|
Deze Zeus-tempel is tegenwoordig de blikvanger van Aizanoi. Gebouwd op de oude bewoningsheuvel - die daarvoor werd geëgaliseerd - steekt de tempel prachtig uit boven de vlakte. Vanwege geldgebrek verliep de beginfase van de bouw moeizaam. De landbouwgebieden van de tempel waren verpacht aan boeren en deze weigerden hun pachtgelden te betalen omdat er geen overeenstemming was m.b.t. de hoogte ervan. De gouverneur vroeg raad aan keizer Hadrianus die in alle redelijkheid besliste de hoogte van de pachtgelden te relateren aan bestaande pachtovereenkomsten van omliggende landbouwpercelen. De briefwisseling werd zó belangrijk geacht dat uiteindelijk de Griekse en Latijnse teksten ervan op de tempelmuren werden aangebracht. |
|
Overal op en aan de tempel zijn traditionele ornamenten te zien: meanders, bladeren, eierlijsten, cassettenplafonds etc. Niet alleen is een deel van de cella-muren bewaard gebleven, ook de middenbekroning van het fronton van de achtergevel is prachtig bewaard gebleven: tussen blader-ranken is een één-meter-hoge buste te zien van een vrouw (?). |





|
In het podium, waarop de tempel staat, is een overwelfde kelderruimte gebouwd (ongeveer 9 x 25m). De functie van deze ruimte, die toegankelijk was via treden aan de achterkant van de cella, is niet duidelijk. Sommige onderzoekers zien hier een nieuwe cultusplaats voor de traditionele Meter Steunene, anderen denken aan een orakelplaats. De tempel beheerste oorspronkelijk een groot rechthoekig plein omgeven door zuilengalerijen, maar daar is vrijwel niets van bewaard gebleven. Aizanoi had natuurlijk ook zijn centra voor vermaak en ontspanning: een theater en thermen, die enigszins met onze sauna's zijn te vergelijken, maar ze waren veel grootser van opzet. Het theater was in de tijd van keizer Hadrianus gebouwd en Eurykles droeg in 160 nC rijkelijk financieel bij aan de ongebruikelijke uitbreiding van dit theater met een stadion. Sommige nieuwbouwplannen waren wellicht iets te hoog gegrepen voor Aizanoi, want niet alles werd voltooid. Dat had ook te maken met de algemene verslechtering van de economische toestand in de derde eeuw. Om de inflatie en de toenemende rijkdom van profiteurs tegen te gaan vaardigde keizer Diocletianus in 301 het zgn. prijzen-edict uit waar vaste prijzen voor voedsel, textiel, transport en lonen werden genoemd. Een timmerman, die ongeveer twee keer zoveel verdiende als een ongeschoolde arbeider, kon met zijn loon van ten minste twee dagen werken een paar schoenen en met het loon van elf dagen een kant-en-klaar wollen gewaad betalen. Fragmenten van een afschrift van dit edict zijn in Aizanoi op stenen platen teruggevonden, bevestigd aan een ouder, rond gebouwtje. Wellicht was het een monument midden op de plaatselijke markt; een toepasselijke locatie voor een lijst met vastgestelde maximum-prijzen. Overigens heeft het edict weinig effect gehad. Aan het eind van de 4e eeuw beleefde Aizanoi weer een korte bloeiperiode. De tijden waren veranderd: het christendom was de belangrijkste religie geworden. Het verlaten stadion werd als steengroeve gebruikt, de Artemis-tempel afgebroken en bouwfragmenten werden hergebruikt om een deel van de hoofdstraat te voorzien van prachtige zuilenhallen. De bisschop nam zijn intrek in een van de badgebouwen en de Zeus-tempel werd ingericht als kerk. Deze bloeiperiode duurde niet lang; zoals met zoveel steden ging het ook met Aizanoi vanaf de 5e eeuw bergafwaarts, maar de stad bleef bewoond. In de laat-antieke zuilenhallen langs de hoofdstraat richtten handelaren en ambachtslieden hun winkeltjes in, maar enige tijd later (waarschijnlijk zesde eeuw) stortte alles in. In de middeleeuwen werd de Zeus-tempel nog intensief gebruikt. Niet als tempel of kerk, maar als vesting. Allereerst verschansten zich hier Byzantijnen en daarna waarschijnlijk ook Seldsjoeken, in de dertiende eeuw veroverde de Turkmenen-stam van de Çavdaren de tempel. Zij gaven het dorp zijn huidige naam: Çavdar-hisar betekent Vesting van de Çavdaren. Ook Aizanoi werd in de veertiende eeuw deel van het Ottomaanse rijk en zeker vanaf de zestiende eeuw vestigden zich weer boeren langs de oevers van de Penkalas (nu: Koca) rivier.
En nu ... ? Veel bewoners van Çavdarhisar zijn na de aardbeving van 1970 weggetrokken naar het nieuwe dorp dat twee kilometer verderop ligt aan de Kütahya-Gediz weg. En archeologen blijven in het 'oude' Çavdarhisar druk bezig met onderzoek, opgravingen en restauratie van de tastbare resten van het antieke Aizanoi. Maar ze hebben eveneens oog voor het dichterbij gelegen verleden. De traditionele Anatolische huizen en voorraadschuren, gebouwd van leem en hout op een stenen onderbouw, waarbij soms antieke bouwelementen werden hergebruikt, worden ook in kaart gebracht en behouden.
Aizanoi - Çavdarhisar ... een bijzondere stad. In de ondergaande zon zien we schapen grazen in het oude Romeinse stadion. Verleden en heden lopen letterlijk door elkaar heen .... |
|
Toen deze financiële problemen de wereld uit waren, begon men met de bouw van de tempel (oppervlakte ruim 21 x 36m). De tempelzuilen - 8 aan de korte en 15 aan de lange tempelzijden - zijn monolieten en ongeveer 9 meter hoog en hebben een Ionisch kapiteel. Direct onder de krullen van het kapiteel zijn leuke kleine amfoortjes gebeeldhouwd. Een speels detail dat slechts zelden in de Romeinse kleinaziatische tempel-architectuur voorkomt. |














|
© tekst & beeld conens & van wiechen |
|
Ruim 55km ten zuidwesten van Kütahya ligt op de Phrygische hoogvlakte het dorpje Çavdarhisar. In de zomer van 1824 had een Engelsman er maar liefst tien uur voor nodig om deze afstand te overbruggen. Na zijn lange rit mocht hij zich de eerste Europeaan noemen die de resten van de antieke stad Aizanoi had 'teruggevonden'. Hij bleef er twee dagen om daarna zijn reis in zuidwestelijke richting voort te zetten. Begrijpelijk dat hij van de ruïnes onder de indruk was en rustig de tijd nam; de Zeus-tempel van Aizanoi is zelfs nu nog de best bewaarde Romeinse tempel van Anatolië !
Het huidige Çavdarhisar ligt aan weerszijden van het kleine riviertje dat eens bekend stond onder de naam Penkalas. De alleroudste sporen van bewoning dateren in ieder geval uit het derde millennium vC. Generaties lang werd dezelfde plaats bewoond aan de westoever van de rivier en langzaam maar zeker ontstond er een tell, een bewoningsheuvel. Vast staat (nog) niet of er sprake is geweest van een continuë bewoning. Buiten de nederzetting, ongeveer twee kilometer ten zuidwesten, werd - zoals elders in Phrygië - in een grot de "grote" godin van de natuur geëerd, in Aizanoi onder de naam Meter Steunene. Het ging de inwoners van Aizanoi voor de wind zeker toen de stad onderdeel werd van het grote Romeinse Rijk. De inwoners hielden schapen en bewerkten de vruchtbare velden rondom de stad. De export van wol, graan en wijn zorgde voor goede inkomsten en de stad werd belangrijker. In het midden van de 1e eeuw besloot men de stad grondig te vernieuwen en de uitstraling te geven van een échte "Romeinse" stad. Men verliet de oude bewoningsheuvel om dichterbij de rivier - daar waar de pottenbakkers in de 1e eeuw vC hun ateliers hadden - op de oost-oever een nieuwe stad te plannen. Allereerst werden oudere gebouwen, zoals de pottenbakkers-ateliers, met de grond gelijk gemaakt, alles geëgaliseerd en nieuwe oevermuren van grote kalksteenblokken gebouwd. Blikvanger in deze nieuwe stad was de Artemis-tempel, die ook op munten werd afgebeeld. We weten (nog) niet waren deze tempel precies heeft gestaan; alleen bouwonderdelen, zoals zuilen hergebruikt in latere bouwwerken, werden door archeologen teruggevonden. Deze Artemis-tempel kwam niet in plaats van het oude grot-heiligdom buiten de stad. Deze traditionele cultusplaats bleef belangrijk voor de inwoners van Aizanoi; de hoofdstraat van de nieuwe stad en de zuidpoort werden georiënteerd naar dit heiligdom. Langs deze weg lagen - uiteraard buiten de stadspoort - ook enkele mausolea van rijke inwoners van de stad. In een inscriptie worden de namen genoemd van een zekere L. Claudius Severinus en zijn vrouw Berenike. Misschien waren zij de schoonouders van een van de meest invloedrijkste inwoner van de stad: Marcus Ulpius Appuleius Eurykles. Hij entameerde de bouw van grootse openbare gebouwen, zoals stadion, badgebouw en de stenen brug die nu nog steeds gebuikt wordt. Hij zat voor Aizanoi (153-157 nC) in het Panhellenion, een soort vereniging van Griekse steden ingesteld door keizer Hadrianus in Athene, en kreeg veel eerbewijzen, o.a. een persoonlijke brief van keizer Antoninus Pius. Hij was blijkbaar zo verguld met die keizerlijke brief dat hij de tekst liet uithakken in de muren van de nieuwe Zeus-tempel. |

|
OudWeb - Aizanoi Turkije |
|
naar onze beeld-verhalen
▼ ▼
de duif, de muis, de kraai, de schildpad & de gazelle
middeleeuws fort Saranda Kolones bij Paphos, Cyprus
Constantijns boog, Rome
Richard Ford 1832 in Santiago de Compostela
Istanbul: hippodroom van Constantinopel
Aesculapius-tempel in Lambaesis
|