© tekst & beeld  conens & van wiechen

een Romeinse vuurtoren nog altijd baken .......

De havenstad La Coruña in NW-Spanje is het dubbel en dwars waard om eens aan te doen en dat niet alleen vanwege de aanstekelijk gezellige sfeer die heerst op de kaden, op de terrasjes en in de restaurants. Maar ook vanwege de vuurtoren, de Torre de Hercules, die - gebouwd in de tweede eeuw nC - nog steeds elke nacht knipogend zijn licht laat schijnen.

De oudste vermelding van de vuurtoren van Brigantium die bewaard is gebleven is die van de christelijke geschiedschrijver Orosius die in zijn werk (eind vierde - begin vijfde eeuw) schreef over de "altissimum farum" ofwel de "zeer grootse vuurtoren".

Na de Romeinse overheersing verloor de toren zijn functie als vuurtoren, maar bleef zeker in de middeleeuwen een gewild bezit vanwege zijn gunstige ligging (uitkijk!) en zijn solide bouw, waardoor de toren dienst kon doen als tijdelijke vesting. Eigenaren wisselden elkaar veelvuldig af. De eerste afbeelding van de toren is te vinden op een kaart uit 1086. Het gaat om een elfde-eeuwse kopie van de 'wereldkaart' die hoorde bij het kommentaar dat de Spaanse monnik Beatus van Liébana schreef in de achtste eeuw. De "faro" lag in "Gallecia" en werd afgebeeld als een groene toren met een okergele koepel.

In al deze eeuwen was de buitenmuur het eerste slachtoffer van weer en wind. Ook mensenhanden deden hun slopend werk. Zo erg zelfs dat deze buitenmuur totaal verdween. De kern bleef staan met een merkwaardige spiraalsgewijs naar boven lopende groeve, die veroorzaakt werd door de uitgevallen vloerplaten van de opgang.

 

In de zestiende eeuw werd de stad La Coruña de nieuwe en laatste eigenaresse van de toren. In het stadswapen beeldde men de toren af staand op een doodshoofd. De overlevering wil nl. dat Hercules, dé bodybuilder van de oudheid, de toren bouwde op de schedel van Geryon. Geryon leefde ergens in het westen en had een kudde runderen, waarvan Hercules zich meester maakte. Bij de schermutselingen tijdens deze roof doodde Hercules deze reus Geryon. In het stadswapen zijn ook schelpen te zien; deze refereren natuurlijk naar de zee, maar vooral zijn deze Jacobsschelpen een verwijzing naar het in de middeleeuwen zo populaire bedevaartsoord Santiago de Compostela, waar de apostel Jacobus begraven zou liggen.

De vuurtoren werd gebouwd hoofdzakelijk met grauwbruin en roodachtig granieten steenblokken afkomstig uit steengroeven in de omgeving. Zoals nu te reconstrueren is, bestond de vuurtoren waarschijnlijk uit een vierkante (ruim 10 x 10 meter), ruim 30 meter hoge kern, waaromheen een buitenmuur werd gebouwd. Tussen de kern en de buitenmuur zou zich een opgang naar boven wentelen. Lastdieren, bepakt met brandstof voor het vuur, konden op deze wijze gemakkelijk bij nacht en ontij naar boven sjokken. De kern bestaat uit een begane grond en twee verdiepingen waarvan alle, hoge ruimten - steeds vier per verdieping - voorzien zijn van een stenen gewelf. Soms werden vensters aangebracht; sommige hiervan doen nog steeds dienst.

In de Romeinse periode was Brigantium, zoals La Coruña toen heette, een belangrijke handelshaven.  Het in NW-Spanje gedolven tin, zilver en goud werden o.a. via deze haven verscheept. De vuurtoren moest de schippers 's nachts helpen bij hun navigatie. Wie de Romeinse architect ook was - en vanwege de vondst van een Latijnse inscriptie vlakbij de vuurtoren waarin een zekere Gaius Sevius Lupus uit Aeminium, het moderne Coimbra in Portugal, architectus wordt genoemd - hij maakte een grandioze granieten toren, waarvan de kern na 1800 jaar nog steeds te bewonderen is.

In 1682 deed men de eerste poging de toren zijn eigenlijke functie terug te geven. Dit werd mede gefinancierd door de consuls van Holland en Vlaanderen die - met het oog op hun handelsvloot - belang hadden bij kustverlichting in deze contreien.

Slechts kort bleef de vuurtoren dienst doen en pas een eeuw later, in 1791, kreeg architect Estaquio Giannini opdracht de toren opnieuw te herstellen. Hij bemantelde de overgebleven Romeinse kern met granieten platen, waarin hij met een decoratieve band duidelijk aangaf waar zich het litteken van de oude opgang bevond. De toren werd tevens bekroond met een nieuwe ruimte van waaruit het licht naar buiten kon schijnen. Giannini heeft op deze wijze niet alleen de oudste resten van een Romeinse vuurtoren voor ons bewaard, hij heeft tevens één van de mooiste gecreëerd!

 

Wat is nu een passender souvenir uit La Coruña voor een archeoloog

als een Romeinse-vuurtoren-vaas!

 

 

 

 

 

 

Auteursrechten (copyright) van alle beelden en alle teksten op deze web-stek

 

 www.OudWeb.nl

en op ons web-log

 

berusten bij © Conens & van Wiechen.

Verveelvoudiging van beeld en/of tekst in wat voor vorm dan ook

is alleen toegestaan na voorafgaande toestemming

van Conens & van Wiechen.

contact