Na het opsommen van de beste herbergen - die van een fatsoenlijke, Baskische weduwe is schoon - ging Ford uitgebreid in op Jacobus en de legenden, want "zonder bekendheid met de geschiedenis van deze Sint-Joris van het Iberisch Schiereiland" is het moeilijk de kunst en het religieus karakter van Spanje te begrijpen. Ford relateerde het ontstaan van de Jacobus-legende met het islamitische verleden van Spanje en beschreef de "door de kerk goedgekeurde legenden": in 42 werd Jacobus in Jeruzalem onthoofd en in een bootje maakte zijn lichaam een zevendaagse reis naar Padrón en merkte Ford op "dat is écht een wonder, want zelfs de moderne Alexandria Steam Company lukt dat niet!". Jacobus' lichaam werd in Galicië in een aan Bacchus gewijde grot gelegd en vergeten totdat in de vroege negende eeuw Theodomirus, geleid door een ster, het graf terugvond. Elementen van de legende - of het nu de boottocht is of de gidsster - probeerde Ford terug te voeren naar de tradities in de klassieke wereld en van Herodotus tot Ovidius gebruikte hij onvertaalde citaten - van de lezer werd verwacht dat hij moeiteloos Latijn en Grieks kon lezen - om de oorsprong van een thema te vinden. Als een phoenix, zó zijn oude verhalen opnieuw door de Spanjaarden gebruikt.

Over de strooptocht van Al-Mansur in 997 is Ford vrij uitgebreid. Hij citeerde Arabische bronnen - deze wél in vertaling - en constateerde dat de Spaanse jezuïet Mariana, die in 1780 zijn Spaanse geschiedenis publiceerde, deze "vernederende verovering" met een paar regels afdeed en dan nog "met alle mogelijke fouten".  Christelijke bronnen vermeldden weliswaar dat als een soort hemelse vergelding Al-Mansurs paard stierf, nadat hij zijn voer uit een doopvont van de Santiago-kathedraal had gegeten, maar - merkte Ford met zijn droge humor op - waarschijnlijk werd de verandering van voer het rijdier fataal "net zoals bijna mijn eigen paard".

Het knallend vuurwerk aan de vooravond van Jacobus-dag, dat Ford overigens zelf niet gezien kan hebben, was zeer toepasselijk voor de Zoon van de Donder en tevens Luz y Patron de las Españas en behoorde tot die tradities die in stand gehouden werden in Compostela. Tradities waren heilig, want roem en rijkdom van de stad en geestelijkheid zijn daarvan afhankelijk; men is dan ook "niet echt blij met de progreso, ofwel de opmars van het intellect", aldus Ford.

De beschrijvingen van de kathedraal in het Hand-Book zijn uitgebreid en tussen de regels door blijkt de persoonlijke voorkeur van de auteur voor het aantrekkelijke kerkinterieur. Zelfs de zijkapellen - zo meende Ford - deden geen afbreuk aan de mooie kruisvorm van de plattegrond. De pijlers waren licht en elegant en contrasteerden met het enorme volume van de buitenmuren. Het baldakijnachtige hoogaltaar was ergerlijk barok en de zware engelen deden Ford absoluut niet aan de hemel denken.

Het stenen beeld van de zittende Jacobus werd door Mateo gemaakt voor Gelmírez en zijn volle en gewone gezicht met drankneus en twinkeloogjes behoorden - nog steeds volgens Ford - eerder aan een pafferig kanunnikje dan aan een kapitein-generaal, die eigenhandig 60.000 Moren in één keer zou hebben vermorzeld. Maar liever zag hij toch deze enigszins volkse beelden dan de verfijnde kerkkunst, want kerken vol schilderijen en beelden werden musea waar diep religieus besef ontbrak; "de Sirene van de schoonheid verleidde pelgrim en geestelijke", maar het "beledigde geloof" nam wraak met de iconoclastische reformatie.

Hoewel Ford nergens twijfel liet bestaan over zijn standpunten, bleef hij toch primair observator en beschrijver. Gelukkig maakte de kleding met kostbare versiering Jacobus meer tot heilige en legeraanvoerder; immers, de afgebeelde kanonnen verwezen naar de artillerie die bij Clavijo gebruikt zou zijn! Dankzij bemiddeling van een bevriende geestelijke mocht de protestant Ford - enigszins tot zijn eigen verwondering - de altaartrap op die leidde naar de kleine ruimte achter dit Jacobusbeeld. Daar plaatste hij zijn handen op Jacobus' schouders en kuste het schoudermanteltje. Ook voor deze traditionele kus, el fin de Romaje, vond Ford voorbeelden uit de oudheid, uit de vroeg-christelijke en moslim wereld.

Daarna moest de gelovige pelgrim te biecht gaan en wat Ford hierover dacht was de lezer van zijn gids al duidelijk toen hij eerder stilstond bij een biechtstoel in de kathedraal. Hij meende dat de Spaanse mannen het liefst hun vrouwen gered zagen van dit verschrikkelijk kruisverhoor waarbij de priester zijn neus stak in familiezaken en relaties. Na de communie ontving de pelgrim zijn "Compostella", een document waarin stond dat de pelgrim zijn pelgrimsplichten had vervuld en nu een figuurlijk schoongewassen "Romero of Hadji" was.

In de schatkamer van de kathedraal zag Ford het weinige van de kerkschatten dat de Franse plunderingen had overleefd. Speling van het lot wil dat hij wel een reliek beschreef dat sindsdien verloren ging, nl. het kruis dat koning Alfonso II aan het eind van de negende eeuw geschonken had en dat in 1921 werd gestolen en sindsdien spoorloos verdween. Ford kon het uiteraard niet laten om even tussen haakjes op te merken dat het échte stukje van het heilig kruis bij onderzoek perehout bleek te zijn!

Zoals Hercules' beenderen in zijn tempel van Cádiz op een onbekende plaats begraven lagen, zo wist niemand precies waar Jacobus' resten in de kerk aanwezig waren. Ford' constatering is juist, want in 1832 waren de relieken inderdaad 'weg'. In 1589 werden ze uit angst voor een aanslag van Drake in allerijl verstopt en ruim een halve eeuw na Ford's bezoek pas teruggevonden. Hij meldde alleen de geruchten van zijn tijd: "men zei" dat Gelmírez bewust de beenderen had ingemetseld in de fundamenten "zodat ze door niemand met impertinente curioso werden bekeken of door een vijand geroofd".

Hoewel Ford zelf geen enkel geloof hechtte aan de Spaanse Jacobustraditie en als eerste zijn kritiek min of meer wetenschappelijk probeerde te funderen, kocht hij toch een klein zilveren Jacobus-pelgrimsteken aangeprezen door de zilversmeden "als een bescherming tegen koorts en rovers". Hij bevestigde deze Santito aan zijn overjas en constateerde met enige ironie dat hij daarna tijdens zijn vele reizen naar alle uithoeken van Spanje nooit ziek was en ook nooit werd beroofd "behalve dan door herbergiers"!

 

 

 

 

 

 

 

Auteursrechten (copyright) van alle beelden en alle teksten op deze web-stek

 

 www.OudWeb.nl

berusten bij Conens & van Wiechen.

Verveelvoudiging van beeld en/of tekst in wat voor vorm dan ook

is alleen toegestaan na voorafgaande toestemming

van Conens & van Wiechen.

contact

 

 

Richard Ford was rijk, reislustig, nieuwsgierig, geletterd, opmerkzaam en protestant. Ongetwijfeld heeft zijn kennismaking in Londen met de Amerikaanse ambassadeur Washington Irving, die zijn hart verloren had aan Spanje en vooral aan de Alhambra-paleizen in Granada, ertoe bijgedragen dat Ford in november 1830 met zijn vrouw en drie kindertjes naar Sevilla trok. Hij zou er bijna drie jaar verblijven. Hij leerde Spaans, trok in Spaanse kleren incognito door de stad, bracht twee zomers door in de sprookjesachtige Moorse paleizen, bezocht te paard alle hoeken van Spanje, schreef en maakte schetsen van het leven rondom hem.

Op 13 mei 1832 verliet hij Sevilla en kwam via Mérida en Salamanca rond half juni in Santiago de Compostela aan. De wegen rond Santiago waren - volgens Ford - de slechtste ter wereld en hij gaf reizigers de goede raad: "als uw rijtuig in de modder blijft steken" is het aanroepen van Jacobus voor hulp, zoals Spanjaarden doen, zinloos. "Duw het rijtuig achterwaarts uit de modder, want naar voren rijden betekent alleen maar dieper vast komen te zitten". Ook het voer voor de lastdieren leverde problemen op. Ford's prachtige, Córdobese paard, gewend aan hooi en gerst, moest in Galicië genoegen nemen met haver en ondefinieerbaar afval; het dier werd ziek en stierf bijna.

Na een verblijf van twee dagen in Santiago de Compostela vervolgde Ford zijn weg naar Oviedo, León, Valladolid, Burgos en Bilbao; hij was rond 20 juli weer in Sevilla terug. In dik twee maanden uit en thuis. De notities van deze en volgende reizen vormden de basis voor zijn reisgids voor Spanje, geschreven tussen 1840 en 1845. Ford's A Hand-Book for Travellers in Spain and Readers at Home werd dé klassieke Spanje-reisgids. De schrijver kende de klassieke, Arabische en Spaanse bronnen en was genoeg protestant om kritiek te hebben op katholieke praktijken, maar tevens liberaal genoeg om niet kortzichtig te worden. In zijn toelichtingen bij Jacobus en Santiago de Compostela komt niet alleen Ford's belezenheid goed naar voren, maar ook zijn scepsis tegenover katholieke legenden en gebruiken.

naar andere

beeld-verhalen

 

 

Pietro della Valle

de Pelgrim

 ▼

de vliegende

Alexander de Grote

 ▼

de duif, de muis, de kraai, de schildpad & de gazelle

middeleeuwse klooster-

kerk Ste Foy in Conques

keizer Hadrianus

overzicht

Turkije: seldsjoekse

karavanserais

Prometheus

Romeins Tiddis

in Algerije

Qusayr Amra in

Jordanië

Alexander de Grote

de mythen

wereldwonder

Mausolus' graf

legenden van

de heilige Nicolaas

Alexander de Grote

scherven brengen ....

kennis

stad van de Omayyaden

Anjar in Libanon

Romeins Djemila

Cuicul in Algerije

fabeldier griffioen

obelisk in hartje

Istanbul

Qasr al-Hallabat

in Jordanië

middeleeuwse  ver-

halen in Vézelay

Syrië: middeleeuws fort

Qalaat Salah ad-Din

sultanin Shajarat ad-Durr

Sicilië: middeleeuwse

kloostergang Monreale

wereldwonder

Zeus in Olympia

Selimiye moskee, Edirne

keizer Hadrianus

in Lambaesis

Famagusta, Cyprus

Palmyra in Syrië

en Zenobia

Alhambra-vazen

knoopzuilen

hofkapel van Roger II

in Palermo

vliegende

kippenboutjes

de dodendans van

La Chaise Dieu

Romeins Timgad

Thamugadi, Algerije

wereldwonder

piramide van Egypte

Cairo:

Ibn Tulun moskee

middeleeuws fort Saranda Kolones bij Paphos, Cyprus

Mérida - het Rome

van Spanje

mamluks Tripoli, Libanon

Romeinse sarcofagen

Prometheus

jeugd keizer Hadrianus

al-Rifa'i moskee in Cairo

Romeinse vuurtoren

La Coruña

divit schrijfgerei

email aardewerk

Jupiter van Heliopolis

Baalbek in Libanon

Tunesië: mozaïeken van

Romeins Bulla Regia

Romeinse watermolen

Barbegal, Frankrijk

Cairo; Hasan-moskee

mamluks complex

Turkije: Apollo-orakel &

de pelgrims in Didyma

zgn. Bacchus-tempel

in  Baalbek, Libanon

Constantijns boog, Rome

I - hergebruik

II - stripverhaal

Richard Ford 1832 in Santiago de Compostela

Ottomaans borduurwerk

Turkije

Medina Azahara

paleis-stad bij Córdoba

Hattusa, hoofdstad

van de Hettieten

Salomonszuilen

San Juan de Ortega

in Noord-Spanje

god Saturnus

in Noord-Afrika

kleurrijke aardewerk

Caltagirone op Sicilië

keizer Hadrianus

Graeculus

Keltiberisch

Numantia in Spanje

calvaires bretons

Bretagne

Heracles - Hercules

zijn twaalf werken

wereldwonder

Artemis in Ephese

Italië: onbekend juweeltje

Sta Maria della Strada

Istanbul: hippodroom van Constantinopel

Pyrga, Cyprus

Istanbul: Justinianus'

Hagia Sophia kerk

wereldwonder: Babylon

Hadrianus in

Gerasa, Jordanië

middeleeuws strip-

verhaal in Fidenza

tegels in Jeruzalem

middeleeuws

Baalbek, Libanon

Romeins Aizanoi, Turkije

pelgrim Ibn Jubayr

in Palermo, 1184

Romeins Myra, Turkije

Kütahya aardewerk

bedevaartplaats

Tebessa in Algerije

Pompeii

Huis van de Faun

Driekop in Tuscania, Italië

zesde eeuws mozaïek

in Ravenna

Apuleius'  Madauros, Algerije

middeleeuwse

maanden in Chartres

sjaalvogeltje

Roelant - Roland

kooi-vogeltje

de donkere pelgrim

in 1203 te

Constantinopel

Ottomaanse architect

Sinan

Romeins Volubilis, Marokko

Haarlemse pelgrim

in 1611 te

Santiago de Compostela

Roestem Pasja moskee

in Istanbul

dames van stand

middeleeuws Spanje

Dionysos aan het woord

San Zeno in Verona

 

of naar zwart-wit

fotografie Ruud Conens