lezing egyptomanie door de eeuwen heen

 

Herodotus schreef het al: "ik ga nu uitvoerig over Egypte vertellen, omdat het meer wonderen bevat dan welk land ook en de grootste kunstwerken te zien geeft, die de wereld kent".

Al in de oudheid was men onder de indruk van Egypte. De bijna onmetelijke vruchtbaarheid van het land, de mysterieuze geschriften en riten, de wonderlijke tijdloze goden en grootse tempels. Egypte werkte eeuwenlang op de fantasie van niet-Egyptenaren. Plato meende dat de wetenschap zijn ontstaan te danken had aan Egypte, Romeinen begonnen met enorme obelisken te slepen en middeleeuwse monniken stonden oog in oog met sfinxen in hun kloostergang.

Met de Renaissance begon een nieuwe interesse voor het oude Egypte. Men haalde inspiratie uit obelisken en hiërogliefen. Sommige families meenden zelfs dat Egypte hun stamland was of Osiris hun oer-voorouder!
De zeventiende-eeuwse geleerde en jezuïet Athanasius Kircher wist de hiërogliefen te 'verklaren' en schilders uit de barok kozen Egyptische requisieten voor sommige bijbelse onderwerpen, zoals de Vlucht naar Egypte. Tuinen en paleiszalen in Versailles werden verfraaid met sfinxen en later doopte men de pen in een egyptiserende inktpot.

Na publicatie van de uitgebreide Egypte-beschrijvingen van Napoleon's wetenschappers (Description de l'Egypte) werd het faraonische Egypte een ware hausse. Overal kwam je imitatie-farao's, obelisken, sfinxen, piramides en Cleopatra's tegen, afgebeeld op serviesgoed en schilderijen, in 'levenden lijve' op het (opera)toneel, statig geplaatst op begraafplaatsen en als decoratie in tuinen .... letterlijk overal.

De grote interesse voor het oude Egypte duurt tot op de dag van vandaag. In deze lezing schetst conens & van wiechen de historische ontwikkeling van de egyptomanie, de fascinatie voor het oude Egypte.