aanrader dromen in de oudheid

Lampas is een tijdschrift voor classici dat vier keer per jaar verschijnt. Geregeld stelt de (gast)redactie themanummers samen die ook voor een breder geïnteresseerd publiek erg interessant zijn. Nu staan centraal:

Dromen in de oudheid [= themanummer Lampas 45 (2012) 4]
onder redactie van Philip van der Eijk & Maithe Hulskamp
80 p., ingenaaid, geïllustreerd
Hilversum, Verloren
ISBN 978-90-8704-345-2 • €11,-
U kunt dit nummer bestellen via uw boekhandel of via de uitgever Verloren

Opnieuw een leuk nummer van Lampas. Ook in de Grieks-Romeinse oudheid werd veel nagedacht over het hoe en waarom én de waarde van dromen. In vijf artikelen en een bibliografie worden verschillende droomaspecten behandeld. Het eerste (en enige Engelstalige) artikel is van de hand van W.V. Harris: Epiphanies and authority in classical Greek dreaming. Onderwerp is het droomtype dat in de oudheid en middeleeuwen voorkwam, maar in de moderne wereld zeldzaam lijkt: een droom waarin een belangrijke figuur (bijvoorbeeld een godheid) verschijnt die een boodschap heeft en die soms zelfs een bewijs van zijn verschijning achterlaat.

Dromen van genezing, een verkenning van Griekse incubatiedromen (Kim Beerden) gaat over de dromen waarin Asclepius verschijnt aan de patiënten in zijn heiligdom. Het bijkt uit bestudering van de iamata (verslagen van incubatiedromen en van genezing in het asclepieia) dat de droom waarbij Asclepius de zieke geneest in de vierde eeuw vC vaker voorkwam dan vanaf de eerste eeuw vC toen het accent in de dromen meer en meer kwam te liggen bij  adviezen en de te volgen medicatie om te genezen. Asclepius was niet meer de handelende, maar de raadgevende god.

De Artemidorisch-Macrobische droomclassificatie in het Byzantijnse Oosten (Jovan Bilbija) gaat in op de droomclassificatie van de tweede-eeuwse droomuitlegger Artemidorus van Daldis en de aanvulling hierop van de hand van de vijfde-eeuwse Macrobius. In de vroege middeleeuwen speelden deze teksten geen rol meer, maar vanaf de twaalfde eeuw was er in het westen weer interesse voor deze droom-teksten en vormde met name Macrobius de basis voor gedachten over slaap en dromen. Het lijkt erop dat in Byzantium weer aandacht kwam voor deze droom-teksten via geleerden uit het westen, onder hen de elfde-eeuwse filosoof Johannes Italus die van Italië naar Constantinopel verhuisde en daar schreef over dromen.

Dromen in de dokterstas, interpretatie van dromen als medisch-diagnostisch middel (Maithe Hulskamp) vertelt hoe artsen in de oudheid dromen wel of niet gebruikten. Interessant is de vaststelling dat dé arts van de Romeinse tijd, Galenus van Pergamon, nooit arts was geworden "ware het niet dat zijn vader hem op instignatie van een droom liet opleiden. Of misschien zou hij zijn overleden aan het abces dat hij in zijn buik had, als een droom hem niet naar genezing had geleid" (p.323). Maar in zijn praktijk "baseerde hij zich op meer  'tastbare' bewijzen. .... Galenus vond dromen, naar eigen zeggen, onbetrouwbaar" (p.328).

Dromen met Herodotus (Richard Haasen) is de didactische rubriek van Lampas en gaat over de door Herodotus beschreven dromen van de Nubische faraos Sabakos en Sethos en van Hipparchos en Agariste, moeder van Perikles.

Een leuk nummer voor fijnproevers geïnteresseerd in dromen & de medische praktijk in de oudheid.