OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



donderdag 29 juni 2017
romeinen israël & palestijnse geb glas & glasramen 

de platte 'plaat' & de 55.000 flesjes



over een bijzonder gewichtige 'plaat' in Bet She'arim (Israël)

 

Ongeveer halverwege tussen Haifa en Nazareth ligt Bet She'arim dat vooral bekend is om de joodse catacomben die vanaf de tweede tot en met de vierde eeuw in de rotsbodem werden uitgehakt. Het zijn bijzondere grafgangen met enorme sarcofagen waar we het een andere keer over zullen hebben. Nu heb ik aandacht voor de zeer bijzondere én gewichtige 'plaat' die daar aan onze voeten lag!

 

Toen men in de jaren vijftig een grot bij de catacomben wilde inrichten als museumpje, stuitten archeologen bij opruimwerkzaamheden op een enorme rechthoekige plaat van bijna 4 bij 2 meter en ongeveer 45 cm dik die van boven mooi glad was. Men schatte het gewicht op bijna 9000 kg. Aanvankelijk stond men voor een raadsel, maar onderzoek maakte duidelijk dat het ging om een enorme plaat glas! Sinds die tijd zijn in Israël meer van dit soort vondsten gedaan en het is nu duidelijk dat deze 'plaat' een stille en zware getuige is van de glasfabricage in de oudheid.

Vanaf het begin van onze jaartelling werd glas een massaproduct, dankzij de uitvinding (ca. 50 vC) van het glasblazen. Overal verspreid in het Romeinse rijk waren glaswerkplaatsen actief waar goedkope, maar ook luxe glasobjecten werden gemaakt. De glasmaker zelf zou het benodigde zand, de soda & kalk kunnen mengen en smelten, maar dat vereiste wel goede aanvoer van de ingrediënten én de aanwezigheid van voldoende brandstof. Het was veel handiger en economisch aantrekkelijker om daar waar zuiver zand bij een boomrijk gebied aanwezig was, ter plekke in een oven (ca. 1100oC) grote hoeveelheden 'ruw' glas te maken en dat ruwe glas te verhandelen. De glasmaker dichtbij of heel ver weg kocht zo'n glasbrok, smolt deze in zijn eigen atelier en maakte prachtige glasobjecten. Voordeel was dat hij niet door de aanwezigheid van zand aan een locatie gebonden was en dat het smeltpunt lager lag (ca. 950oC) zodat minder brandstof en mankracht nodig was.

Met name uit opgravingen in Israël blijkt dat makers van ruw glas – ik noem ze  glasbrokmakers om hen te onderscheiden van de glasmakers en glasblazers die voorwerpen van glas maakten – ovens voor het smelten van de ingrediënten slechts eenmaal konden gebruiken. De ingrediënten werden in een rechthoekige bak (ca. 4 x 2m) gemengd en daarbovenop werd de oven gebouwd die een kleine twee weken op hoge temperatuur moest branden. Na afkoeling werd de oven ontmanteld, de enorme glasplaat in stukken gehakt en de brokken verkocht. De glasbrokmakers bleven waarschijnlijk een of twee seizoenen op een gunstige plek om daarna te verkassen naar de volgende plaats met voldoende brandhout en zand.

De enorme glasplaat van Bet She'arim is blijven liggen. Waarom? Chemische analyse heeft uitgewezen dat het glas van slechte kwaliteit was. Het had een te hoog kalkgehalte en werd daardoor ondoorzichtig. Dus onverkoopbaar. Daarom ligt de glasplaat al eeuwen op deze plek. Maar hoelang? Dat is nog een heet wetenschappelijk hangijzer. De datering van deze glasplaat loopt uiteen van de vijfde tot en met de negende eeuw. In ieder geval werd hier glas gemaakt, nadat de catacomben niet meer werden gebruikt. Dus in ieder geval na de vierde eeuw. Iemand heeft berekend dat als alles goed was gegaan, de glasmakers uit deze enorme glasplaat 50.000 tot 60.000 flesjes hadden kunnen blazen.

We kijken naar de plaat aan onze voeten. Onvoorstelbaar hoe belangrijk dit onooglijke stuk 'steen' is voor onze kennis van het maken van glas in de (late) oudheid.  

beeld & tekst © conens & van wiechen drs. A. van Wiechen