Een van de meest indrukwekkende en oude middeleeuwse burchten van Syrië ligt ongeveer 25 km ten oosten van de havenstad Lattakia. De burcht staat bekend onder drie namen: Saone of Sehone voor de kruisvaarders, de Arabische bronnen spreken over Qalaat Sahyun en tegenwoordig bezoek je Qalaat Salah ad-Din ofwel Saladin's burcht.

Toen de net 21-jarige student Thomas Edward Lawrence, later beter bekend als Lawrence of Arabia, hier in 1909 voor zijn scriptie onderzoek deed, schreef hij zijn moeder zeer enthousiast over deze burcht: torens in overvloed, een goedgebouwd donjon en - het meest opzienbarende - een in de rotsen uitgehakte gracht, kortom "het mooiste fort dat ik in Syrië zag!" Hij was niet de eerste Europeaan die Saone ontdekte; dat deed de Fransman Emmanuel Guillaume Rey 45 jaar eerder. Deze onderzoeker en 'heer van stand' had een passie voor kruisvaardersburchten en na drie reizen in het Syrische gebied publiceerde hij in 1871 het eerste belangrijke overzicht met plattegronden van de militaire architectuur in het Latijnse Oosten.

Er mag dan ruim honderd jaar verstreken zijn sinds Lawrence hier was, Saone verrast de bezoeker nog steeds. Rijdend door het bergachtige landschap blijft de burcht tot de laatste bocht bijna onopgemerkt en dan ... ligt daar Saone, nu omgeven door geurende dennen-bossen. Het lag zeer strategisch omdat het de belangrijkste wegen in het gebied controleerde: van de kust naar de rivier Orontes, naar Antiochië, Aleppo en Apameia.

Op de ruim 730 meter lange oost-west bergtong omgeven door diepe ravijnen werd voor het eerst door Arabische heersers een versterking gebouwd in de tiende eeuw, maar hiervan is vrijwel niets bewaard gebleven.

Het gebied werd rond 975 veroverd door de Byzantijnse keizer die een rechthoekig fort en ommuringen liet bouwen. Wanneer het in handen viel van de kruisvaarders, Franken zoals ze genoemd worden in Arabische bronnen, is niet duidelijk; waarschijnlijk na of tegelijkertijd met de inname van de havenstad Lattakia in begin twaalfde eeuw.

De burcht hoorde bij het vorstendom van Antiochië en was in handen van een adellijke Franse familie van wie niet veel bekend is. We kennen de eerste heer van Saone, Robert, die vriendschappelijke betrekkingen onderhield met de moslim heerser van Damascus. Later werd hij in 1119 krijgsgevangen gemaakt en toen hij zijn geloof niet wilde verzaken, werd Robert door zijn vroegere 'vriend' eigenhandig gedood; zijn zoon Willem nam de leiding over. De Byzantijnse versterking gebouwd op het hoogste punt was blijkbaar onvoldoende, want vader Robert en zoon Willem bouwden een nieuw, vierkant donjon, een watercisterne, een grote gewelfde ruimte (waarschijnlijk een paardenstal), nieuwe muren en verschillende vierkante en zelfs ronde torens.

De kruisvaardersgebouwen zijn duidelijk te herkennen aan het gebruik van grote, regelmatig gehouwen, rechthoekige steenblokken met mooi afgewerkte randen, duidelijk te zien bij de torens die behalve hun militaire functie ook dienst deden als woonruimten voor Robert en Willem of leden van de hofhouding. Om zeker te zijn dat dit burchtgedeelte onneembaar zou zijn, zorgden de bouwers ervoor dat het niet direct bereikbaar was via de bergen in het oosten.

Op dit punt namelijk doorsneden ze over de hele breedte de bergtong met een diepe gracht. Je voelt je nietig als je op de 'bodem' van deze uitgehakte gracht staat: 18 meter breed en 28 meter diep; wat een enorm werk moet het geweest zijn! Uiteraard gebruikte men de uitgehakte steen boven op de burcht als bouwstenen, maar primair ging het erom om een mogelijke aanval vanuit het oosten te stuiten. Alleen één pijler-achtig stuk rots is middenin de 'gracht' blijven staan, zodat in vredestijd het fort door middel van een houten brug - rustend op het topje van deze pijler - verbonden kon worden met het 'vaste land' in het oosten. In het westen waar de bergtong uitloopt, lag de versterkte nederzetting waar gezinnen met hun dieren woonden.

Toen Saladin (Salah ad-Din) in 1187 de kruisvaarders verslagen en Jeruzalem heroverd had, besloot hij Saone te veroveren. Andere kruisvaardersburchten, zoals Crac des Chevaliers en Margat, waren té goed versterkt om in dit stadium van de strijd in te nemen. Arabische ooggetuigenverslagen beschrijven hoe Saladin te werk ging. In juli 1188 kwamen hij en zijn zoon met hun legers bij Saone aan. Zes stuks groot oorlogstuig slingerden aan de lopende band stenen kogels van 50 tot 300 kilo zwaar naar de burcht die daardoor zwaar werd beschadigd. Na twee dagen van zware bombardementen gaf Saladin het sein voor de algemene aanval via het laagst gelegen gedeelte. Voor de bewoners kwam de aanval blijkbaar toch nog onverwacht, want - lezen we - het eten stond bij wijze van spreken nog te pruttelen op het vuur toen de Franken hals-over-kop een veilig heenkomen in het donjon zochten. Saladins soldaten deden zich onder het vechten tegoed aan het eten en veroverden steeds meer terrein; uiteindelijk werd het donjon omsingeld. De gewonde Franken zagen in dat er geen ontkomen meer aan was en wilden zich wel overgeven. Iedereen werd een vrije aftocht beloofd na betaling van losgeld: de mannen moesten tien goudstukken per persoon betalen, vrouwen vijf en kinderen twee.

Saladin vertrouwde de pasveroverde burcht toe aan een van zijn viziers. Hij en zijn nazaten - opnieuw bleef dus de burcht zoals in de kruisvaarderstijd in handen van één familie - bouwden de burcht uit met niet militaire gebouwen, zoals een badgebouw met geometrische versieringen en met muqarnas, de driedimensionale stalaktiet-achtige decoraties die in de laat-middeleeuwse islamitische wereld zeer populair waren.

Toen de moskee met vierkante minaret aan het eind van de dertiende eeuw werd gebouwd, was de Mamlukse sultan eigenaar van de burcht. Even leek nog een Mamlukse emir vanuit Qalaat Sahyun in staat een min of meer onafhankelijk emiraatje te stichten, maar lang duurde dat niet. Qalawun, de krachtige sultan van Egypte, maakte korte metten met dit streven naar meer individuele macht.

Daarna zwijgen alle bronnen over Qalaat Sahyun, maar de gebouwen werden zeker nog enige tijd bewoond ... tot in de negentiende eeuw toen het Ottomaanse leger definitief een eind maakte aan de bewoning. De nederzetting werd verwoest en de ruïnes vergeten, tot in 1864 opnieuw een Fransman, maar nu een onderzoeker in de voetsporen van zijn Frankische voorouders, Saone herontdekte.

Qalaat Salah ad-Din is een goed voorbeeld hoe in de middeleeuwen een strategisch gelegen fort door vriend en vijand werd gebruik en uitgebouwd; Byzantijnen, Franken en moslims, ieder naar eigen traditie, inzicht en smaak.