|
Inscripties - in steen of in ander hard materiaal gebeitelde opschriften - zijn onontbeerlijk om het Romeinse verleden te leren kennen. De rijke elite schonk geld voor een openbaar gebouw en dat gebaar werd maar al te graag vereeuwigd; ook een belangrijke gebeurtenis - zoals bijvoorbeeld de komst van de keizer of de stichting van een stad - moest gememoreerd. Maar ook dankzij inscripties maken we soms kennis met eenvoudige mensen van wie het grafschrift of droedels bij toeval bewaard bleef. Kortom, inscripties kunnen als het ware Romeinse ruïnes weer even laten her-leven ..... als voorbeeld hier Thamugadi in de Romeinse provincie Numidia ofwel Timgad in Algerije.
Toen Lucius Munatius Gallus als legatus - bevelhebber - van het Derde Legioen Augusta in Noord-Afrika gestationeerd was, stichtte hij Colonia Marciana Traiana Thamugadi in opdracht van keizer Trajanus in het jaar 100. De stad groeide erg snel; veteranen, boeren, handelaren ... 15.000 inwoners, allemaal wisten ze het in de tweede eeuw: Thamugadi heeft 't ! .... meer dan twaalf grote openbare badgebou-wen, een tiental fonteinen leverden verfrissend zuiver water, openbare latrines waren nooit ver weg en boodschappen kon je doen in zeker vijf (overdekte) winkelcom-plexen. Zes stadspoorten weerspiegelden de status van de stad, een theater en een prachtige openbare bibliotheek zorgden voor aangename tijdspassering na het werk en in tien grote tempels hadden verschillende goden hun vaste plek |

|
Via de hoofdpoort in het noorden liep de Romein Thamugadi binnen en al direct waren langs de 5 meter brede noord-zuid hoofdstraat (cardo maximus) huizen gebouwd, waarvan enkele zelfs privé thermen hadden. In de derde eeuw liet M. Julius Quintianus Flavius Rogatianus een prachtige bibliotheek bouwen ter waarde van 400.000 sestertiën, die hij aan de stad schonk. Zijn 15m brede gevel met zuilgalerij aan de straat gaf toegang tot een halve cirkelvormige ruimte met marmeren treden naar de nissen waar boekrollen in houten kasten lagen opgeslagen. Dit gebouw gaf de stad allure; immers Rogatianus liet zich voor het ontwerp inspireren door de plattegrond en de vorm van een bibliotheek in de hoofdstad Rome een eeuw eerder gebouwd door de beroemde architect Apollodorus van Damascus. |
|
Overal stonden beelden, o.a. had Marcus Annius twee beelden van de overwin-ningsgodin Victoria laten plaatsen. Annius was een belangrijke veteraan van het Derde Legioen Augusta en wilde door het plaatsen van deze beelden Trajanus' overwinningen aan de oostgrenzen van het Romeinse Rijk visualiseren in dit Noordafrikaanse stadshart. In diezelfde eerste helft tweede eeuw hadden ook Annius' familieleden veel geld over - bijna 30.000 sestertiën - voor het oprichten van een standbeeld van Fortuna. Tweehonderd jaar later werd op een zeskantige basis een standbeeld geplaats van de onfortuinlijke keizer Julianus (361-363), die van christelijke schrijvers de bijnaam Apostata (Afvallige) kreeg. Verder stonden op het forum beelden van Mercurius, Concordia en van verschillende keizers. Alleen de inscripties zijn gebleven. Ook die opgedragen aan Publius Flavius Pudens Pomponianus, ook wel Vocontius genoemd. Deze oud-militair was een zeer goed redenaar en paarde Griekse welsprekendheid met Romeinse elegantie. |



|
Het forum van Thamugadi, het letterlijke en figuurlijke hart van de stad, was een van de allergrootste van Noord-Afrika. Het forum bestond uit een groot plein waaraan zuilengalerijen en belangrijke bestuurlijke gebouwen. Ergens op de bestrating heeft een inwoner zijn levensfilosofie ingekrast: Venari, lavari, ludere, ridere, occ est vivere ofwel: Jagen, baden, spelen, lachen ... dat is leven! |
|
Vlakbij het forum stond het theater dat in de regeringsperiode van keizer Marcus Aurelius werd gebouwd en wellicht 4.000 toeschouwers een plaatsje kon geven. L. Germeus Silvanus waardeerde zó dat hem het ambt van augur was verleend tijdens de regering van Septimius Severus (193-211) dat hij de stad 21.200 sestertiën schonk voor het oprichten van een Mercurius-standbeeld en voor het organiseren van twee toneelvoorstellingen. In diezelfde periode was de oud-bevelvoerder van het derde legioen Augusta, Marcus Plotius Faustus Sertius, getrouwd met Cornelia Valentina Tucciana Sertia; samen woonden ze in een groots huis in het zuiden van de stad. Hun standbeelden hebben ooit gestaan in de overdekte markt die zij aan de stad schonken. Deze markt was prachtig gedecoreerd met verschillende reliëfs vol 'barokke' bladeren en wijnstokken. |
|
Kwam een soldaat vanuit het legerkamp Lambaesis naar Thamugadi, dan bereikte hij de stad via deze - zogenaamde Trajanus - poort. Vóór de poort stonden twee beelden op octogonale bases: Mars links en Concordia rechts. Beide beelden waren geschonken door Lucius Lucinius Optatianus die op deze manier de stad bedankte voor het verkrijgen van zijn belangrijke functie; het kostte hem maar liefst 35.000 sestertiën. |
|
Publilius Caeionius Caecina Albinus eerde in de tweede helft van de vierde eeuw, toen het christendom steeds populairder werd, nog de oude goden en restaureerde het Kapitool, de hoofdtempel van de stad gewijd aan Jupiter, Iuno en Minerva. Verder stak hij (365-366) geld in de bouw van een kleding- en stoffenmarkt. Hij was ongetwijfeld een van de inwoners van Thamugadi die graag het Julianus-standbeeld op het forum zagen staan; immers zij moesten niets hebben van die nieuw-lichterij der christenen. Net als keizer Julianus wilde ook Publilius de oude goden in ere herstellen. |
|
Verder leefden in Thamugadi: priester Caius Nonius Donatus, het echtpaar Flavius Donatus en Iulia Terulla, P. Julius Liberalis, die zijn stad een prachtige fontein - prijs: 32.348 sestertiën - schonk, ook Gemina Faustina en Corfidius Crementius, die treurde om de teloorgang van zijn stad en enkele huizen restaureerde. Lucius Acilius Granianus gaf zijn schoonvader Julius Januarius beelden van Asclepius en Hygiea. Niet alleen de elite van de stad blijft herinnerd dankzij de inscripties. Door de straten van Thamugadi liepen ooit Geminia Faustina en twee vrouwen die allebei Caecilia heetten. Van beiden zijn hun grafmonumenten bewaard: de een stierf op 21-jarige leeftijd de ander werd 65 jaar. De 21-jarige Caecilia kreeg ook een prachtige stenen plaat mee waarop symbolisch een maaltijd - met het serviesgoed ! - was vereeuwigd. Rond Thamugadi zijn twee grote necropoleis gevonden. Men begroef de doden in eenvoudige graven bedekt met aardewerk dakpannen, men zette hen bij in sarcofagen of plaatste de asurn in de grond. Kon er nog wel een stenen grafmonumentje van af dan was dat een staande stele of een liggende, half afgeronde steen. Het grafschrift van Cornelia Valentina noemde niet alleen haar naam, maar ook de volgende woorden:
"Ach, ik hoopte op een lang leven. Na het einde, na de dood is er niets meer voor mij; ik wil niet meer en ik begeer niet meer".
●
Auteursrechten (copyright) van alle beelden en alle teksten op deze web-stek
www.OudWeb.nl berusten bij Conens & van Wiechen. Verveelvoudiging van beeld en/of tekst in wat voor vorm dan ook is alleen toegestaan na voorafgaande toestemming van Conens & van Wiechen.
|
















|
naar andere beeld-verhalen
▼ ▼
▼ ▼ de duif, de muis, de kraai, de schildpad & de gazelle ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ middeleeuws fort Saranda Kolones bij Paphos, Cyprus ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ Constantijns boog, Rome ▼ Richard Ford 1832 in Santiago de Compostela ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ Istanbul: hippodroom van Constantinopel ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼ ▼
▼ |