In een opgraving zijn scherven - hoe klein ook - van aardewerk gebruiksvoorwerpen een belangrijke bron van informatie. Was eenmaal een pot gevallen, dan werden de scherven weggegooid. Brak glaswerk, dan werd het hersmolten en dat gold ook voor metalen voorwerpen die niet meer gebruikt werden. Maar aardewerk viel niet te hergebruiken. Scherven ... weg ermee op de afvalhoop .... waar ze eeuwen later misschien wel door archeologen weer opgegraven worden. Een mooi voorbeeld is de afvalberg in hartje Rome, enkele tientallen meters hoog. Deze berg bestaat volledig uit amfoor-scherven. Daaruit kunnen archeologen destilleren dat de inwoners van Rome in de eerste eeuwen van onze jaartelling verzot waren op Spaanse olijfolie!

Bij recente opgravingen in het Israëlische Akko - het Saint-Jean-d'Acre van de kruisvaarders - vond men veel aardewerk. Na minutieus onderzoek kon men concluderen dat Acre in de twaalfde en dertiende eeuw een drukke commerciële haven was. Ruim de helft van de gevonden scherven was afkomstig van aardewerk gemaakt op Cyprus en in andere belangrijke centra langs de oostelijke Middellandse Zeekust. Uit een klein gedeelte van de scherven kon men schalen en kommen reconstrueren afkomstig uit Frankrijk, Catalonië en Noord-Afrika. Het kleinste gedeelte van de scherven was van Chinees vaatwerk. Het Chinese aandeel was weliswaar klein, maar toch ..... Dit onderzoek geeft aan dat de middeleeuwer in Acre een ruime keuze had bij de aankoop van zijn serviesgoed: van eenvoudige keukenpotten gemaakt door de locale pottenbakker tot het duurdere 'nette' servies van ver weg.

Bij veel opgravingen in de oostelijke mediterrane wereld worden scherven gevonden van het sgraffito-aardewerk, ook wel sgraffiato-aardewerk genoemd. De gebruikte klei had na het bakken meestal een rode of geelrode kleur en om het gele of groene doorzichtige loodglazuur beter te laten uitkomen, bedekte men de pot voor het glazuren met een sliplaag (sliblaag of engobe), wittig van kleur. De pot kon nog aantrekkelijker worden met een decoratie. De pottenbakker kraste dan een deel van de sliplaag weg met een puntig voorwerp, zodat in het motief weer de rode klei van de pot zichtbaar werd. De pot werd daarna geglazuurd en vervolgens gebakken. Het glazuur op de sliplaag bleef licht van kleur, maar het glazuur op de ingekraste lijnen oogde donkerder, omdat de ondergrond - nl. de 'klei-body' van de pot - donkerder was! Als de pottenbakker niet alleen lijnen kraste, maar zelfs hele 'velden' van het slip weghaalde, dan spreekt men tegenwoordig van champlevé-aardewerk (rechts). De term is afgeleid van het Franse 'champlever' (wegsteken) en werd in de middeleeuwen gebruikt voor de vlakken die werden uitgestoken in de metalen ondergrond van emailleerwerk om daarin kleurig glaspoeder te laten smelten.

Het glazuur was meestal kleurloos, (licht)gelig of groen. In die glazuren werden ook plaatselijk kleuraccenten aangebracht, bijvoorbeeld groene accenten in kleurloos (rechts) of lichtgeel glazuur.

Ook kon men door toevoeging van een donkere kleurstof in de gekraste lijnen of uitgestoken velden de tekening nog iets accentueren, maar dan liep die donkere kleur in het glazuur uit (hierboven).

Geglazuurd aardewerk maakte een stormachtige ontwikkeling door in de islamitische wereld. Er werden nieuwe technieken en ingrediënten gebruikt. Maar het werken met transparant loodglazuur - een erfenis uit de laat-Romeinse wereld - betekende wel dat de kleuren makkelijk in het glazuur 'stroomden', zodat het bijna niet mogelijk was om de kleuren te fixeren (rechts).
Vandaar dat pottenbakkers al snel overgingen tot het gebruik van één kleur glazuur, hooguit met enkele kleuraccenten. Soms was er een creatieve en kundige pottenbakker die de ingekraste lijnen gebruikte om de verschillende kleuren in het glazuur enigszins 'binnen de perken' te houden (hieronder).

In alle landen langs het oostelijke Middellandse Zeegebied, inclusief Iran en Afghanistan, vervaardigden pottenbakker-ateliers sgraffito-aardewerk vanaf de tiende tot ver in de veertiende eeuw. Meestal was het sgraffito-aardewerk het 'gewone', dagelijkse servies in de middeleeuwen, maar er zijn ook prachtige exemplaren die waarschijnlijk voor bijzondere gebeurtenissen werden gebruikt.

In veel musea op Cyprus zijn sgraffito-borden en -kommen (hierboven & rechts) te zien met een innig verstrengeld paar: een huwelijks-bord? Wellicht was het dertiende-eeuwse Byzantijnse champlevé-bord ook een huwelijksgeschenk (rechts). In de kom is waarschijnlijk een scène afgebeeld uit het toen populaire epos over de held Digenes Akritas, die zijn oog liet vallen op amazone Maximó. Op het aardewerk bord heeft de held prachtige lange haren, zoals dat de mode was onder Byzantijnse strijders. Het paar zit op een vouwstoeltje, waarbij hun voeten buiten de ronde ingekerfde omlijsting steken.

Tegenwoordig wordt erg zwart-wit gedacht over de middeleeuwen en de kruistochten. Maar het sgraffito-aardewerk laat zien, dat letterlijk iedereen van dit soort aardewerk at.
De Byzantijnen hadden hun ateliers o.a. in de hoofdstad Constantinopel (Istanbul).
In het Latijnse Oosten maakten locale pottenbakkers sgraffito-aardewerk voor hun nieuwe Frankische heersers en ook de Franken zelf richtten pottenbakkerateliers in.
Ook in de islamitische wereld werd eeuwenlang dit aardewerk gemaakt en gebruikt in de gebieden van de Seljuken van Iran en de Seljuken van Rum, de Turken die Anatolië op de Byzantijnen veroverden, en in de Syrische en Egyptische gebieden van Saladins nazaten ....

De grote populariteit van het sgraffito is nu een zegen voor archeologen, want het wordt gevonden bij bijna elke opgraving in het oostelijk Middellandse Zeegebied en in Iran. Dat maakt het ook interessant. Want is het mogelijk om de verschillende ateliers van dit sgraffito-aardewerk te leren kennen? Welk ingekrast motief was wanneer en bij wie geliefd? Welke potvormen hadden wanneer de voorkeur? Wie beïnvloedde wie? Waar waren de ateliers? Hoe werkten de ovens? Vragen genoeg .....

Met de kruisvaarders en de handel kwam het sgraffito-aardewerk in Italië en uiteindelijk ook in de rest van Europa. Het werd vanaf de dertiende eeuw gemaakt in Venetië en in Verona zoals de kan met een mannenbuste (vijftiende eeuw, rechts).

Zelfs Nederland (eind vijftiende - zestiende eeuw) heeft zijn eigen sgraffito-aardewerk met heiligennamen én narrenhoofd ...... maar - u begrijpt - dát is weer een ander verhaal...