Tekstvak: © tekst & beeld  conens & van wiechen

Eens was er een hongersnood in het gebied van de heilige Nicolaas. Toen hij hoorde dat er een schip beladen met graan de haven binnenvoer, ging hij energiek naar de kapitein en vroeg om graan om de ergste honger te lenigen. Maar de kapitein weigerde. In Alexandrië was alles tot op de laatste gram gewogen en hij durfde niet met minder bij de keizerlijke graanopslag aan te komen. Nicolaas beloofde in naam van God dat als ze de hongerende bevolking graan zouden geven dat niet merkbaar zou zijn voor de keizerlijke graancontroleurs. Inderdaad, dat gebeurde. De bewoners van Myra hadden te eten - voor maar liefst twee jaar ! - en de lading van het schip was niet minder geworden; een waar wonder en iedereen dankte God.

Eens kwam een gebied tegen de Romeinse keizer in opstand en de keizer zond drie legeraanvoerders om orde op zaken te stellen. Vanwege tegenwind moesten de drie hun reis onderbreken in een haven in het diocees van de heilige Nicolaas, die hen voor het diner uitnodigde. Ze waren er ook getuige van dat Nicolaas drie ten onrechte ter dood veroordeelde soldaten vlak voor hun executie wist te redden. De drie bevelvoerders voeren verder en wisten de keizerlijke controle in het opstandige gebied zonder bloedvergieten te herstellen. Keizer Constantijn bereidde hen een grootse ontvangst.  Enkele jaloerse hovelingen bedachten echter een gemeen plan om de drie bij de keizer in een zeer ongunstig daglicht te plaatsen door hen te betichten van majesteitsschennis. De keizer handelde direct toen hij de roddels hoorde, liet de drie bevelvoerders in het gevang gooien en beval hun executie. Het enige dat de drie veroordeelden nog konden doen, was bidden tot de heilige Nicolaas. 's Nachts zag Constantijn ineens een man in zijn kamer en deze beval de keizer de drie onschuldigen direct vrij te laten! Aanvankelijk was de keizer verbaasd en bijna kwaad dat er iemand was die zó tegen hem durfde te spreken. De nachtelijke bezoeker maakte zich bekend: Nicolaas, bisschop van Myra! De prefect had soortgelijke droom en na overleg begrepen beiden dat Nicolaas hen had behoed voor een rechtelijke dwaling; de drie bevelvoerders werden in ere hersteld.

In het werk van De Voragine is niet het  bekende wonder terug te vinden van de drie vermoorde jongens, hoewel het zeker vanaf de elfde eeuw in geuren en kleuren bekend en doorverteld werd en te zien is op het glasraam in Chartres. Misschien dat het verhaal van de drie legeraanvoeders voor de gewone middeleeuwer de basis was voor een invoelbaarder versie waarbij drie onschuldige militairen plaats maakten voor drie jongens die door een gemene herbergier en diens vrouw werden vermoord en in een pekelvat gestopt. Dankzij Nicolaas werd deze infame daad ontdekt en de drie jongens werden weer tot leven gewekt.

De bisschop van Myra was gestorven en er moest een opvolger gekozen worden. De bisschoppen van het gebied waren samengekomen om hun keuze te bepalen, toen een van de aanwezigen 's nachts een stem hoorde die zei dat de eerste die naar de vroegmis zou komen tot bisschop gewijd moest worden. De bisschop hield de wacht bij de kerkdeur .... en als eerste kwam Nicolaas die volgende ochtend de kerk binnen. Hoewel Nicolaas tegenstribbelde, namen de bisschoppen hem onder de arm en plaatsten hem op de bisschopszetel. Hoewel nu bisschop bleef Nicolaas nederig, serieus, ijverig, kuis en leefde een ascetisch leven. Volgens de kronieken zou Nicolaas als bisschop bij het concilie in Nicaea (325) aanwezig zijn geweest.

Eens waren er enkele zeelui op zee tijdens een storm. Ze waren radeloos en riepen Nicolaas om hulp. Ineens stond er op hun dek een man die zei: "jullie hebben me geroepen, hier ben ik!" Hij ging direct aan het werk en hielp de zeelui met de touwen, ra en zeil. Vrij snel daarna ging de storm liggen. Toen de zeelui aan land kwamen en Nicolaas' kerk bezochten, herkenden zij in de bisschop hun redder en dankten God en Nicolaas voor hun redding.

De Voragine: eens had een man van een jood een aardig groot bedrag geld geleend. Op het altaar van de heilige Nicolaas zwoer de man dat hij het geld zo snel mogelijk zou terugbetalen. Maar dat duurde erg lang en op een gegeven ogenblik wilde de schuldeiser zijn geld terug. De schuldenaar beweerde bij hoog en bij laag dat hij al alles had terug betaald. De jood ging daarop naar het gerecht. De man ging leunend op zijn stok mee naar het gerecht. Deze stok was hol en de slimme eigenaar had het gevuld met goud, precies het bedrag dat hij de jood schuldig was. Toen hij moest zweren dat hij het geld had teruggegeven, vroeg hij de jood even zijn stok vast te houden. Na de aldus gezworen eed gaf de jood de man zijn stok weer terug. Op zijn weg naar huis werd de schuldenaar door moeheid overmand en ging langs de kant van de weg een tukje doen. Had hij beter niet kunnen doen, want een wagen overreed hem en hij werd gedood. Bij dat ongeluk was ook de stok in stukken gebroken en het goud viel uit de holle stok. De jood doorzag nu de list van de man, maar weigerde het goud - dat hem toebehoorde - op te pakken "als niet de dode door hulp van de heilige Nicolaas weer tot leven wordt gewekt". Hij voegde er aan toe, dat als dat wonder zou gebeuren hij zich zou laten dopen ..... en dat gebeurde.

Volgens De Voragine heeft Nicolaas nog veel meer wonderen verricht: dieven kwamen tot inkeer, een vader die zijn belofte aan Nicolaas niet nakwam werd gestraft en kwam ook tot inkeer, een jongetje viel in zee en werd gered en zelfs wist Nicolaas een baby te beschermen tegen té warm badwater ....

De Voragine schreef en de glazenier van het glasraam in Chartres verbeeldde ....

Uit deze en andere wonderen komt  de heilige Nicolaas naar voren als een ware vrijgevige, reddende en vriendelijke mensenvriend, die ook nog eens voor zeelui stormen wist te bedaren, onschuldige veroordeelden redde, valse schuldenaars te slim af was etc. etc. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Nicolaas aangeroepen werd door of patroonheilige was van een veelkleurig gezelschap: zeelui, kinderen, advocaten, deurwaarders, bankiers en pandjesbazen, dokwerkers, kuipers, apothekers e.v.a. Omdat tijdens het Nicolaas-feest, waarbij kinderen cadeautjes en snoep kregen, de winkeliers goed verkochten werd Nicolaas ook patroonheilige van bakkers en winkeliers. Het waren de apothekers en winkeliers van garen en band die het glasraam in Chartres bekostigden; zij zijn dan ook aan het begin van het Nicolaas-verhaal - dat is aan de onderkant van het raam  - afgebeeld.

Nicolaas was burger van de stad Patara en zijn ouders waren rijk en vroom, die na de geboorte van hun zoon in kuisheid verder leefden. Als baby stond hij rechtop in zijn badkuipje en vastte hij al twee dagen per week; na de eerste voeding weigerde hij de rest van de dag de moederborst. Als jongeman hield hij zich enigszins afzijdig van zijn leeftijdsgenoten; hij ging liever naar de kerk en leerde daar de heilige schrift.

Na de dood van zijn ouders vroeg hij zich af wat te doen met hun rijkdom, die hij alleen wilde aanwenden ter ere van God.

Nicolaas' buurman was een vooraanstaand man die aan lager wal was geraakt. Hij had geen geld meer maar nog wel drie jonge dochters. Hij dacht erover om als souteneur van zijn dochters geld te verdienen. Toen Nicolaas van dit plan hoorde, rilde hij van afgrijzen. Hij ging tot actie over en wierp 's nachts stiekem en ongezien een in lappen ingepakt klompje goud door het venster van buurmans huis. Toen de buurman 's ochtens het goud vond, dankte hij God en kon daarmee de bruiloft van zijn oudste dochter bekostigen. Enige tijd later herhaalde Nicolaas zijn goede daad, zodat ook dochter nummer twee een eerzaam bruidje kon worden. De vader besloot erachter te komen wie die weldoener was en nam zich voor wakker te blijven. Toen opnieuw goud door zijn venster werd gegooid - uiteraard voor de jongste dochter bestemd - rende hij achter de goud-gever aan; hij zag dat het Nicolaas - zijn buurjongen - was. Hij dankte Nicolaas en wilde diens voeten kussen, maar daar moest Nicolaas niets van hebben. Als enige dank dwong hij de belofte af dat buurman de rest van zijn leven over Nicolaas' vrijgevigheid zou zwijgen!

Tekstvak: Hoewel vaak afgebeeld in de middeleeuwen is dit wonder niet aanwezig op dit hier getoonde glas-Tekstvak: Nicolaas stierf in 313 en werd in een marmeren sarcofaag begraven. Uit zijn graf stroomde ge-neeskrachtige olie. Lange tijd later - zo ging De Voragine verder - ver-woestten Turken Myra.
Toen 42 ridders uit de Zuiditaliaanse stad Bari hier in 1087 langs voeren, openden vier monniken de tombe en

 

 

Auteursrechten (copyright) van alle beelden en alle teksten op deze web-stek

 

 www.OudWeb.nl

en op ons web-log

 

berusten bij © Conens & van Wiechen.

Verveelvoudiging van beeld en/of tekst in wat voor vorm dan ook

is alleen toegestaan na voorafgaande toestemming

van Conens & van Wiechen.

contact

 

De heilige Nicolaas was in de middeleeuwen een populaire heilige. Het is daarom niet verwonderlijk dat van de 167 glasramen in de kathedraal van Chartres zeker drie dertiende-eeuwse vensters de legenden van deze heilige als onderwerp hebben. Hier presenteren wij details van het Nicolaas-glasraam in de noordbeuk, terwijl we de wonderen vertellen aan de hand van een eigentijdse bron, nl. de Legenda Aurea van Jacobus de Voragine. Deze Italiaanse dominicaan en aartsbisschop (gestorven 1298) verzamelde levensverhalen van alle heiligen van het middeleeuwse kerkelijke jaar. Het werd een zeer populair volksboek dat dan ook in veel talen werd vertaald, ook in het Nederlands (vijftiende eeuw): Gulden Legende. Het is nog steeds een schitterende verzameling van verhalen en legenden: een samenvatting van de middeleeuwse christelijke mythologie. Wij volgen het verhaal van de heilige Nicolaas zoals in de Legenda Aurea in een eigen vrije verkorte bewerking: