


|
© tekst & beeld conens & van wiechen |


|
Madauros was ook het intellectuele centrum van de regio. Twee eeuwen nadat Apuleius hier zijn Latijn leerde, kwam de tiener Augustinus hier enkele jaren studeren. Later herinnerde deze christelijke denker en schrijver zich nog de twee beelden van Mars die op het forum van Madauros stonden. Ze zijn niet meer, maar op een laag muurtje staan nog wel schots-en-scheef wat resten van beelden bij elkaar. Een man met toga, een torso van Apollo, een grafmonument ... Misschien ligt er ook nog onopgemerkt ergens een fragmentje van een bijzonder beeld. We weten namelijk - dankzij een teruggevonden inscriptie - dat de inwoners van Madauros een beeld hebben opgericht voor een "platoons filosoof"; wie kan dat anders geweest zijn dan Apuleius? |

|
Noch Apuleius noch Augustinus zouden het forum - het centrale, openbare plein van de stad - zoals het er tegenwoordig bij ligt niet meer herkend hebben. Dwars over het bijna vierkante plein, omgeven met zuilengalerijen, bouwde een Byzantijnse generaal van keizer Justinianus in 535 in de haast een vesting. Bouwmateriaal werd toen overal vandaan gesleept; zuilen, grafmonumenten, altaren, reliëfs, kortom alles wat van steen en bruikbaar was werd hergebruikt voor de vestingbouw. Op die manier hoopten de Byzantijnen Noord-Afrika weer onderdeel te maken van een groot rijk met Constantinopel (Istanbul) als centrum; deze droom zou nooit uitkomen. |
|
Augustinus heeft in Madauros wel het theater bij het forum gezien dat er in Apuleius' tijd nog moest komen; ook de badgebouwen zijn na de tweede eeuw gebouwd. Maar het forum, de straat, de huizen, de olijfpersen ..... dat alles moet Apuleius ook in zijn jeugd gezien hebben. Toen Madauros de jonge Apuleius niets meer te bieden had, studeerde hij verder in Carthago en verbleef langere tijd in Athene dat door de bemoeienissen van keizer Hadrianus aan een nieuw leven was begonnen als culturele hoofdstad van het Griekssprekende deel van het Romeinse Rijk. Apuleius dronk daar - zo schreef hij zelf - uit veel verschillende bekers .... "de elegante van de poëzie, de heldere van de geometrie, de heerlijke van de muziek, de bitterige van de dialectiek, en vooral de onuitputtelijke, hemelse van de alles omvattende filosofie" (vertaling Vincent Hunink). Apuleius reisde, werkte in de hoofdstad Rome als redenaar, maar keerde in het midden van de tweede eeuw weer voorgoed terug naar Noord-Afrika. In Oea (Tripoli, Libië) trouwde hij een oudere weduwe en werd door enkele familieleden van haar beschuldigd van toverpraktijken. Apuleius weerlegde de aanklacht briljant in een lange verdedigingsrede. Uiteindelijk trok hij weer naar het hem vertrouwde Carthago waar hij in midden jaren tachtig van de tweede eeuw stierf. Daar schreef hij naast filosofische werken en redevoeringen ook zijn verrukkelijke roman De Gouden Ezel, geïnspireerd door Griekse en wellicht inheemse Noordafrikaanse sprookjes en verhalen. Al eeuwen lang oefenen Lucius' avonturen een grote aantrekkingskracht uit op schrijvers, dichters, beeldhouwers, schilders en cineasten. Boccaccio's Decamerone, de renaissance bruidskisten van de Florentijnse bruidjes, de sprookjes van Grimm of Canova's meesterwerken ..... zouden er heel anders hebben uitgezien zonder De Gouden Ezel ! Lopend in de voetsporen van Apuleius en Augustinus door het zinderende Madauros realiseren we ons ook dat deze roman over nieuwsgierigheid en Fortuna zonder een fortuinlijk lot wellicht nooit bewaard gebleven zou zijn. Want hoe verschillend leef- en denkwerelden van Apuleius en Augustinus ook waren, wij hebben De Gouden Ezel zeer waarschijnlijk aan beiden te danken. Augustinus was een christelijk denker en schrijver, geboortig in Noord-Afrika net zoals Apuleius; een feit dat hij in een van zijn brieven duidelijk naar voren bracht. Augustinus was de eerste van wie wij weten dat hij Apuleius' roman had gelezen en die de titel van de roman Asinus Aureus meldde. Verder dacht Augustinus dat de roman min of meer autobiografisch was; een volgens moderne wetenschappers betwiste gedachte. Hierdoor kreeg Apuleius wel zijn voornaam, nl. die van de hoofdpersoon uit de roman en werd de auteur Lucius Apuleius genoemd. Augustinus was indirect waarschijnlijk ook verantwoordelijk voor het bewaren van de tekst! In de oudheid bleven teksten alleen bewaard als ze steeds weer opnieuw op papyrus of perkament werden overgeschreven .... en overgeschreven. In de vroege middeleeuwen gebeurde dat in kloosters, oasen van geletterdheid in een 'woestijn' van het harde leven waar noeste werkers allang blij waren dat ze de volgende dag te eten hadden. Waarom zou een monnik in zo'n klooster de moeite hebben genomen om zo'n oude Latijnse roman vol frivole en scabreuze avonturen te kopieren? Voor zover men kan reconstrueren belandde het enige resterende manuscript met de romantekst - in de achtste eeuw ? - in het grote klooster van Monte Cassino in Zuid-Italië. In de tweede helft van de elfde eeuw, toen dit klooster een intellectuele bloeitijd beleefde, werden veel oude en gehavende handschriften opnieuw gekopieerd. De monniken lieten zich in de keuze van de te kopieren handschriften leiden door de conditie van het perkament, maar ook door de eerbiedwaardige woorden van Augustinus. En laat deze christelijke schrijver nu in zijn werk dat hij rond 425 samenstelde refereren naar Apuleius én De Gouden Ezel. Misschien niet in een al te positieve zin, maar voor de Monte Cassino-monnik maakte dat geen verschil. Augustinus kende het werk en dus was het de moeite van het bewaren waard. En zo pende de monnik, hij pende en pende .... en wij denken: met rode oortjes, want Lucius' avonturen waren alles behalve passend bij het ordentelijke en kuise leven van een middeleeuwse monnik! We lopen terug via het Romeinse forum, ons wacht - helaas - geen Gouden Ezel maar een zilverwitte auto, als een oventje zo heet! |





|
Madauros was in de tweede eeuw een provinciestadje waar men vooral leefde van de olijven. Nu zijn er in de omgeving vrijwel geen olijfbomen meer, maar de stille getuigen zijn in deze ruïnes wel terug te vinden. Lopend onder een gloeiende zon over de Romeinse straat zijn de resten van een commerciële olijfpers nog duidelijk zichtbaar bij een van de huizen. Op de steen met ronde goot (linksboven) stapelde men enkele ronde rietmanden met daarin vermalen olijven. De eigenlijke houten pers is niet meer, maar het is voor te stellen hoe door druk op de rietmanden het vruchtnat en -olie uit de olijvenpulp werd geperst en via de ronde goot dit vocht werd geleid naar een grote rechthoekige opvangbak, iets lager gelegen. Nu groeit iets groens in die bak. Ongelooflijk hoe in zo'n gortdroge omgeving waar zelfs de distels vergelen dit struikje nog groen weet te blijven. |
|
Het had heel wat voeten in de aarde maar wij moesten en zouden de ruïnes van Madauros (Madaurus) bezoeken in het oosten van Algerije. De weg was moeilijk te vinden maar een passerende herder wist raad. Met een bijna typische mediterrane stelligheid beantwoordde hij onze vraag waar Mdaourouch - de moderne naam voor het Romeinse stadje Madauros - lag: "gewoon rechtdoor rijden!". Ook in dit geval bracht "gewoon rechtdoor" ons op de beoogde plek ....ruïnes, stenen, zuilen, romeinse straten ..... verlaten .... op één bewoond huis na .... alleen een hond leek daar onze aanwezigheid te raden .... hij begon vervaarlijk te blaffen en te grommen. Maar gelukkig hield hij het al snel in die bloedhitte voor gezien en ging in de schaduw van de enige boom weer liggen slapen. Hier stonden we dan eindelijk in Madauros ..... hier was rond 125 Apuleius, schrijver, filosoof en redenaar geboren. Hij kwam uit een redelijk welgestelde familie en zijn vader was "de belangrijkste man" van Madauros, zo schreef hij later. Hier leerde Apuleius - zijn volledige naam is niet bekend - zijn Latijn dat hij later zo speels zou gebruiken in zijn meest bekende werk: Metamorphoses ofwel De Gouden Ezel. Jaren geleden raakten we al in de ban van deze roman, waarin de ik-figuur Lucius door zijn nieuwsgierigheid en het onfortuinlijke lot in een ezel veranderde. Door zijn ezelsogen - hij behield gelukkig wel zijn menselijke verstand - mogen wij de Romeinse wereld van de tweede eeuw mee-beleven: de harde werkelijkheid van de slaven, de erotische avontuurtjes van de doortrapte molenaarsvrouw, de liederlijkheid van sommige priesters, het gezapige leventje van een eenvoudig boertje of het spectaculaire ballet in het theater .... Sinds we deze roman lazen werden we ook meegesleept door het prachtige sprookje van Amor & Psyche, verteld door een dronken oude vrouw ...... elders vertellen we er meer over. Nu is Madauros aan de beurt, hier begon het dus allemaal .... De ruïnes lagen er verstild bij. Nadat de hond weer was ingedut leek er geen levende ziel te bekennen ...... of toch wel ? Ja, een knaap die razendsnel op zijn blote voeten van steen naar steen hoppend het zijn taak achtte ons woordenloos rond te leiden; of liever: wij gingen onze weg en hij hield ons nieuwsgierig in de gaten .. .... |
