© tekst & beeld  conens & van wiechen

Hadrianus

portret van een reizend keizer

naar overzicht

AQUINCUM

 

Dacia was een nieuwe Romeinse provincie en Hadrianus had in ieder geval een gedeelte van de strijd meegemaakt en - volgens geschreven bronnen - was zijn optreden krachtig en doeltreffend. Trajanus zou hem ook gunsten hebben verleend, zozeer zelfs dat Hadrianus gesterkt werd in de hoop om eens als opvolger van de keizer te worden aangewezen. Toen in 107 keizer Trajanus in Rome zijn triomf over Dacia vierde en krijgsgevangen Daciërs als gladiatoren moesten 'optreden', was Hadrianus niet in Rome. Hij verbleef opnieuw in Aquincum (Budapest). Niet als militair tribuun zoals in 95/96, maar als gouverneur van Pannonia Inferior en tevens als opperbevelhebber. Een belangrijke functie in deze grensstreek van het Romeinse Rijk, waar hij de militaire discipline uitstekend wist te handhaven en de vijanden aan de overkant van de Donau in toom wist te houden.

DELFI

 

In 110 reisden Hadrianus en Sabina naar Athene. We kunnen ons goed voorstellen dat ze vanuit Rome de Via Appia - door een dichter ooit de koningin van de wegen - richting Brindisi namen. Hoewel het laatste stuk van de weg nog net niet voltooid was, bereikten ze de haven en namen een schip naar Griekenland. Waar ze aan land kwamen weten we niet met zekerheid. Wel is het waarschijnlijk dat Hadrianus een bezoek bracht aan de wijsgeer Epictetus. Deze filosoof uit Syria, door Domitianus verbannen, woonde nog steeds in zijn verbanningsoord Nicopolis, letterlijk "Zegestad" gesticht 140 jaar eerder toen Octavianus - de latere keizer Augustus - hier Cleopatra en Marcus Antonius had verslagen (Actium). Volgens de bronnen behandelde Hadrianus Epictetus "met grote vriendelijkheid". Daarna kon Hadrianus over land naar Athene zijn gereisd, onderweg een bezoek brengend aan het meest eerbiedwaardige heiligdom uit de oudheid: Delfi. Zeker is dat Hadrianus geld fourneerde om restauraties in het Apollo-heiligdom mogelijk te maken, maar dat kan ook geweest zijn naar aanleiding van een later bezoek. Hoe dan ook we stellen ons zo voor dat Hadrianus en Sabina over de eeuwenoude stenen liepen naar de tempel van Apollo, waar nog steeds mensen naar toegingen om raad te vragen. Maar een tijdgenoot van Hadrianus klaagde ook al over die "mannen die zich gids noemen". Ze vielen bezoekers lastig en raffelden hun teksten aan één stuk door af. Dát was het grootste bezwaar tegen deze 'gidsen': ze hielden nooit hun mond dicht. Ze rebbelden eindeloos over kleine feitjes en over dingen die er al niet meer waren maar wel ooit in het heiligdom hadden gestaan! Misschien dat ook na zijn bezoek Hadrianus' oren tuitten van al dat triviale gebabbel ....

ATHENE

 

Graeculus Hadrianus arriveerde nu in hét centrum van Griekse kunst en cultuur, in Athene. Wellicht was dit zijn eerste bezoek aan die zo vermaarde - maar nu ingeslapen - stad. In Rome had hij mogelijk al kennis gemaakt met C. Julius Antiochos Epiphanes Philopappos, nazaat van de koning van Kommagene (ZO-Turkije), en diens zus Julia Balbilla. Nu kon Hadrianus een gastvrij onderdak vinden in Philopappos' huis in Athene. In ieder geval leerden ze elkaar beter kennen en de dichteres Julia Balbilla werd een van de beste vriendinnen van Sabina. Hadrianus bezocht de oude Acropolis, hij bewonderde de dragende marmeren vrouwen - de Karyatiden - van het Erechteion en het schitterende beeld van Athena, ruim vijf-en-een-halve eeuw eerder van goud en ivoor vervaardigd door de meesterbeeldhouwer Phidias. Misschien kocht hij er wel een verkleinde replica van het beeld. Zo'n 1m hoge marmeren replica van Phidias' Athena werd door archeologen teruggevonden. Gelukkig maar, want dankzij dit soort Romeinse "souvenirs" weten we nu nog hoe Phidias' 12m hoge Athena-beeld, waarvan geen splinter bewaard bleef, eruit heeft gezien. Hadrianus moet zich thuis gevoeld hebben in Athene en de inwoners van Athene waren blijkbaar ook op Hadrianus gesteld, want in 112 werd hij ereburger van de stad!

Eind oktober 113 vertrok keizer Trajanus met zijn vrouw Plotina en nicht Matidia, de moeder van Sabina, naar het oosten. Er gistte iets aan de oostelijke grens van het Romeinse Rijk. Rivaliserende vorsten stonden elkaar daar naar het leven en misschien was dat wel het goede moment om Romeinse orde op zaken te stellen. Hadrianus en Sabina voegden zich ook bij het grote gezelschap dat eind 113 aankwam in Antiochië (Zuid-Turkije). Er werd met de Parthen onderhandeld en gevochten. Trajanus' plannen om het Romeinse Rijk ten oosten van de Eufraat uit te breiden leken aanvankelijk uitvoerbaar; nieuwe provincies worden aan het Rijk toegevoegd: Armenia (114), Mesopotamia (115) en Assyria (116). Tussen alle strijd-bedrijven door maakten ze begin 115 een grote aardbeving in Antiochië mee. "Heel de aarde beefde, gebouwen vlogen door de lucht, bomen raakten ontworteld en overal was stof, stof en nog eens stof. Mensen raakten bedolven onder brokstukken en stierven en Trajanus wist zich op het nippertje in veiligheid te brengen door uit een raam te springen", als we een Griekse bron mogen geloven.

De belegering van Hatra (N-Irak) mislukte en Trajanus raakte gewond. Elders in het Romeinse Rijk braken opstanden uit en de keizer besloot om even de strijd in het oosten te staken en richting Rome te gaan. Hij liet Hadrianus in Antiochië als gouverneur achter, terwijl hij samen met Plotina en zijn hele hofhouding aan de thuisreis begon. Aan de Turkse zuidkust stortte de 64-jarige keizer in, mogelijk kreeg hij een beroerte. Hoewel hij Hadrianus duidelijk als zijn opvolger had gezien, had Trajanus nooit werk gemaakt van een officiële adoptie. Net vóór zijn dood zou hij de adoptie van Hadrianus hebben bekrachtigd. Kwade tongen beweerden dat Plotina na Trajanus' dood de adoptie had bekokstoofd en "dat een vervanger met vermoeide stem Trajanus' woorden zou hebben uitgesproken".

Hoe dan ook op 9 augustus kreeg Hadrianus het bericht dat hij officieel als troonopvolger was aangewezen. In de nacht van 10 op 11 augustus droomde hij dat uit een stralende hemel, pats-boem, een vuur naar beneden stortte. Het kwam op hem terecht, maar hij bleef ongedeerd. Toen hij wakker werd, kreeg hij het bericht dat Trajanus was overleden en dat hij dus de nieuwe keizer was en "hij beval dat op die datum [11 augustus] het begin van zijn keizerschap steeds gevierd moest worden en hij gaf een dubbel geschenk aan de soldaten om het begin van zijn regering te markeren", aldus een geschreven bron.

Hadrianus zag ongetwijfeld de verschillen tussen het oude Aquincum en het 'nieuwe'. Soldaten waren druk bezig om het houten legioenskampement in steen te herbouwen. Ongeveer 2km verderop woonden de plaatselijke 'barbaren'. Hadrianus had bij zijn eerste verblijf nog de half in de grond verzonken hutten gezien waarin de inheemse bevolking woonde. Nu had men al wat Romeinse gewoonten over-genomen. Er waren vakwerkhuizen op stenen fundamenten gebouwd en de hoofdstraat was verbreed. Hadrianus kon de bouwactiviteiten gade slaan voor een nieuwe tempel en marktplaats, terwijl de bouwplannen van de thermen al klaar lagen. Tevens begon hij met de bouw van een gouverneurspaleis, dat zeker nog niet voltooid was toen hij begin 108 terugging naar Rome.

 

 

POMPOENEN

 

Vanaf mei 108 was Hadrianus consul in Rome en tijdens zijn verblijf in de hoofdstad zag hij de nieuwbouwactiviteiten. De enorme buit uit de Dacische oorlogen stelde keizer Trajanus in staat een begin te maken met de herinrichting en uitbreiding van de haven van Ostia en met zijn grootse Forum in hartje Rome. De beroemde architect Apollodorus van Damascus was verantwoordelijk voor de bouw: een groot plein met in het midden een ruiterstandbeeld van de keizer. Rondom liep een porticus aangekleed met levensgrote Dacische krijgsgevangenen in marmer. Verder was er een openbare basilica en aan weerszijden van de Zuil van Trajanus lagen twee bibliotheken, de ene ingericht met het Latijnse en de andere met het Griekse materiaal. Toen Trajanus en de architect Apollodorus eens in gesprek waren betreffende de bouw, maakte Hadrianus een opmerking. Korzelig zou de architect toen hebben gezegd: "Hou je er buiten en blijf jij maar je pompoenen tekenen. Je begrijpt niets van dit soort zaken!". Hoe moet een historicus zo'n opmerking duiden? Wordt hier de betweterij van Hadrianus weergegeven of meer de hautaine houding van een architect die meende dat alleen hij verstand kon hebben van de bouwkunst?

 

Auteursrechten (copyright) van alle beelden en alle teksten op deze web-stek

 

 www.OudWeb.nl

en op ons web-log

 

berusten bij © Conens & van Wiechen.

Verveelvoudiging van beeld en/of tekst in wat voor vorm dan ook

is alleen toegestaan na voorafgaande toestemming

van Conens & van Wiechen.

contact