De meningen over Tiberius (keizer 14-37 nC) zijn verdeeld, van uiterst negatief tot positief. Wat hij als mens of keizer ook geweest mag zijn, Romeinse bronnen melden dat tijdens een diner in villa 'De Grot' reusachtige rotsblokken naar beneden kwamen en dat de keizer er als door een wonder aan de dood ontsnapte. Was het een moordaanslag? Hoe het ook zij, de plek waar dit heeft plaatsgevonden is zeer waarschijnlijk teruggevonden.

Honderd kilometer ten zuiden van Rome ligt het oude Spelunca (grot), nu Sperlonga, direct aan de kust, ongeveer halverwege Rome en Napels. In de middeleeuwen was de grot die bijna op het strand uitkomt, onderdeel van een klooster. Misschien dat de monniken bij toeval in de grot op marmeren beelden stuitten. Ze verbrandden grote stukken in hun kalkovens, de fragmenten lieten ze liggen en de 'heidense' grot werd afgesloten. Bij de aanleg van een weg rond 1957 werden de eerste marmeren beeldfragmenten - of liever: splinters - gevonden en restauratoren hadden jarenlang werk om tot een reconstructie te komen. Nu kun je de grot en de villa-fundamenten bezoeken en ter plekke is een leuk museumpje ingericht waar de gereconstrueerde beeldengroepen staan opgesteld. Van de enorme Polyphemus-groep is ook een levensgrote reconstructie aanwezig.

De natuurlijke grot was aangekleed met in totaal zes beeldengroepen. Hoofdpersoon van deze beeldengroepen was Odysseus, die na tien jaar strijd rond Troje de list bedacht van het houten paard en die na de inname van Troje nog eens tien jaar nodig had om zijn Ithaca te bereiken. De grot fungeerde als een soort openluchttheater voor de dinergasten, die aanlagen op een eilandje in het waterbassin dat in en buiten de grot was aangelegd. Ongetwijfeld werden de beelden met slim geplaatste fakkels en dansende auteurs verlevendigd. De avonturen van Odysseus werden al door Homerus beschreven in zijn Odyssee. De andere scènes vinden we ook terug in de Metamorphosen van Ovidius.

Stel dat wij nu in keizerlijk gezelschap gaan aanliggen en de grot in kijken, wat zouden we dan zien? Boven de eigenlijke grotingang (A) zagen we de wit marmeren kop van Ganymedes duidelijk afsteken tegen zijn lichaam van bont marmer uit Klein-Azië. Heel subtiel, want Ganymedes was een bloedmooie jongen uit Troje dat in Klein-Azië lag, het huidige Turkije. De marmersoort verwees dus al naar herkomst van de hoofdfiguur. Zeus ontvoerde de knappe knaap en liet hem aan zijn tafel bedienen. Dit zette kwaad bloed bij Iuno, zijn echtgenote. Haar haat tegen Troje en de Trojanen werd nog verergerd door een andere Trojaan, nl. Paris, die oordeelde dat niet Iuno maar Venus de mooiste van de godinnen was. Dit waren de ingrediënten die uiteindelijk zouden leiden tot de Trojaanse oorlog waarin de Grieken tien jaar nodig zouden hebben om Troje te veroveren en te verwoesten.

We liggen nog steeds aan en kijken nu recht vooruit de grot in. De eerste twee beeldengroepen die we dan zien zijn geven scènes weer uit de Trojaanse oorlog.  Links versleept Odysseus het lichaam van de gedode Achilles (B) en rechts (C) zien we hoe Odysseus en zijn medestrijder Diomedes het Athena-beeldje uit Troje weghalen (rechts). In de Romeinse literatuur werden beide daden van Odysseus beschreven als voorwaarden voor Troje's ondergang. Een orakel had gezegd dat Troje alleen zou vallen als Achilles' zoon de wapenrusting van zijn vader zou dragen en als het beschermende Athena-beeld uit de stad was verwijderd. Toen Achilles was gedood, wist Odysseus het lichaam met de wapenrusting van de held te bemachtigen. De wapens gaf hij aan Achilles' zoon. Met deze acties maakte Odysseus dus de ondergang van Troje dus mogelijk!

Als we dieper de grot inkijken, heeft waarschijnlijk in de linker grot-alcoof een beeldengroep gestaan die nog zo'n actie van Odysseus vormgaf, maar van deze groep is zeer weinig bewaard gebleven. Nee, onze aandacht wordt direct getrokken door de bijna nerveuze actie op het kleine eiland in het midden van het ronde waterbassin (D): een enorm vrouwenlijf met hondachtige benen dat de bemanning van een schip aanvalt. Het is "onheilspellend blaffende" Scylla, angstaanjagend door Homerus beschreven: "Wel is haar stem niet luider dan van een nog zuigend hondejong, maar zelf is zij een boosaardig monster en geen mens kan haar met vreugde aanschouwen, zelfs geen god, als hij op haar weg kwam. Ze heeft twaalf spartelende voeten en zes lange halzen en aan elke hals een afzichtelijke kop. Haar tanden staan in drie lange dichte rijen, dreigend met de zwarte dood".

Na de val van Troje zwierf Odysseus tien jaar lang over zee op weg naar zijn Ithaca. Onderweg kwam hij verleidelijke vrouwen en gruwelijke monsters tegen. Scylla behoorde tot de laatste categorie. Odysseus kon met zijn schip voorbij Scylla varen door zes van zijn makkers op te offeren. In de ingang van haar grot vrat Scylla hen op. Scylla (D) stond in Sperlonga dus in haar natuurlijke ambiance. Het marmeren Scylla-lijf is niet meer, maar de hondebenen bijten nog zichtbaar venijnig in de ledematen van Odysseus' makkers (rechts). Een tweedimensionale echo van de voorsstelling is op dit Romeinse mozaïek goed te zien (rechts). 

De meest tot de verbeelding sprekende actie van Odysseus is al bijna drieduizend jaar het blind maken van de eenogige cycloop Polyphemus, zoon van Poseidon. Nieuwsgierig wilde Odysseus wel eens weten wie er woonde in de enorme grot die ze tijdens hun thuisreis ontdekten. Het bleek de reus Polyphemus te zijn die enkele makkers van Odysseus als diner en ontbijt verorberde en de rest als proviand voor komende dagen opsloot in de grot. Maar Odysseus verzon een list. Voerde Polyphemus met de meegebrachte sterke wijn dronken. Toen Polyphemus zijn roes uitsliep, "toen kwam mijn kans", zo vertelde Odysseus zelf in Homerus' Odyssee "en ik stak de balk onder de dikke laag as, net zo lang tot hij heet werd. ... Toen de olijfhouten paal - groen als hij was - haast begon te branden en fel aan het gloeien geraakte, trok ik hem uit het vuur en droeg hem tot dicht bij de reus. Mijn mannen stelden aan weerszijden zich op en een god blies hen moed in. Zij grepen de puntige paal en plantten hem schuin in het oog en ik leunde er tegen en draaide hem rond, zoals een timmerman met zijn drilboor een scheepsbalk boort ... zo draaiden wij de roodgloeiende punt in zijn oog en het bloed stroomde om het brandende hout".  

Precies deze scène is weergegeven in de beeldgroep van Sperlonga (E): Odysseus met zijn karakteristieke conische muts, de nog slapende dronken Polyphemus, de mannen die zich stil  voorbereiden op de laatste stoot. Prachtig hoe in het marmer zelfs de haartjes op het enorme kleine teentje van de cycloop zijn weergegeven.

De aanwezigheid van stutten bij de beeldengroepen doet vermoeden dat het replica's in marmer zijn van bronzen originelen. Waar en wanneer werden die bronzen originelen gemaakt (mogelijk tweede eeuw vC) en waar, wanneer en door wie de marmeren beelden van Sperlonga? Eindeloos 'voer' voor specialisten.

Terwijl we met ons geestesoog de grot ter plekke hebben 'aangekleed' met de beelden, vroegen we ons af waarom keizer Tiberius - of iemand uit zijn directe omgeving - Odysseus zo'n prominente plaats heeft gegeven. De Romeinen zagen toch aan het begin van de jaartelling Aeneas, de Trojaanse held, en diens zoon Iulus als stamvader van het Iulisch geslacht waarin Octavianus (keizer Augustus) werd geadopteerd. Tiberius was Augustus' stiefzoon en behoorde dus ook tot het Iulisch geslacht, maar behoorde tevens via zijn biologische vader tot de Claudische familietak. De Claudii meenden afstammelingen te zijn van Telegonus, de zoon van Odysseus bij Circe! Kortom, Tiberius kon bogen op maar liefst twee helden als voorvader: Aeneas & Odysseus.

Of Tiberius daadwerkelijk de beeldengroepen bedoelde als verwijzing naar zijn 'oervader', zullen we nooit zeker weten. In ieder geval was de diner-grot in Sperlonga niet een plek waar hij vaak zou verblijven. Want niet lang na de neerstortende rotsblokken - of de moordaanslag - bij deze grot in 26 nC trok hij zich voorgoed terug in zijn villa op Capri, waar hij overigens ook een grot (de Blauwe Grot) liet inrichten.