aanraders jeruzalem rotskoepel

 

The Crescent on the Temple
The Dome of the Rock as Image of the Ancient Jewish Sanctuary
by Pamela Berger

Leiden: Brill, 2012 - 367p., veel kleurenillustraties
Studies in Religion and the Arts, volume 5
ISBN 978-90-04-20300-6

 

Volgens de bijbelse verhalen was de tempel die Salomo in Jeruzalem bouwde rechthoekig van plattegrond. En dat gold ook voor de herbouwde tempel na de verwoestingen van Nebukadnezar (zesde eeuw vC) en voor Herodes' tempelbouw, die werd beschreven o.a. door Flavius Josephus. Deze tempel werd geplunderd en verwoest door keizer Titus in 70 nC. Hadrianus (117-138) wilde een nieuwe Romeinse stad stichten in Jeruzalem en dit voornemen (of wellicht ook andere maatregelen van hem) leidde tot de joodse opstand o.l.v. Bar Kokhba. Hadrianus' generaals wisten uiteindelijk de opstand te onderdrukken en de stad kreeg een nieuw uiterlijk en een nieuwe naam: Colonia Aelia Capitolina. Joden werd verboden de stad binnen te gaan. Op de Tempelberg stonden enkele beelden (Hadrianus, Jupiter?) en stond misschien en Jupiter-tempel.

Later in christelijk Jeruzalem was de Heilige-Grafkerk hét religieuze centrum. De Tempelberg werd bewust als ruïne in stand gehouden (Marcus 13.1-2) als een teken van de overwinnende, nieuwe religie (christendom). Maar voor de joden bleef het een bijzondere, een heilige plek. Zo meldde een christelijke pelgrim uit Bordeaux (333 nC) dat hij op de Tempelberg een doorboorde steen zag, die de joden elk jaar kwamen zalven. Er ontstonden joodse legenden die de Tempelberg associeerden met Abraham of met Jacob.

In 638 moest patriarch Sophronius van Jeruzalem na onderhandelingen de moslim heerschappij in Jeruzalem accepteren. Hoewel later de traditie de gebeurtenissen van toen  heeft ingekleurd, lijkt het erop dat kalief Umar (634-644) niets veranderde aan de christelijke aanwezigheid in de stad en vooral om praktische redenen de Tempelberg - in wezen ongebruikt en met ruïnes - koos als religieus moslim gebied in Jeruzalem.
Door deze nieuwe heersers veranderde de bevolking van Jeruzalem. Het christelijk Byzantijnse karakter veranderde, want er vestigden zich steeds meer andere (niet-Byzantijnse) christenen, joden en moslim families (Medina, Jemen) in de stad. Toen Arculf, bisschop van Gallië, tussen 679 en 688 Jeruzalem bezocht, vertelde hij dat "op die beroemde plaats waar eens de schitterende tempel stond, de Saracenen nu een gebedshuis [hebben] gebouwd dat gemaakt is van planken en grote balken over enkele ruïne-stenen. Hier gaan ze bidden en men zegt dat er plaats is voor 3000 mensen".

Abd al-Malik, de vijfde kalief van de Omayyaden (685-705), begon met grootscheepse bouwactiviteiten in Jeruzalem: administratieve gebouwen, opslagruimten, een paleis ten zuiden van de Tempelberg (Ophel) en de Rotskoepel, Kettingkoepel en al-Aqsa-moskee op de Tempelberg. De Rotskoepel werd in achtkant-vorm (diameter ruim 53m) gebouwd rond de uitstekende rots met grot eronder en bekroond met een koepel (diameter en hoogte ruim 20m). Schitterende, geaderde marmerenplaten en goudkleurige mozaïeken met Kufische teksten en vegetale ornamenten sierden binnen- en buitenkant. Behalve daadwerkelijk hergebruikt Byzantijns bouwmateriaal (spolia) zijn de Byzantijnse inspiratiebronnen (en vakmanschap) duidelijk aanwezig.
Vanaf de negende eeuw werd de Rotskoepel steeds vaker geassocieerd met de tempel van Salomo en deze werd dan als cirkelvormig of polygonaal gebouw weergegeven. In de tijd van de kruisvaarders werden de moslim gebouwen op de tempelberg aangepast: de Rotskoepel werd de Templum Domini en de kerk werd in 1141 officieel gewijd. Hoewel men wist (of kon weten) dat het ging om een moslim gebouw werd het dus geassocieerd met (het heilige der heiligen van) de tempel van Salomo.

Zowel joden als christenen gaven eeuwenlang Salomo's tempel de Rotskoepel-vorm (centraalbouw), of het nu ging om Van Eyck's Drie Maria's bij het graf of Perugino's Jezus geeft Petrus de sleutel (Sixtijnse kapel) of om een zestiende-eeuwse Venetiaanse drukkerslogo in joodse boeken of de afbeelding op joodse huwelijkscontracten. Zeker tot de jaren twintig van de twintigste eeuw gebruikten joodse kunstenaars de Rotskoepel-vorm om de tempel of the "Messianic Temple of the End of Days" weer te geven. Pamela Berger is van mening dat dit "suggests a feeling of kinship rather than hostility between Jews and Muslims". Maar dat veranderde in de loop van de twintigste eeuw, toen de situatie in en rond Jeruzalem veranderde. Berger legt uit hoe (orthodoxe) joden en moslims nu kijken naar de Tempelberg en de Rotskoepel en hoopt dat teksten en afbeeldingen uit het verleden "evoke a past that could be a model for the future, a different way of seeing the sacred history of the Temple Mount/Noble Sanctuary".

The Crescent on the Temple is chronologisch opgebouwd en de auteur geeft veel voorbeelden van de Rotskoepel-vormige tempel door de eeuwen heen, inclusief afbeeldingen ervan (de meeste in kleur). Pamela Berger schreef een goed gedocumenteerd boek over een fascinerend verschijnsel, nl. dat joden, christenen en moslims de Rotskoepel gebruik(t)en  voor hun eigen (letterlijke) vormgeving van het verleden. Het is een wetenschappelijke publicatie, maar ook heel toegankelijk voor alle geïnteresseerden in dit aspect van de Salomo-tempel-iconografie door de eeuwen heen.

Afbeelding op de boekomslag is een detail ("de Tempel") van een "Zicht op de heilige plaatsen", aquarel met inkt op papier uit de negentiende eeuw.


Publisher's information
: "The Crescent on the Temple by Pamela Berger elucidates an obscured tradition - how the Dome of the Rock came to stand for the Temple of Solomon in Christian, Muslim, and Jewish art. The crusaders called the Dome of the Rock the Temple of the Lord, while Muslim imagery depicted Solomon enthroned within the domed structure. Jews knew that the ancient Temple had been destroyed. Nevertheless, in their imagery, they commonly labeled the Muslim shrine The Temple. That domed Temple was often represented with a crescent on top. This iconography, long hidden in plain sight, reflects one aspect of an historical affinity between Jews and Muslims".