OudWeb-log - voorbije toekomst



woensdag 08 april 2015
spanje | santiago de compostela spanje | al-andalus renaissance pelgrims & reizigers ezel duitsland architectuur | muqarnas 

paradijselijke weelderigheid



 

Hieronymus Münzer vestigde zich na zijn promotie aan de medische faculteit van Pavia in 1479 als arts in Nürnberg (Neurenberg). Hij behoorde daar tot de kring van humanisten, verlatijnste zijn naam tot Monetarius en had naast zijn artsenpraktijk grote belangstelling voor geografie en astronomie. Toen de pest in 1484 in Nürnberg uitbrak, leek het Münzer beter een lange reis te maken naar Italië, waar hij "zeer geleerde mensen en heilige plaatsen" bezocht. Over deze tocht zijn wij helaas verder niet geïnformeerd. Toen tien jaar later Nürnberg opnieuw door de pest werd geteisterd, ging Münzer weer pelgrimeren. Dit keer met drie vrienden naar Zuid-Frankrijk, Spanje en Portugal.

In het Latijn schreef Münzer zijn reisverslag, Itinerarium, over de vele mensen en bezienswaardigheden die hij tegenkwam. Hij verbleef overal maar kort, slechts in een paar plaatsen rustte hij iets langer – enkele dagen – uit. Het moet een pittige reis zijn geweest, want in 146 dagen (vanaf 17 september 1494) bereisde hij het hele schiereiland te paard of op een muilezel. Waar bevaarbare rivieren waren deed hij enkele trajecten per boot. Praktische berichten, zoals over zijn uitrusting, zijn logies en de veiligheid op de wegen, vond hij blijkbaar niet relevant, want daar lezen we amper over. Wel had Münzer grote belangstelling voor kerken en kloosters, landbouw en tuinen. Hij bezocht ook Santiago de Compostela waar hij geloofde in de aanwezigheid van Jacobus, maar voor de inwoners van de stad had hij weinig goede woorden: "het merendeel van hen leeft van het geld dat ze de pelgrims uit de zak kloppen!"

Slechts twee jaar en negen maanden na de verovering van Granada op de 'Moren' arriveerde hij daar op 22 oktober 1494. Hij keek zijn ogen uit en verdiepte zich in de vreemde gewoonten en geloof van de moslims. Op de tweede dag van zijn Granada-verblijf bezocht hij de Alhambra-paleizen. Zijn gids daar was Iñigo López, graaf van Tendilla, de belangrijkste bestuurder van de stad. Münzer was nieuwsgierig en Iñigo López gaf uitleg en vertelde. Beiden waren onderlegde humanisten en converseerden in het Latijn.

In het Reisverslag lezen we hoe Münzer – helaas voor ons –  niet in staat was de grootsheid en decoratieve weelderigheid van de Alhambra-gebouwen te beschrijven. Hij waande zich in het paradijs! Münzer ontmoette de graaf van Tendilla in diens paleis, een van de zeker zes paleizen die de laatste moslim dynastie van Granada (Nasriden) liet bouwen op de Sabika-heuvel. Ruim tweehonderd jaar na Münzers bezoek werd dit paleis op koninklijk bevel geruimd. Ons rest niets meer van dit paleis. Een uitgebreide beschrijving van Münzer zou ons op zijn minst een indruk hebben kunnen geven. Maar kort en bondig schreef hij dat het "groots en weelderig" was.

Daar moeten we het dan mee doen, helaas!

beeld & woord © conens & van wiechen