Dit is een weergave van een oud, heel oud netwerk: de mens, zon en maan, en de levenschenkende god. De mens maakte deze god tot Meester van de Hemel, Heer van het Leven, Schenker van de Vruchtbare Aarde, kortom de Allerhoogste God. Zeker in een gebied waar iedereen direct of indirect afhankelijk was van de landbouw, was deze god van levensbelang. Aan hem kon je een goede oogst vragen, een prettig leven, een gezond kind. Met hem deelde je de angst bij het uitblijven van de regen of bij de komst van hongerige sprinkhanen ....
Bij hem zou je uiteindelijk ook een vredig hier-na-maals kunnen vinden ... Saturnus heette die god in de eerste eeuwen van onze jaartelling in Noord-Afrika - vooral in het gebied van het huidige Oost-Algerije en Tunesië.
Dit is een van de duizenden stenen getuigen die nu nog laten zien hoe populair Saturnus daar toen was. De god moest geëerd worden en dus gaf de mens Saturnus offers. Opdat dit offer in herinnering zou blijven - ook bij de god zelf - gaf de offeraar een beeldhouwer opdracht dit offer te vereeuwigen in steen. Op eenvoudige, maar zeer sprekende manier heeft de steenhouwer 'ons' echtpaar uitgebeeld. Hij is gekleed in een toga en houdt in zijn linkerhand wellicht een flesje met welriekende oliën en zij houdt in haar rechterhand een trosje druiven. Dit waren ongetwijfeld de kleine 'geschenken' die aan de Saturnus werden geofferd. Het grote offer staat afgebeeld onder hun voeten: een ram. Boven het echtpaar zien we de buste van de baardige Saturnus in het midden; zijn haar krult uitbundig of heeft hij bloemen in zijn haar? Naast hem - uiteraard iets kleiner - zijn de hoofden afgebeeld van Luna (Maan) en Sol (Zon) herkenbaar aan resp. het halve maantje en de stralenkrans. In essentie is hier het netwerk van het echtpaar verbeeld; zij smeken om steun van Saturnus, bijgestaan door Luna en Sol; en de godheid ..... die bestaat natuurlijk alleen dankzij de gelovigen!

Het feest van Saturnus - Saturnalia - dat aan het eind van het jaar werd gevierd, was enorm populair bij de Romeinen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Romeinen zich afvroegen hoe 'oud' de godheid was en waar hij vandaan kwam; theorieën genoeg, maar amper feiten. Laten we het erop houden dat de 'afkomst' van Saturnus in historische - volgens sommigen: Etruskische - nevelen is gehuld. In ieder geval werd al in de vijfde eeuw vC in Rome een Saturnus-tempel gewijd. Hier werd ook de staatkas bewaard en dat geeft aan de belangrijke plaats die de god innam.... in Rome, waar hij later ook gelijkgesteld werd met Kronos, die door zijn zoon Zeus (Jupiter) werd onttroond, en met Chronos, de Tijd. Vrijwel nergens anders kreeg Saturnus een 'poot' aan de grond. Ook niet toen het Romeinse Rijk groter werd, Saturnus bleef alleen in Rome vereerd en ..... in Noord-Afrika.

De 'geschiedenis' van de Noordafrikaanse Saturnus is iets bekender. En kleine duizend jaar voor onze jaartelling was Noord-Afrika al door de Phoeniciërs verkend. Zij dreven handel met de inheemse bewoners en stichtten steden, o.a. Carthago. Ze namen ook hun eigen goden mee en Baal Hammon, de allermachtigste god, de heer van de hemel, god van donder en regen, de schenker van vruchtbaarheid, hij die orde schiep in chaos, werd hoofdgod van Carthago. Hij werd geëerd met offers en de gelovigen lieten stenen stèles maken, waarop zijzelf frontaal stonden afgebeeld met de handen in de hoogte. Rome's invloed breidde zich uit, ook naar N-Afrika. De inheemse elite en de Puniërs, zoals de Romeinen de nazaten van de Phoeniciërs in Carthago noemden, maakten goed- of kwaadschiks kennis met macht van Rome.
Naarmate de Romeinen een steviger greep kregen op het gebied 'verromeinste' taal, gebruiken en goden. Baal Hammon werd nu aangeroepen onder een andere naam - nl. Saturnus -, maar in wezen bleef zijn functie hetzelfde. De inscripties die soms op de stèles werden gekrast waren niet meer in het Punisch, maar in het Latijn en de god zelf, aanvankelijk slechts gesymboliseerd door een halve maan, werd afgebeeld als een zittende of liggende baardige man. De vorm van de stèle leek meer en meer op een tempelgevel met pilasters en kapitelen. En hoe eenvoudig ook weergegegeven, de offeraars droegen nu Romeinse kleding: toga's, tunica's en mantels .... en hadden Romeinse namen.      

De Saturnus-stèles maken het mogelijk om in N-Afrika vooral met de middenklasse van de Romeinse samenleving kennis te maken. Het waren niet zozeer de door-en-door Romeinse import bestuurs- of militaire elites die Saturnus vereerden, maar veeleer de kleine boeren, bewoners van dorpen of de nouveaux-riches onder de oorspronkelijke bewoners. Zij konden niet zonder hun belangrijkste god, hun heer van het leven, schenker van vruchtbaarheid etc. etc. Ze offerden aan Saturnus en bijna elke stad of nederzetting had hier in N-Afrika waarschijnlijk wel een Saturnus-heiligdom.

 
Een kleine tweehonderd zijn gelocaliseerd. Deze heiligdommen hoefden niet perse een gebouw te zijn, ook werd hij - zo blijkt uit opgravingen - op open plekken vereerd, waar alleen een altaar en de stèles herinneren aan de vermeende goddelijke aanwezigheid. In het Tunesische Dougga (Thugga) zijn nog de ruïnes bewaard van een Saturnus-tempel die duidelijk meer stadse allures had met een centrale gewelfde cella voor Saturnus, met korintische zuilen en zuilengalerijen.  De tempel ligt buiten de stadskern tegen een heuvel aangebouwd. Als de god in zijn cella stond had hij - via de zuilen van de ingang - dit schitterende uitzicht over het vruchtbare land! Bij deze ingang, in de as van het gebouw, zijn vestigia gevonden, d.w.z. uitgehakte voetstappen. Wellicht stond hier in deze 'voeten' de offeraar; hij keek dan het godenbeeld in de ogen.
 
We weten eigenlijk nog niet veel van de riten of van de organisatie van de Saturnus-cultus. Wel dat Saturnus bij velen favoriet was en geëerd werd. Ieder koos het offer dat paste bij zijn financiële middelen: fruit, een vogeltje of muis, ram of stier. Op de ene stèle is de ram prachtig gedetailleerd, rechtsboven is de omtrek van het offerdier slechts summier ingekrast. Onderscheid in sexe was er blijkbaar niet; mannen en vrouwen offerden alleen of gezamenlijk aan Saturnus.
De vrouw op deze stèle rechts is niet onbemiddeld, zo blijkt; zij offerde een ram én een stier. Verder lijkt ze nog een doos in haar handen te hebben, misschien wierook? In ieder geval lijkt het aardig te vlammen op het ronde altaar dat rechts van haar is afgebeeld!

 

Saturnus werd als buste afgebeeld of lekker lui liggend met zijn offerram als steun of hij werd gesymboliseerd door zijn sikkel (rechtsboven). Op de twee stèles hierboven zijn de offeraars duidelijk sterk met elkaar verbonden. Ze raken elkaar liefdevol aan. Maar welke gedachte zat erachter? Daar kunnen we naar gissen. Waren ze gelukkig en vroegen ze de god om een lang leven samen? Of smeekten zij Saturnus, de schenker van vruchtbaarheid, om een kind? Of was hun wens al vervuld en dankten zij de god voor 'hun' zwangerschap?

Noord-Afrika was een rijk landbouwgebied maar men vreesde de sprinkhanen-plagen; zelfs tegenwoordig nog kan zo'n plaag desastreuze gevolgen hebben. Zwermen sprinkhanen doen de zon verduisteren en vreten alles kaal. De boeren zagen in Saturnus dan ook de god die in staat was deze sprinkhanen onschadelijk te maken. Vandaar dat een van hen op zijn stele een sprinkhaan liet afbeelden; juist door dat akelige beest af te beelden en als het ware permanent de god te helpen herinneren aan dat gevreesde springbeest, hoopte de offeraar gevrijwaard te blijven van zijn vraatzucht.

 

Het echtpaar dat wij als 'icoontje' gebruiken kwamen we tegen in het museum van Timgad. Daar stond hun stèle tentoongesteld die in de omgeving, in Lambafundi, was gevonden (1946) met veertien andere stèles; misschien wel in een openlucht heiligdom. Voor ons symboliseerden zij iets van tijdloosheid én van het essentiële in het leven: de natuur. De mens is afhankelijk van de natuur en kan best hulp gebruiken omdat de natuur gul geeft, maar ook op soms brute wijze neemt. Voor de balans was een netwerk nodig en de Romeinen van Noord-Afrika geloofden - letterlijk - heilig in het verbond tussen Saturnus, zijn helpers Zon & Maan en de mens. Daarom offerden ze aan de god en legden die handeling vast in steen. Het ging bij deze stèles dan ook niet om 'kunst', maar om iets veel belangrijkers: om het leven en het geloof van de mens van toen.

Daar in het museum van Timgad sloten we het 1800-jaar oude echtpaar in ons hart, omdat het voor ons - op z'n Romeins - de essentie van het leven op eenvoudige en charmante wijze verbeeldt: mens en natuur in harmonie.