1453 einde byzantium

hoe heeft het zover kunnen komen ?

 

Constantinopel (Istanbul) was een groots cultureel centrum ten tijde van de Byzantijnse keizer Justinianus (r.527-565). Maar na hem ging het bergafwaarts. Dieptepunt waren de bezetting en de plundering van de stad door de Europeanen tijdens de zg. vierde kruistocht (1204-1261). De laatste Byzantijnse dynastie die in Constantinopel zou regeren, de Palaeologi, beleefde haar bloeitijd in de regeringsperiode van  Michaël VIII (r.1259-1269) en zijn directe opvolgers.
Het Byzantijnse rijk werd steeds kleiner door de aanhoudende veroveringen van de Ottomanen en moest hen zelfs schatting betalen. Interne opvolgingsproblemen verzwakten het Byzantijnse rijk nog meer. Eind veertiende eeuw bestond het Byzantijnse rijk nog slechts uit Constantinopel en een klein gebiedje op de Peloponnesus (o.a. Mistra). De Ottomaanse dreiging werd steeds groter. 
De laatste Byzantijnse keizer Constantijn XI probeerde hulp van de paus en de westelijke vorsten te krijgen, maar de Griekse haat voor westerlingen was zo groot, dat het volk zich tegen de keizer keerde. Verschillende hoge ambtenaren "zagen liever de moslim tulband in de Stad dan de Latijnse mijter!" Constantinopel was uitgeput en had nog nauwelijks 50.000 inwoners. Onder hen bevonden zich maar weinig capabele strijders.

Osman Gazi (ca.1258 - ca.1323) was leider van Turkse nomaden uit Centraal Azië die zich in het begin van de dertiende eeuw aan de grens met het Byzantijnse rijk hadden gevestigd. Vlak na Osmans dood wisten deze Turken Brusa (Bursa) te veroveren en deze stad werd de hoofdstad van hun rijkje (1326). De Osmanen of Ottomanen, genoemd naar deze Osman Gazi, konden hun gebied ten koste van Byzantium en andere moslim vorstendommen verder uitbreiden. In 1361 werd Adrianopel (Edirne) veroverd en tot nieuwe hoofdstad gemaakt. Gebiedsuitbreidingen in Europa en Klein-Azië volgden. Eind veertiende eeuw was alleen Constantinopel nog niet veroverd en dat zou snel gebeurd zijn als niet Timur Lenk's Mongolen het Ottomaanse leger in 1402 bij Ankara geheel in de pan hadden gehakt. Vijftig jaar later kon de jonge sultan Mehmed II dát doen wat zijn voorvaders niet was gelukt: Constantinopel veroveren!

In maart 1453 zeilde Mehmed II via de Dardanellen en de Zee van Marmara naar Constantinopel waar hij in het zicht van de stad voor anker ging, terwijl de landlegers hun positie innamen voor de muren van Theodosius. De Ottomaanse legersterkte wordt geschat op 100.000 tot 150.000 man. De Byzantijnen en hun Venetiaanse bondgenoten verdedigden de Stad o.l.v. de keizer ("met zijn keizerrijk als lijkwade") en de Venetiaanse generaal Giustiniani. Ze vochten tot hun dood. De Stad was verloren.

Mehmed II veroverde Constantinopel op 29 mei 1453, waardoor hij de eretitel Mehmed de Veroveraar kreeg. De Turkse soldaten mochten Constantinopel drie dagen lang plunderen, de bewoners werden als slaven weggevoerd en de Hagia Sophia kerk werd de Aya Sofya moskee. Na de noodzakelijke herstelwerkzaamheden verplaatste Mehmed ongeveer een jaar later zijn zetel definitief van Edirne naar Constantinopel. De stad werd 'hervolkt' met Turken, Grieken en Armeniërs uit Klein-Azië en aan het eind van de vijftiende eeuw ook met Spaanse joden.