was geen weg. We lieten ons leiden door ons richtingsgevoel en het geluk. De bandensporen in de droge grond bewezen wel dat er vaker auto's langskwamen. De vlakte was kaal op plukjes verdroogd groen na. Geen levend wezen te bekennen, alleen de droogte en de zon. Totdat we ergens een grote zwarte bedoeïenentent zagen met geiten en schapen en verderop nog een tent. We waren dus niet helemaal alleen, dat gaf moed. Na ongeveer dertig kilometer waren de auto en wij van top tot teen bestoft en bezand. In de verte zinderde een gebouw. Was dat een fata morgana of de ruïne? De auto hobbelde ineens over een 'verkeersdrempel'. We hadden Qasr al-Hayr Oost gevonden! 

In de tijd van de Omayyaden kaliefen (661-750) bouwde de elite in Syrië, Libanon en Jordanië buiten de steden verschillende wooncomplexen. Waren het woestijnkasteeltjes, sprookjespaleizen, raadselen in steen of de sporen van La dolce vita van de achtste-eeuwse moslim vorsten? Al ruim honderd jaar houden wetenschappers zich bezig met deze bijzondere ruïnes en publiceren ze er dikke boeken over. In onze zoektocht naar al deze achtste-eeuwse 'paleisjes' wilden we in hartje Syrië ook Qasr al-Hayr Oost bezoeken en het lukte ons! 

De 'drempel' waar onze huurauto over heen reed, was het stenen fundament van de ongeveer 16km lange ommuring. Op het fundament was een muur gebouwd van leemtichels, die in de loop der tijd letterlijk tot stof verwaaid was, maar die ooit een terrein ommuurde van ongeveer 7km2. De imposantste ruïnes waren die van twee min of meer vierkante wooncomplexen met daartussen een latere, dertiende-eeuwse minaret en moskee.

Het kleinste wooncomplex was 68 bij 72m, met 2m dikke muren die nog zeker tot 10m hoog indrukwekkend oogden. De hoeken waren beschermd door driekwart ronde torens. Verder was de muur tussen deze hoektorens versterkt met twee halfronde torens. Bij de ingangsmuur (in het westen) waren beide halfronde torens aan weerszijden van de ingang gebouwd.

De muur omsloot een vierkant open hof met zuilengalerijen, waarvan een enkele zuil nog met moeite overeind stond. Rond die open hof lagen de overdekte rechthoekige woonruimten op de begane grond en op de eerste verdieping. Alles leek ingestort en zelfs met de plattegrond in de hand was de structuur moeilijk te herkennen. 

Het grootste, min of meer vierkante complex (168 bij 167m) overtrof in alles het vorige: de muren waren dikker, de centrale open hof grootser en de verschillende woonruimten veel ruimer van opzet. Elke huis-unit had zelfs een eigen open hof! Behalve deze woningen waren er een moskee, vertrekken die waarschijnlijk voor administratieve doeleinden werden gebruikt en zelfs werkruimten waar archeologen fragmenten van olijfpersen vonden. In de moskee kwamen we nog een fragment met beeldhouwwerk tegen: een fries met acanthusbladeren. Romeinse inspiratie! De resten van het nabijgelegen badgebouw waren nog enigszins zichtbaar, maar moeilijk te herkennen.

Wat opviel bij de poorten van de wooncomplexen was de aanwezigheid van een mezekooi (mâchicoulis), een soort uitbouw met gaten boven de ingang. Bij een aanval kon de verdediger stenen, kokend water of andere akelige materialen naar beneden op de vijand gooien. Dit verdedigingswerk werd later in de kruisvaarderstijd door beide strijdende partijen veel toegepast. De stenen mezekooien van Qasr al-Hayr Oost behoren tot de vroegste voorbeelden die bewaard gebleven zijn.

   

Een water-raadsel?
In de droge steppe een klein paleisachtig gebouw of karavanserai en een groter onderkomen voor verschillende gezinnen of clans, een badgebouw, olijfpersen, die wijzen op de aanwezigheid van olijfbomen, en een groot, ommuurd terrein? Hoe was dat in de achtste eeuw mogelijk in deze waterarme omgeving? Archeologen hebben ontdekt dat de bewoners op twee manieren zich verzekerden van voldoende water. Als het regende, ving men het regenwater op en dat werd in cisternen bewaard. Verder vond men de sporen van een 27km-lang onderaards kanaal dat water van twee bronnen naar Qasr al-Hayr Oost leidde. Ongetwijfeld zorgde men steeds dat er voldoende water aanwezig was, want de resten van ondergrondse, grote cisternen (afb, hierboven)getuigen van grote wateropslagcapaciteit. Omdat in het ommuurde terrein sporen van irrigatiekanaaltjes ontbreken, lijkt een grote moestuin niet waarschijnlijk, maar een olijfboomgaard zou mogelijk zijn geweest. Ook vond men veel botten en botfragmenten van dromedarissen. Wellicht dat hier, langs een karavaanroute door de Syrische steppe, deze lastdieren werden gefokt. De aanwezigheid van schapen- en geitenbotten lijkt logisch, want deze dieren zagen wij nog in de omgeving grazen. Relatief veel botjes van vogels werden gevonden. Het lijkt erop dat hier ook duiven werden gefokt én gegeten, net zoals zangvogeltjes. Enkele botjes van deze vogeltjes hadden duidelijke, menselijke knaagsporen!

Na uren op deze ruïnes gezworven te hebben, zochten we ons kokend huurautootje weer op en namen min of meer dezelfde weg terug. Dat had veel voeten in de aarde. We bereikten weliswaar de hoofdweg, maar wij vonden niet het talud dat het hoogteverschil tussen asfaltweg en steppe overbrugde. Dus opnieuw kilometers door steppeachtig terrein verder rijden in de hoop ergens de mogelijkheid te vinden weer asfalt onder de wielen te voelen. En ach, ook hier gold weer: altijd rechtdoor dan kom je er wel! 

Annet van Wiechen

 beeld & tekst © conens & van wiechen