lezing: cairo & de fatimiden

de stichting van een wereldstad

 

 

Op 5 augustus 972 verliet de Fatimiden-kalief al-Muizz zijn Tunesische paleisstad om voorgoed met zijn hele bestuur en hofhouding (en iedereen die in Egypte een nieuw leven wilde beginnen) naar Egypte te gaan.

Op 10 juni 973 ging hij zijn nieuwe Egyptische paleis­stad binnen die vanaf dat moment heette: al-Qahira al-Muizziya (de 'overwinnende' van al-Muizz, of kortweg Cairo) en bestemd was voor de vorst, zijn hofhouding en het leger. De rechtighoekige stad was voorzien van een leemti­chel-stads­muur met poorten. Aan het eind van de elfde eeuw werden de muren van steen gebouwd en drie indrukwekkende poorten gaven toegang tot de stad.

De Fatimiden wisten in de dertiger jaren van de elfde eeuw hun invloed en macht naar Syrië uit te breiden, maar in de tweede helft van die eeuw ging het bergafwaarts.  Egypte werd  geteisterd door droogte. De Nijl steeg onvoldoende, jaar na jaar. Dat leidde tot mislukte oogsten, hongersnood, sociale onrust en financiële problemen en inkrimping van het Fatimiden-gebied. Zo werd Sicilië  lang­zaam maar zeker door de Normandiërs ingenomen (1061-1091).
De Fatimiden bleven de heersers van Egypte tot 1171, toen Saladin de macht overnam.

Direct bij de stichting van de stad Cairo begon men met de bouw van de al-Azhar (schitte­rende) moskee, centrum van het religieuze leven. Veel kaliefen hebben later bijgedragen aan uitbreiding en verfraaiing van deze moskee. Meer moskeeën werden door de Fatimiden gebouwd, zoals de al-Hakim- en de al-Aqmar-moskee.

In het centrum van de stad lag het oost-paleis en het iets later (eind tiende eeuw) gebouwde west-paleis. Het enorme plein daartussen, waar parades en ceremonieën werden gehouden, stond bekend als Tussen Twee Paleizen. Onderaardse gangen maakte het mogelijk dat de kalief ongezien van het ene naar het andere paleis kon
rijden (te paard!).

De paleizen bestonden uit open hoven, grote ont­vangst-ruimten, bibliotheek, wooncom­plexen, paviljoens, keukens en mausolea. Omdat er vrijwel niets van deze paleizen bewaard gebleven is en archeologisch onderzoek in deze nog steeds drukbevolkte wijk van Cairo bijna onmoge­lijk is, laten we een ooggetuige aan het woord:

"in een van de zalen stond een troon die de hele breedte van de ruimte in beslag nam. Drie zijden waren van goud en versierd met jachtscènes en prachtige calligrafie, overal waren gordijnen, kussens en kleden van het mooiste brocaat ... de troon omringd door een gouden balustra­de was van een onbeschrij­felijke schoonheid en erachter bevond zich een zilveren trap ....".

In ieder geval kunnen we wel enkele voorbeelden van Fatimidisch houtwerk, delicate ivoortjes en prachtig aardewerk met in goudglas beschilderde figuren laten zien die bewaard gebleven zijn!

Echos van de weelde en van de paleis-inrichting zijn nog te herkennen in de twaalfde-eeuwse paleizen van de Normandi­sche koningen van Sicilië (Palermo).