Op Cyprus zijn indrukwekkende herinneringen aan het verleden: Romeinse ruïnes, middeleeuwse forten, prachtige kleine kerkjes van binnen helemaal beschilderd, gotische kathedralen .... maar niemand, echt niemand zal de kapel in Pyrga - iets ten oosten van Larnaca -  als indrukwekkend omschrijven. De kleine rechthoekige kapel, van nog geen acht bij vijf meter, heeft aan de buitenkant als enige decoratie een kleine boog voor een kerkklok. Dat is alles. Toch weerspiegelt deze kapel op een bijzondere manier de laat-middeleeuwse teloorgang van Cyprus. De kapel was een 'koninklijke' kapel, in 1421 gewijd, zeer waarschijnlijk als onderdeel van een groot buiten van de Koning van Cyprus waarvan in de negentiende eeuw nog ruïnes te zien waren.

We stappen de kapel binnen en omdat we gewend zijn aan de kleurige rijkdom aan schilderingen in de orthodoxe kerkjes van Cyprus, is het even slikken van teleurstelling. Enkele duidelijk zichtbare opschriften in het vijftiende-eeuwse 'spreek-Frans' plaatsen deze kapel duidelijk aan de Latijnse - dus niet-orthodoxe - kant van de christelijke kerk. Van de bewaard gebleven schilderingen op de zijmuren is die van het Laatste Avondmaal (la sene dou jeusdi saint) het best bewaard gebleven. Alleen Christus en Petrus hebben een nimbus rond het hoofd en in een kom op tafel ligt een grote vis waar twee van de aanwezige apostelen hun hand al naar uitstrekken.

Op de rechte muur achter het altaar - er is geen sprake van een halfronde absis, zoals gebruikelijk - is een kruisiging te zien met een grafleggingsscène daaronder. Het bovenste gedeelte van de schildering is zwaar beschadigd, maar het onderste gedeelte blijkt het meest interessante. Hier zijn de Koning van Cyprus (rechts) en zijn vrouw afgebeeld. Het gaat om Janus, die vanaf 1398 Cyprus regeerde, en zijn (tweede) vrouw Charlotte de Bourbon. In koninklijke waardigheid knielen zij aan weerszijden onder het kruis. Niet alleen de middeleeuwse vroomheid van de vorsten is hier weergegeven, maar ook die van alle inwoners van Cyprus. Al generatieslang waren de Cyprioten zeer verknocht aan het Heilig Kruishout. Vlak bij Pyrga ligt de bijna 700m hoge Berg van het Kruis waarop het klooster van Stavrovouni staat. Volgens de legenden zou Constantijns moeder Helena na een droom hier een stuk van het net in Jeruzalem teruggevonden kruishout hebben achtergelaten. De Koning van Cyprus vereerde hier dus Christus maar ook een belangrijk religieus symbool van álle Cyprioten, zowel de orthodoxe als de Latijnse.

Wie was deze vorst die bijna meewarig "de goede koning Janus" werd genoemd? Zijn voorouders heetten Hugo, Peter, Hendrik of Jacobus ... waarom heette hij Janus, een naam nog niet eerder door een koning van Cyprus gedragen? Om hier achter te komen, gaan we terug in de tijd. Op 10 oktober 1372 werd Janus' veel oudere neef Peter II in de Nicolaas-kathedraal van Famagusta (rechts) gekroond tot Koning van Jeruzalem (op dat moment overigens een loze titel, want Jeruzalem was in handen van de Mamlukken). Na afloop van deze plechtigheid begonnen de problemen. Er waren op Cyprus al lang spanningen tussen leden van de koninklijke familie onderling en tussen Venetianen en Genuezen. Na afloop van de kroning ontstond buiten de kathedraal een twist: wie mocht de linker en wie de rechter teugel van het paard van de nieuwe koning vasthouden?

Gemor en een dreigend oproer, maar het kon nog in de kiem gesmoord worden. Tijdens het kroningsbanket ging het weer fout met als gevolg: plunderingen, moord en alle vormen van narigheid .... Vooral de Genuezen waren het doelwit. Toen de rust enigszins was teruggekeerd, eiste Genua van de koning van Cyprus genoegdoening voor de geleden schade. De koning was van mening dat het juist de Genuezen waren geweest die zijn kroning hadden verstoord en hij was niet van plan op de eisen in te gaan.
Genua nam het heft in eigen hand en veroverde o.a. Famagusta (1373). Genuezen moordden, plunderden en probeerden het hele eiland in hun macht te krijgen. Kortom, overal wapengekletter.

Uiteindelijk kwam er een overeenkomst tussen Cyprus en de Genuezen die door hun militaire overmacht harde eisen konden stellen. Zij namen de oom van de koning, Jacobus, gevangen en brachten hem samen met zijn vrouw naar Genua. Toen koning Peter in 1382 kinderloos overleed, kwam de kroon van Cyprus aan deze Jacobus, die toen nog steeds met zijn vrouw in Genua werd vastgehouden. In 1375 was hun zoon geboren. Een tijdgenoot meldt dat deze zoon Janus werd genoemd naar "Janus, de Trojaanse prins die na de verwoesting van zijn stad Genua stichtte". Na onderhandelingen mocht Jacobus terug naar Cyprus, terwijl zijn zoon Janus in Genua als onderpand moest achterblijven. Pas tien jaar later (1392) was vader Jacobus in staat zijn zoon los te kopen!

Janus zag dus pas als achttienjarige voor het eerst het eiland waarover hij eens vorst zou worden. In 1398 was het zover: zijn vader was gestorven en Janus werd Koning van Cyprus, Jeruzalem en Armenië, zoals zijn officiële titel luidde maar daadwerkelijk had hij alleen enige macht op Cyprus. Na een mislukt eerste huwelijk trouwde hij in 1411 Charlotte de Bourbon, die ook op de schildering van Pyrga is verbeeld (rechts). Zij overleed in januari 1422, waarschijnlijk tijdens de epidemie die het eiland toen teisterde. Samen hadden ze vier kinderen, o.a. de zoon die zijn vader zou opvolgen: Jan van Lusignan. Blijkbaar was de situatie op Cyprus tijdens hun eerste huwelijksjaren redelijk rustig. Immers, toen de hertog van Ferrara in 1412 op Cyprus aan Janus' hof verbleef, was hij onder de indruk van het prettige hoofse leven, maar lang zou dat niet duren.....

Janus was weliswaar koning van Cyprus, maar Genua had nog steeds in Famagusta de macht. Hij probeerde van alles om de macht van Genua te breken, maar dat lukte op geen enkele manier. Het eiland werd ook geteisterd door epidemieën en sprinkhanen deden zich te goed aan de oogst. Omdat Janus' macht op Cyprus beperkt was, konden piraten zich vestigen op de kust en zo Cyprus als uitvalsbasis voor hun strooptochten gebruiken. De Mamlukse sultan al-Ashraf Sayf al-Din Barsbay probeerde Janus te overtuigen van de noodzaak deze piraterij aan te pakken, want anders .......

Maar Janus was niet machtig genoeg om deze piraten te verdrijven en vanaf 1424 nam de Mamlukse sultan zelf maatregelen door strooptochten te houden in Limassol en een jaar later in Famagusta. De grote actie tegen Cyprus volgde in de zomer van 1426. Volgens de verhalen zond de sultan 180 schepen. Janus vroeg verschillende westerse vorsten en steden - vooral Venetië en Genua - om hulp; maar niemand reageerde. Janus leidde zelf zijn leger, vertrok uit Nicosia en heeft zeer waarschijnlijk en passant ook nog even in de Pyrga-kapel gebeden onder zijn eigen portret en dat van zijn vrouw (ze was al in 1422 overleden). Daarna trok hij ten strijde, met desastreuze gevolgen. Na de veldslag op 7 juli 1426 moesten hij en zijn mannen zich overgeven aan de Mamlukken, die na plundering van Cyprus met buit en krijgsgevangenen - inclusief Janus - naar Cairo terugkeerden.

In de triomftocht door de straten van Cairo werd de kroon van Cyprus op een ezel gebonden en Janus gezeten op een andere ezel moest meehobbelen. Kamelen en muildieren toonden de rijke Cyprus-buit aan de inwoners van Cairo. In het pas gebouwde religieuze complex van de sultan in het stadscentrum werd Janus' hoed opgehangen in de indrukwekkende ingang (rechts). Janus en de andere Cypriotische krijgsgevangen werden vernederd en sommigen werden gedwongen te kiezen tussen moslim worden of de dood.

Uiteindelijk werd Janus vrijgekocht en na maanden keerde hij op Cyprus terug: een gebroken man. Hij droeg zijn macht over aan zijn broer Hugo, de aartsbisschop van Nicosia, die tijdens Janus'  gevangenschap het eiland krachtdadig had bestuurd en opstanden - met de militaire hulp van de Johannieters - had weten te onderdrukken. Janus kreeg een beroerte en stierf in 1433.

 

De 'koninklijke' kapel van Pyrga lijkt misschien klein en onbeduidend, maar is een stille getuige van de historische lotgevallen van middeleeuws Cyprus. Een eiland dat sinds mensenheugenis een spil is tussen oost en west, soms met gunstige gevolgen zoals de bloei van de handel, maar - zo leert de geschiedenis - ook vaak met uiterst nare gevolgen. Janus heeft vooral dat laatste aan den lijve ondervonden.

Hoe klein en verstild de kapel nu ook is, het is de laatste tastbare herinnering aan die "goede koning Janus".