OudWeb-log - voorbije toekomst



woensdag 13 mei 2015
pelgrims & reizigers middeleeuwen israël & palestijnse geb | jeruzalem iran engeland byzantium 

arculf's jeruzalem



 

Toen de Frankische bisschop Arculf rond 680 naar Jeruzalem pelgrimeerde, had de stad sinds de vierde eeuw heel wat doorstaan. In de vijfde eeuw werd het steeds drukker in de stad en uit begin zesde eeuw komt de melding dat er maar liefst 24 kerken op de Olijfberg stonden en veel bijbehorende kloosters "met een groot aantal monniken en nonnen". Maar in de zevende eeuw kwam de Perzen. Ze namen in 614 Jeruzalem in, plunderden en verwoestten enkele kerken totaal. Een van die verwoeste kerken was de Eleona-kerk op de Olijfberg die door Constantijn de Grote was gebouwd op de grot waar Jezus zijn leerlingen zou hebben onderricht en die oorspronkelijk ook geassocieerd werd met de hemelvaart.

De Perzen vertrokken snel en de patriarch van Jeruzalem, Modestus († 630), begon energiek met de restauratie van de geplunderde kerken. De hemelvaartkerk van Poimenia had niet erg geleden onder de Perzische plunderzucht, waarschijnlijk eiste de buurkerk – de rijkere en grotere Eleona-kerk – al hun aandacht en energie op.

De verovering van Jeruzalem door – of liever de overgave aan – kalief Umar in 638 verliep redelijk zonder grote problemen. De belangrijkste economische structuren en de christelijke plaatsen in de stad bleven gehandhaafd. Alleen het grote vijfde-eeuwse bronzen kruis op de hemelvaartkerk – ooit geschonken door keizerin Eudokia – werd neergehaald.

Toen Arculf Jeruzalem rond 680 bezocht, behoorde de stad dus tot de islamitische wereld, maar daar was nog weinig van te merken, behalve dan dat Arculf opmerkte dat de "Saracenen" op de Tempelberg een gebedshuis hadden gemaakt van planken over bestaande ruïnes. Arculf bezocht ook de Hemelvaartkerk en beschreef die kerk voor zijn doen uitvoerig.

Zijn verslag hebben wij weer te danken aan het toeval. Want Arculf's zeereis terug naar huis ging niet goed (afb) en hij belandde op de westkust van Schotland, waar hij liefdevol werd opgenomen door Adomnán, abt van het Iona-klooster. Arculf kon hier al zijn Jeruzalem-verhalen kwijt.
Adomnán luisterde aandachtig, schreef de verhalen op en vulde ze aan met details uit oudere werken. Heel bijzonder is dat Arculf ook vier kerkplattegronden tekende. Hij heeft ze waarschijnlijk eerst op een wastafeltje geschetst. Daarna werden ze in het handschrift De locis sanctis (Over de heilige plaatsen) overgenomen. Toen monniken later tot in de elfde eeuw Adomnán-Arculf's relaas kopieerden, werden af en toe ook de plattegronden gekopieerd.
De eerste plattegrond van de hemelvaartkerk is een feit!

Morgen verder .....

beeld & woord © conens & van wiechen