Er zijn een tiental Romeinse sarcofagen bewaard gebleven waarin de schepper-god Prometheus een belangrijke rol speelt. Hij staat aan het begin van het leven. In aanwezigheid van goden en de personificaties van hemel en aarde zien we hoe het door Prometheus gemodelleerde mensje bezield wordt.

In het Capitolijns museum te Rome staat een prachtige marmeren sarcofaag, in de vroege vierde eeuw gebeeldhouwd voor een jongeman die liggend op het deksel is weergegeven. Behalve de schepping van de mens, is ook de dood op de sarcofaag verbeeld. De kosmos is getuige van de schepping in de figuren van Oceanus en Sol (bovenin) en de liggende Tellus (Gaia), de aarde met de hoorn des overvloeds. Blijkbaar is die hoorn zo zwaar dat twee kleine knaapje de hoorn overeind moeten houden. De Liefde is gesymboliseerd door de elkaar innig omarmende Amor & Psyche. 

In het midden zit de scheppergod Prometheus, de mand met kleihompen staat achter hem. Eén product staat al klaar op een voetstuk, terwijl de god met zijn modelleerhoutje bezig is met de finishing touch van zijn tweede. Geheel bovenin is de schikgodin Lachesis bezig de horoscoop van de nieuwe schepping vast te stellen. Rechts staat de godin Athena. Zij draagt haar helm en haar met een Medusa-kop versierde aegis (mantel) duidelijk zichtbaar. Ze staat onder een aan haar gewijde olijfboom en zelfs haar metgezel - de uil - is nog afgebeeld! Athena houdt een vlinder vast, in het Grieks 'psyche', dat ook 'ziel' betekent. Dus Athena, de godin van wijsheid en beschaving, bezielt de mens.

Maar helaas, het leven is eindig, zo zien we aan de rechterkant van de sarcofaag.

De jongeman is gestorven en ligt - stijf - op de grond; een bedroefd erootje houdt zijn uitgedoofde fakkel onderste boven. Het leven is uitgedoofd en de ziel fladdert als een klein vlindertje weg. Als echt fladderend Psyche-figuurtje met vindervleugeltjes vangt Hermes rechts de ziel op; Hermes, die de schimmen van de doden naar de onderwereld begeleidt. Aan de voeten van de gestorven knaap staat mogelijk zijn bedroefde moeder. Opnieuw is de kosmos vertegenwoordigd, nu door Luna (Selene, de maan) in haar vierspan en de rechtsonder liggende Tellus (Gaia, de aarde).
De zittende vrouw is de derde lotsgodin, Atropus. Zij breekt daadwerkelijk de levensdraad af die haar zus Clotho heeft gesponnen en waarvan zus Lachesis de lengte heeft bepaald. Ze 'leest' in de boekrol op haar schoot dat het stervensuur voor de jongen gekomen is!

De schepping en de reis naar de onderwereld, kortom het begin en einde van het leven, bijna zeventienhonderd jaar geleden verbeeld. Grappig is dat op een van de korte kanten een mensenpaar is afgebeeld dat sterk lijkt op Adam & Eva. Als deze interpretatie juist is, is de gestorven jongen blijkbaar opgegroeid in een joods of christelijk  gezin dat op een weinig opvallende - bijna verborgen - plaats kort refereert aan zijn religie.

Belangrijker voor hen was blijkbaar de symbolische weergave van dat ene vaststaande feit. Want wat of in wie de mens ook gelooft of niet gelooft,  eenmaal geboren heeft hij slechts die ene zekerheid: de dood!
Daarom heet Atropus zoals ze heet: de Onafwendbare!