Wie eeuwen wil overbruggen en de wereld en de gedachten van de laat-middeleeuwse mens iets beter wil leren kennen, moet in Auvergne een bezoek brengen aan de kloosterkerk van La Chaise Dieu. Daar zijn twee bijzondere elementen uit het leven rond 1500 op de oorspronkelijke plaats bewaard gebleven: een lang tapijt en een geschilderde dodendans.   
 
Het Benedictijner klooster van La Chaise Dieu was in de elfde eeuw gesticht door Robert de Turlande. Deze ging omstreeks 1040 op pelgrimstocht naar Rome en verbleef ook enige tijd in het grote Monte Cassino klooster. Eenmaal terug in Frankrijk had de smaak van het kloosterleven hem te pakken en hij besloot de rest van zijn leven in te richten naar de leefregels van de heilige Benedictus. Zijn kloostergemeenschap, zijn casa dei, zijn huis van god werd La Chaise Dieu. In tweehonderd jaar groeide dit benedictijner klooster uit tot een van de belangrijkste van Frankrijk. Toen een van de monniken uiteindelijk in 1342 tot paus werd gekozen, sponsorde deze mecenas-paus Clemens VI de bouw van een nieuw klooster-complex in La Chaise Dieu.

Deze kloosterkerk en kloostergang, gebouwd in sobere gotische stijl, zijn vandaag de dag nog te bezoeken.
In de kloosterkerk is de traditionele scheiding tussen geestelijken en leken, de koorafsluiting, nog aanwezig. In deze ruimte stond - langs de muren - het koorgestoelte en hier kwamen de monniken bijeen voor hun gemeenschappelijke gebedsdiensten. Aan de buitenkant van de koorafsluiting, aan de noordzijde, komen we (heel vaag) Adam & Eva tegen. Immers - zo geloofde men - zij waren verantwoordelijk voor de zondeval en dus het begin van alle menselijke ellende, ook de dood. Zij vormen nu het begin van een dodendans - de reidans van levenden en doden .....

De middeleeuwer leefde veel dichterbij de dood dan wij. De gemiddelde leeftijd lag veel lager dan tegenwoordig en oorlogen, hongersnoden, epidemieën en ander groot ongemak lagen altijd en overal op de loer. In de vroege middeleeuwen werd, zoals boven het kerkportaal van Conques, de nadruk gelegd op het Laatste Oordeel waarbij de mensen of hun zielen uiteindelijk in hemel of hel belanden. Duiveltjes slepen de zondaren met intens plezier naar de hel. Ook in religieuze toneelstukken werden duivels handenwrijvend opgevoerd die blij en vrolijk de gloeiende ketels en tangen al klaarlegden om de mensen te ontvangen.

Naarmate het aardse leven beter werd, werd afscheid van dat leven als veel smartelijker ervaren. Het waar-schuwende vingertje van Memento mori, van Denk eraan te moeten sterven werd op een directere manier verwoord in preken en in toneelopvoeringen: de dood danst in het leven mee en komt altijd onverwacht. Wees dus altijd voorbereid op de dood. Dat betekende voor de middeleeuwer: leef een goed christelijk leven.
In plaats van het vooruitzicht op de hemel (zoals in Conques) werd in de late middeleeuwen juist de afgrijselijke werkelijkheid van de dood, het onontkoombare einde voor iedereen vaker verbeeld. Zo werd in 1424 voor het eerst de dodendans of danse macabre afgebeeld bij de populairste begraafplaats van Parijs, Cimetière des Innocents.

Dodendansen werden populair en vaak op muren van begraafplaatsen afgebeeld. Slechts weinig van deze dodendansen zijn bewaard gebleven. De dodendans van La Chaise Dieu (rond 1480) - hoewel de schetsen nooit werden uitgewerkt en de bijbehorende teksten nooit aangebracht - is een van de meest indrukwekkende. Op drie muurvlakken van de koorafsluiting en de bijbehorende pijlers is de dodendans verbeeld, ongeveer 26 meter fresco. Het begin van de dodendans is helaas sterk vervaagd en ook de woorden zijn nooit aangebracht. Maar dankzij teksten en afbeeldingen van andere dodendansen is het goed mogelijk die van La Chaise Dieu te reconstrueren.

De zondeval (Adam & Eva) en de man in de preekstoel, die de toeschouwers woorden ter vermaning sprak, vormden - op de pijler - het begin van de dodendans. Daaropvolgend (hierboven) zien we in keurige, middeleeuwse hiërarchie op het eerste muurvlak hoe (van links naar rechts) paus, keizer, kardinaal, koning, aartsbisschop, legeraanvoerder, bisschop en ridder zijn verbeeld. De figuren zijn gemiddeld 1.3 meter hoog. Tussen hen in danst de dode die soms alleen een lakenachtige cape draagt. Steeds spreekt - althans bij de dodendansen waar de tekst bewaard is gebleven - de dood als eerste en de levende antwoordt dan.
De paus, bijvoorbeeld, verzucht dat hij hoopt nog niet te hoeven gaan en dat alle aardse eer hem in dit geval niet helpt.

Het eerste deel van de dodendans op het tweede muurvlak is niet meer aanwezig; in de negentiende eeuw werd hier een preekstoel ingebouwd! We zien nu nog (opnieuw van links naar rechts): abt, burger, kannunik, koopman, dame, ordehandhaver (met een prachtige fleur-de-lys op zijn jasje, rechts) en benedictijn. De kannunik heeft zijn handen gevouwen en lijkt zich met gesloten ogen aan de dood over te geven. De toevoeging van de edelvrouwe in deze reeks van mannen is typerend voor het eind van de vijftiende eeuw. In de allereerste dodendansen waren geen vrouwen opgenomen, maar de publicatie van de Danse Macabre des Femmes (Vrouwen-Dodendans) in 1486 geeft aan dat op dit vlak de vrouwen 'terrein' wonnen, al bleven ze in de geschilderde dodendansen wel in de minderheid.

 

Op het derde en laatste muurvlak van de dodendans dansen de doden uitbundig tussen de figuren van (van links naar rechts): jonge edelman, geleerde, muzikant, miniaturist (deze drie hierboven), boer, franciscaan, baby (rechts) en als laatste wellicht een pelgrim.

De details zijn verrukkelijk: de jonge man, een fatje, houdt een bloesemtak in zijn hand (de letterlijke en figuurlijke mei, de lente van het leven), draagt de modieuze, belachelijk lange mouwen (rechts) en zijn puntschoenen zijn ook nu weer in de mode! Aan de riem van de berustende geleerde hangt zijn inktkoker; met stoïcijnse kalmte laat de dood hem koud! De muzikant, wiens draailier aan zijn voeten ligt, probeert de dood nog af te weren, maar die heeft hem al bij zijn hand! Prachtig is de miniaturist, geïdentificeerd door het handschrift in zijn handen en de bril op zijn neus. Houweel en sikkel typeren de boer, die nu zeker weet dat eindelijk een eind komt aan al zijn zorgen.

Het laatste gedeelte van de dodendans is niet zo goed bewaard gebleven, maar een pracht element is nog goed zichtbaar. De dood die elders weinig erbarmen toont, is vriendelijker naar het kind (baby) toe (rechts). Hij buigt zich voorover terwijl hij tegelijkertijd probeert zijn akelig en schrikaanjagend gezicht te verbergen voor dit jonge mensje. 
 
De dood of de dode .... beide woorden hebben we gebruikt. Wie is eigenlijk afgebeeld? Is het de personificatie van de dood? Of ziet de mens zichzelf in de ogen, zoals hij als dode in de toekomst zal zijn?
Hoe dan ook de les voor de middeleeuwer was duidelijk. De dood komt altijd onverwacht en is voor iedereen ge-lijk. En dat kan ook troost geven. Hoe rijk koning of bisschop tijdens hun leven ook waren, uiteindelijk gaan óók zij, net als de armen, met lege handen met de dood mee.