lezing: de fascinerende ruïnes van palmyra

 

Palmyra (Tadmor) kon gedijen omdat in dit woestijngebied van Oost-Syrië waterbronnen waren. Tot op de dag van vandaag is het een groene 'vlek' in een zand-gele omgeving. We weten weinig van de vroegste geschiedenis van de stad.
De grote rijkdom van de stad dankte Palmyra aan de handel (karavanen) die vooral vanaf de eerste eeuw nC bloeide. Keizer Hadrianus bracht de stad in 129 een bezoek.

Contacten met China, India, Indonesië en Sri Lanka zijn bewezen. Luxe-artikelen zoals zijde, peper, gember, saffraan, kruidnagel en kaneel werden verhandeld o.a. tegen glas, zout en aardewerk. Er waren gemeenschappen van Palmyrese handelaren in Dura Europos maar ook in Rome en Ostia. Dat betekende dat invloeden overal vandaag – uit de Romeinse, Griekse, Perzische, Aramese, Arabische, Joodse en Egyptische werelden – in Palmyra zicht- en hoorbaar aanwezig waren. Men leefde in de stad in stamverbanden en iedere stam had zo zijn eigen goden en heiligdommen. Prachtige tempelcomplexen zijn nog te zien; de grootste was de Bel-tempel met duidelijke Romeinse, Griekse en oosterse elementen. Langs de geplaveide hoofdstraat liepen zuilengalerijen en tegen deze zuilen stonden op consoles ere-beelden van belangrijke burgers. Overal zijn inscripties in het Griekse en Palmyrees teruggevonden. Prachtige huizen met peristylia werden gebouwd en sommige ruimten waren voorzien van een vloermozaïek. Mannen en vrouwen liepen in gewaden van linnen, katoen, wol of zijde, lagen aan of zaten op fraaiversierde bedden of zetels met prachtig bewerkte kussens. Vrouwen droegen een weelde aan sieraden. Het was een goed bestuurde en gemengde samenleving, waar zelfs prostituées belasting betaalden. Ook de laatste rustplaats van de rijke Palmyreees
– in toren-, tempel- of hypogaeum-vorm – was mooi aangekleed; de gestorven familieleden werden bijna levensgroot in steen of soms in schildering vereeuwigd.

Kortom, een lezing over een bijzondere & rijke stad.
Ook hebben wij een lezing over de markante 'koningin' van Palmyra: Zenobia.