ruïne-stad ephese

rijke wereldstad met wereldwonder en pelgrimsoorden

 

Ephese is nu een prachtige ruïne-stad, waar vooral het Romeinse verleden sterk tot de verbeelding spreekt: straten en eremonumenten, grote en kleine tempels, fonteinen en een bibliotheek, huizen met vloermozaïeken en muurschilderingen, badgebouwen, latrines en een groot theater, waar Paulus fulmineerde tegen in zijn ogen valse goden.

Behalve handelaren en toeristen kwamen in de oudheid ook veel pelgrims naar Ephese om de 'veelborstige' Artemis te bezoeken. De Grieken bouwden de eerste Artemis-tempel in de achtste eeuw vC op een veel ouder heiligdom, dat wellicht eveneens gewijd was aan een vrouwelijke vruchtbaarheidsgodin. Het veelbesproken en beroemde wereldwonder was een latere, vierde-eeuwse tempel, die na een moedwillige brandstichting werd gebouwd.

Toen de religie veranderde, bezochten pelgrims de grot van de Zeven Slapers en het vermeende huisje van Maria. Volgens een legende zouden Maria en Johannes de apostel hier gewoond hebben. Na zijn dood werd Johannes op de nabijgelegen heuvel begraven in een klein, houten kerkje, dat uiteindelijk door keizer Justinianus in de zesde eeuw werd vervangen door een prachtige, stenen nieuwbouw met zes koepels. Toen vanaf de zevende eeuw de situatie zorgelijk werd door aanvallen van moslims, trokken de bewoners van de laaggelegen en eeuwenoude stad Ephese naar de Johannes-heuvel. Ze vestigden zich rond de kerk en bouwden een ommuring.