Mérida, een kleine stad in Spaans Extremadura, is ruim 2035 jaar jong en dat is te zien. Dwalend door de prachtige ruïnes kan de bezoeker van nu zich een beeld vormen hoe rijk en groots het Romeinse Augusta Emerita, zoals de stad toen heette, was.

De Romeinse verovering van het Iberisch Schiereiland stuitte op hevig verzet van verschillende inheemse stammen. Stuk voor stuk wisten de Romeinen ze in bijna twee eeuwen door middel van wapengekletter of diplomatie voor zich te winnen. In 25 vC leken de laatste opstandelingen in het noordwesten overmeesterd en keizer Augustus besloot dan ook de veteranen van het vijfde en tiende legioen, die hier  hadden gevochten, te belonen. Voor deze oud-soldaten (emeriti in het Latijn) liet hij zijn legeraanvoerder Publius Carisius een luisterrijke stad, Augusta Emerita, stichten en schonk iedere veteraan een stuk grond in de omgeving.
Vanaf het stichtingsjaar waren de inwoners voortdurend bezig hun stad uit te breiden en te verfraaien. Veel van de Romeinse openbare werken zijn niet alleen bewaard gebleven, maar zijn nog steeds geheel of gedeeltelijk in gebruik, zoals de twee Romeinse bruggen.

De brug over de Guadiana rivier, die toen Anas heette, was met een lengte van 792 meter één van de langste van het Romeinse Rijk. Met een breedte van vier meter vijftig is de brug zelfs nu nog geschikt voor het huidige gemotoriseerde verkeer. Niet alle zestig brugbogen zijn meer uit de dagen van Augusta Emerita. Door oorlogshandelingen en door soms verwoestende stroming van het rivierwater werden in de loop van  eeuwen verschillende delen van de granieten brug zwaar beschadigd. Maar het belang van de oever-verbinding was zo groot dat men keer op keer herstelwerkzaamheden uitvoerde.

Vrij snel na de stichting van de stad begonnen de Romeinen met de bouw van het halfcirkelvormige theater. Ongeveer zesduizend toeschouwers konden hier een zitplaatsje bemachtigen voor de toneelvoorstellingen. Het prachtige, inmiddels gerestaureerde decor met marmeren beelden en zuilen, waarmee het theater in de tweede eeuw werd verfraaid, vormt nog steeds de achtergrond voor toneel- en muziekuitvoeringen die 's zomers in het theater worden gehouden.

Pal naast het theater bouwden de Romeinen in het jaar 8 vC een ovaalvormig amfitheater, waar pakweg veertienduizend bezoekers van gladiatoren- en wilde-beesten-gevechten konden 'genieten'. In Romeins Spanje waren wagenrennen bijzonder populair. De beste renpaarden kwamen er vandaan en ook zeer succesvolle wagenmenners, zoals Diocles die door zijn 1462 overwinningen miljonair werd. Een Romeinse renbaan, een circus, heeft de vorm van een langgerekte rechthoek met afgeronde hoeken. Die van Augusta Emerita was maar liefst ruim vierhonderd meter lang en bijna honderd meter breed. Hier reden meestal vierspannen om het hardst terwijl het dertigduizendkoppige publiek luidkeels die wagenmenner aanspoorde, op wie het zijn geld had ingezet.

Vanwege de zeer warme en droge zomers in Extremadura was een continuë watervoorziening van levensbelang voor Augusta Emerita. De Romeinen legden enkele kilometers buiten de stad waterreservoirs aan die gevoed werden door kleine beekjes en riviertjes. De belangrijkste twee, tegenwoordig het Proserpina- en Cornalvo-stuwmeer geheten, bestaan nog steeds dankzij de Romeinse dammen.
Met onder- en bovengrondse watergoten werd het water van de stuwmeren naar de stad geleid. Om in het noorden van Augusta Emerita het dal van de rivier de Albarregas te overbruggen ontwierpen Romeinse bouwmeesters een constructie van 73 pijlers, die opgetrokken uit baksteen, beton en granietblokken met elkaar verbonden waren door middel van gemetselde bogen. Dit bouwwerk droeg de watergoot over het dal. Dat de overblijfselen van dit aquaduct ook vele eeuwen later nog indrukwekkend waren, blijkt wel uit de naam die men ze in de middeleeuwen gaf: Los Milagros, de Wonderen.

Resten van twee tempels in Mérida hebben op een wel heel bijzondere wijze tweeduizend jaar overleefd. De Romeinse tempel in het centrum van de stad, die in de volksmond - overigens zonder reden - bekend staat als Tempel van Diana, heeft zijn redding te danken aan Señor de Villamesía, die in de 16e eeuw een statig huis liet bouwen in het heiligdom. Daarmee bezorgde hij  archeologen en restaurateurs van nu een probleem. Want bij hun werkzaamheden moesten zij rekening houden met twee monumenten op één plaats: een Romeinse tempel én een Renaissance huis.

De heilige Eulalia, een jong meisje dat rond het jaar 305 om haar christelijke geloof de verbrandingsdood zou zijn gestorven, zorgde er indirect voor dat verschillende bouwelementen van een tweede tempel bewaard bleven. In de zeventiende eeuw vonden inwoners van Mérida ergens - we weten helaas niet waar - resten terug van een tempel die gewijd was aan Mars, god van de oorlog en beschermer van de akkers. De stukken zuil, fries en kapiteel gebruikten zij toen om een kapelletje te bouwen dat volgens de inscriptie niet aan Mars, maar aan Jezus Christus ... en zijn dienstmaagd Eulalia .. was gewijd. Het staat bekend als 'Eulalia's Oventje', Hornito de Santa Eulalia (boven). Veel passanten slaan hier in het voorbijgaan gauw even een kruisje.

Even verderop in een plantsoen staat het beeld van Eulalia met een klein oventje, het martelwerktuig, in haar hand. De zuilachtige onderbouw van het monument is heel bijzonder (rechts), want het bestaat uit verschillende opeengestapelde Romeinse altaren en een Romeins kapiteel.

En zo wandelend door Mérida wordt de bezoeker steeds geconfronteerd met het roemrijke verleden. Naast de genoemde nogal in het oog springende gebouwen is de stad gelardeerd met minder opvallende, maar zeker niet minder mooie, Romeinse resten zoals prachtige vloermozaïeken, grafmonumenten, stadsmuren en door karrewielen ingesleten straten. Zelfs putdeksels van de huidige riolering verwijzen naar de Romeinse periode; het wapen van de stad staat erop afgebeeld en dat stelt een Romeinse stadspoort voor, zoals die voorkomt op munten geslagen in de dagen van Augusta Emerita.

De schitterende vondsten uit het Romeinse verleden zijn verzameld in het 'Nationaal Museum van Romeinse Kunst'. Met recht mag het een uniek gebouw worden genoemd dat de architect Rafael Moneo Vallés, geïnspireerd door de Romeinse bouwkunst, ontwierp (1980-1985) op een plaats die in de oudheid net buiten de stadsmuur lag. Bij opgravingen vonden archeologen hier een gedeelte van het waterleidingskanaal, resten van graven en van woonhuizen met prachtige wandschilderingen. Na hun onderzoek lieten zij alles in situ en werd het museum er overheen gebouwd. Het resultaat is dat in de crypte van het nieuwe museum de Romeinse resten nog te zien zijn.
Als belangrijkste expositieruimte creëerde Moneo Vallés een grootse hal, waar de bezoeker hetzelfde gevoel van nietigheid ervaart als in zoveel Romeinse gebouwen. Een ruim 8.50 meter lange zuil afkomstig van de zgn. Tempel van Diana lijkt hier qua lengte geheel thuis te horen. Het dak bestaat voor een groot deel uit glas, zodat daglicht de talrijke kunstvoorwerpen belicht. Daar kan geen kunstlicht tegenop ! Als bezoeker krijg je hier een prima beeld van de inwoners en het dagelijks leven in deze eens zo belangrijke Romeinse stad.
 
Al deze Romeinse pracht en creativiteit in dit gedeelte van Spanje had ook een politiek doel. Augusta Emerita was hoofdstad van de Romeinse provincie Lusitania. Deze provincie lag in een uithoek van het rijk en werd bevolkt door mensen, die zich voordien tot het uiterste hadden verzet tegen de overheerser. Met de stichting van een Romeinse stad met Romeinse burgers en veel prachtige indrukwekkende Romeinse gebouwen, die de verfijning en het technisch vernuft van de Romeinse cultuur uitstraalden, hoopte de keizer de inheemse bevolking te imponeren en te romaniseren; hier werd deze politiek een succes.

Augusta Emerita of Emerita Augusta was een rijke en welvarende stad, later werd Mérida nooit meer zó belangrijk. Voor ons gelukkig, want hierdoor bleven de Romeinse ruïnes bewaard en kunnen we anno nu nog dwalen door een stad waar de Romeinse geest al ruim tweeduizend jaar heel tastbaar aanwezig is.