octavianus - dodenlijst

 

Dodenlijst
Appianus en Cassius Dio over de verschrikkingen van de proscripties
vertaling: Willem van Maanen & Marco Poelwijk
Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2014
Zenobiareeks 3
84 p., pbk. ISBN 978-90-8704-492-3 • € 10

 

Voordat de Romeinse keizer Augustus vredelievend werd en de inwijding van het altaar van de Vrede bijwoonde, was hij de wrede Octavianus die mede verantwoordelijk was voor de proscripties in de laatste jaren van de republiek (43-40 vC). Octavianus, Marcus Antonius en Lepidus vormden een triumviraat en alvorens de moordenaars van Julius Caesar – die naar het oosten waren gevlucht – militair te verslaan, wilden zij orde op zaken stellen in Rome. Tegenstanders en vijanden van de drie én van Julius Caesar, leden van de Romeinse elite, werden vogelvrij verklaard en hun namen werden op zgn. dodenlijsten gepubliceerd. In dit boekje zijn de Nederlandse vertalingen opgenomen van twee Griekse geschiedschrijvers: Appianus (gestorven ca. 170 nC) en Cassius Dio (gestorven ca. 235 nC). Hun beschrijvingen van deze proscriptie-periode zijn bewaard gebleven. Na een zeer korte beschrijving van beide auteurs volgt eerst (p.16-43) de vertaling van De Burgeroorlogen (4.5-51) van Appianus. Aantekeningen bij deze tekst staan op p.53-76. De vertaling van Romeinse Geschiedenis (47.1-14) van Cassius Dio beslaat p.44-52 en de aantekeningen zijn te vinden op p.77-79. Het boekje eindigt met een zeer korte bibliografie en een index van persoonsnamen (p. 82-84).

"Bepaald was dat de hoofden van al deze mensen tegen een afgesproken beloning naar de triumvirs moesten worden gebracht. Voor een burger bestond deze beloning uit een geldbedrag, maar een slaaf kreeg naast een geldbedrag ook nog de vrijheid. Iedereen moest zijn huis openstellen voor inspectie. Wie een gezochte persoon onderdak had verschaft of een schuilplaats had geboden of zijn huis niet liet doorzoeken, kreeg dezelfde straf als de gezochten. Wie bereid was een van deze zaken aan te geven, kreeg dezelfde beloning als de vinders" (p.17-18). Dit citaat van Appianus geeft al duidelijk weer hoe iedereen tegen elkaar werd uitgespeeld. Was je huisslaaf nog wel te vertrouwen? Of je buurman? Of je eigen zoon, of zelfs je eigen vrouw? Individuele gevallen werden door de schrijvers aangehaald om te tonen dat zonen hun vaders hielpen of juist verraadden, vrouwen hun echtgenoten verstopten of juist uitleverden om met hun minnaars te kunnen trouwen, slaven uit gewin hun meesters vermoordden of met gevaar voor eigen leven beschermden ......

Dit boekje laat een 'ongemakkelijke' en verschrikkelijk periode in de late Romeinse republiek door Appianus' en Cassius Dio's woorden herleven. Een verhaal van terreur, wreedheid, willekeur en niets en niemand ontziende moordenaars.

Elke Nederlandse vertaling van Romeinse bronnen – Latijn of Grieks – juich ik van harte toe. Dus ook dit boekje. Maar waarom niet de aantekeningen als voetnoten onderaan elke pagina gezet? Dat zou veel makkelijker lezen en bespaart heen en weer geblader. Maar ja, dit euvel – althans in mijn ogen – heeft bijna elke Nederlandse vertaling van Griekse & Latijnse teksten!