OudWeb-log & MOZAÏEK - voorbije toekomst



donderdag 24 augustus 2017
turkije hergebruik spolia goden byzantium 

de godin & de twee kruisen



de Byzantijnse winkels van Sardes

 

Al eerder heb ik aandacht besteed aan de ruïnes van Sardes (Sardis, Turkije), ruim 80km pal ten oosten van Izmir. Archeologen hebben vlakbij de synagoge (daarover later meer) een rij 'winkels' uit de Byzantijnse tijd opgegraven. Ook in deze late periode was Sardes een bloeiende stad, zeker tot 616 toen de Sassanidische vorst Chosroës II (r.591-628) in de omgeving een strooptocht hield.

In de late vijfde eeuw werd langs een van de hoofdstraten een porticus met vloermozaïek gebouwd. Aan deze overdekte zuilengalerij liggen ruim dertig, ca. 4.5m diepe 'winkels' bestaande uit een begane grond en een eerste verdieping toegankelijk door middel van een stenen trap of houten ladder. Gevonden munten maken duidelijk dat ook nog na de verwoestingen aangericht door Chosroës II en zijn mannen de ruimten – of tenminste enkele daarvan – werden gebruikt. Uiteindelijk werd het hele complex door brand verwoest, waarschijnlijk in de jaren veertig van de zevende eeuw.

In de ruim honderdvijftig jaar (eind vijfde eeuw - ca. 640) dat het complex werd gebruikt, was de functie van alle ruimten ongetwijfeld niet altijd dezelfde. Archeologen vonden veel munten (belangrijk voor de datering) en legden afvoeren, vijzels, stampers, grote kruiken en bassins bloot. Het waren werktuigen of vloeistofcontainers die nodig waren bij het verven van textiel. In de vroege oudheid stond Sardes bekend als plaats waar geverfd textiel werd gemaakt. De dichteres Sappho (rond 600 vC) roemde in een gedicht aan haar dochter al een modieuze Sardes-haarband die zij zelf en haar moeder ooit in hun haar droegen. Ook latere Romeinse schrijvers associeerden Sardes met het verven van textiel. Door deze literaire gegevens te combineren met de opgegraven architectuur en de gevonden artefacten concludeerden archeologen dan ook dat hier op grote schaal wol werd geverfd en dat er zelfs sprake kan zijn van één groot atelier bestaande uit kleinere werkruimten. Gezien de grootte van de vloeistofbassins ging het waarschijnlijk niet om het verven van geweven textiel, maar om het verven van de woldraad. Er zijn weliswaar veel munten gevonden, maar is dat een aanwijzing dat de geverfde wol hier ook daadwerkelijk werd verhandeld? Waren de ruimten verfateliers én winkels?  Dat is nog de grote vraag.

Na verloop van tijd (hoelang?) werden de communicatie-deuren tussen de ruimten dichtgemetseld en ontstonden op die manier kleinere units waar behalve ververs ook een glasverkoper en restaurateurs – in beide betekenissen van het woord! – onderdak vonden. Het lijkt er dus op dat een groot (verf)bedrijf werd opgesplitst en de ruimten door kleinere ondernemers werden gehuurd (of gekocht) en ook voor particuliere bewoning in orde gemaakt. Zeker in deze tweede fase lijkt dus sprake van Byzantijnse winkeltjes.

In een van deze winkeltjes staat in de hoek nog steeds een rechthoekig bassin, maar de daar opgegraven vijzel is niet meer ter plekke te zien. Deze vondsten maken duidelijk dat in de tweede fase – tot de brand die het einde betekende van het hele complex – ook in deze ruimte (waarschijnlijk) wol geverfd werd. Het bassin bestaat uit hergebruikte reliëfs.

De twee marmeren platen aan de voorkant laten nog een fragment zien van een Griekse ere-inscriptie (links) en van een Latijnse grafinscriptie (rechts), maar deze traditionele teksten waren bij hergebruik van de stukken steen onbelangrijk en werden als het ware onschadelijk gemaakt door een groot ingekrast kruis dat ongetwijfeld ook kwaad moest weren uit deze werkruimte. De eigenaar was dus een christen.

In het puin van dit winkeltje vonden archeologen een ruim 20cm hoge torso van een marmeren beeldje. Hoewel het hoofd ontbrak, identificeerde de aegis haar als de godin Athena. Het beeldje was in de eerste eeuw nC gemaakt, dus in de zesde of zevende eeuw was het al stokoud en 'antiek'. Vast een familiestuk, gekoesterd door het achter-achter-achter.....kleinkind van de koper.

Leuk: een man of vrouw die met kruisen het kwaad hoopte af te weren, bewaarde toch ook een beeldje van een van de oudste, traditionele goden!

beeld & tekst © conens & van wiechen drs. A. van Wiechen