Romeins glas

 

 

Glas werd in het Romeinse verleden door iedereen, van hoog tot laag, gebruikt. De rijke pronkte met zijn glasvaas die op een enorme camee leek en de slaaf gebruikte glazen opbergpotten in de keuken. Romeinen kenden vensterglas en speelden met glazen dobbelstenen. Een meisje liep te pronken met haar glasarmband, de filosoof Seneca vond dat fruit er mooier uitzag in een glazen schaal en een ander raadde gemalen, ongekleurd glaspoeder aan als tandpoeder of als medicijn. Zelfs de steenrijke parvenu Trimalchio in Petronius' kostelijke roman Satyricon moest toegeven dat een glazen servies één groot voordeel had boven een van goud of zilver: glas gaf geen bijsmaak. Maar het grote nadeel was de breekbaarheid van glas. 

In het midden van de eerste eeuw vC werd een belangrijke technische innovatie (glasblazen) doorgevoerd. Dankzij de pax augusta verspreidde deze nieuwe techniek zich snel over het hele Romeinse gebied. Het werd een groot succes en glazen gebruiksgoed werd een massaproduct. Dezelfde techniek wordt in essentie tot op de dag van vandaag gebruikt. Overigens, ook onze glasbakken hadden een Romeinse voorganger!

Kortom, een lezing over vormen uit vuur & zand, over kernglas, mozaïekglas, huis-tuin-en-keuken glas, vensterglas, goudglas, cameo-glas en veel meer.