In de hete zomer van 128 bezocht keizer Hadrianus het derde legioen Augusta gelegerd in Lambaesis (Tazoult in Algerije) . Deze inspectietocht verliep uitstekend. Wat Hadrianus toen nog niet gezien kon hebben, was de schitterende tempel gewijd aan de god Aesculapius, zoals de Romeinen de Griekse Asklepios (Asclepius) noemden. In Hadrianus' tijd werd in het legerkamp nog de genezing-brengende god Apollo Salutaris geëerd. Maar vanaf de jaren veertig van de tweede eeuw versloeg hier zoon Aesculapius zijn vader Apollo in populariteit.

Ruim een eeuw geleden werden in het Algerijnse stadje Tazoult de eerste stenen blootgelegd van een groot complex. Tempels aan allerlei goden gewijd liggen bij een kruispunt van wegen die het legerkamp Lambaesis verbonden met de belangrijkste steden in Noord-Afrika. De meest intrigerende tempel is die van Aesculapius. De cultus rond een genezende god was in Lambaesis populair; immers een goede gezondheid was vooral voor soldaten van groot belang.

Vanaf het eind van de tweede eeuw stond aan de korte kant van een langwerpig plein de tempel van Aesculapius en zijn dochter Hygieia. Beide, meer dan levensgrote, marmeren 'goden' werden ter plekke opgegraven. Aesculapius is traditioneel afgebeeld als een halfnaakte man van middelbare leeftijd met een weelderige, krullende baard en haardos (rechts). Zijn traditionele stok met kronkelende slang hield hij in zijn rechterhand, maar dit attribuut is in Lambaesis voor het grootste deel verdwenen. Hygieia, godin van de goede gezondheid, is voorgesteld als een jonge vrouw in een lang gewaad met talloze plooien. Een Franse kolonel die de eerste opgravingen in de negentiende eeuw organiseerde, beschreef de vondst als volgt: "Het effect dat de ontdekking van het Aesculapius-beeld op onze soldaten had, was verrassend; de genie zorgde voor een wagen met acht paarden en met een ere-escorte van de cavaleristen werd het beeld in triomf naar Batna vervoerd. Het hele garnizoen juichte, en ook de Arabieren, die verbaasd waren over deze nieuwe 'god'. Het was een échte feestdag!".

Ook al staan er nu nog slechts fragmenten van de zuilen overeind, de merkwaardige ronde vormen van het complex zijn duidelijk te herkennen. De centrale Aesculapius-tempel wordt geflankeerd door gebogen zuilengalerijen en zij-tempeltjes met een halfcirkelvormig front. De zuilen van de hoofd-tempel hebben een voor Romeins Noord-Afrika zeer uitzonderlijke vorm: ze imiteren Griekse zuilen van de Dorische bouworde, een subtiele verwijzing naar het oudste en wereldberoemde Asklepios-heiligdom in Epidauros in Griekenland.

Pal naast de twee zij-tempeltjes, gewijd aan goden die ook zijdelings met gezondheid en genezing te maken hebben, plaatste men meerdere gebouwtjes met zeer uiteenlopende functies. Er was een opslagplaats voor alle geschenken aan Aesculapius en een andere ruimte was een soort fontein, gewijd aan de warm-waterbronnen van Sinuessa bij Napels. De bevelhebber van het derde legioen Augusta, Priscus, wilde door de bouw van deze fontein de therapeutische kwaliteiten van de Italiaanse bronnen in herinnering brengen. Daar genas het water mentale afwijkingen bij mannen, en patiënten met jicht kregen verlichting. Dat water ook in Lambaesis een heel belangrijke rol speelde in het genezingsproces, blijkt uit de enorme badgebouwen waarvan fundamenten naast het Aesculapius-complex werden opgegraven.

Een recruut die door de medische keuring heen kwam en ging dienen bij het derde legioen Augusta, zorgde ervoor Aesculapius en diens dochter Hygieia gunstig te stemmen. Ook als je nog niets mankeerde was het goed deze goden te vriend te houden. Niet voor niets is bij de tempel van Aesculapius het opschrift gevonden: "Ga er goed in, kom er beter uit!"

Werd de soldaat toch ziek of raakte hij gewond, dan kon hij een beroep doen op goden en legerartsen. Aan Aesculapius schonk hij zijn zieke lichaamsdeel in aardewerk gevormd. Hij sliep vlak bij de tempel van Aesculapius in de hoop een droomverschijning van de god te krijgen met leefregels voor een spoedig herstel. Wellicht bracht een bezoek aan de aangrenzende badgebouwen uitkomst voor zijn kwaal. Tegelijkertijd had de legerarts zich over de gewonde ontfermd. Was een specialist, een bepaald medicijn, opname in het militaire ziekenhuis of verblijf in een kuuroord nodig? De legerarts, die in de Romeinse tijd in aanzien stond en veel praktijkervaring had, handelde. 

Aan de hand van teruggevonden inscripties in Lambaesis kunnen we nu nog kennis maken met enkele legerartsen: Titus Flavius Onesiphoros was van Griekse origine en Caius Papirius Aelianus was zelf de beste reclame voor zijn vak: hij stierf als 85-jarige. Ooit maakte oogarts Amandus zijn speciale oogwatertjes voor de soldaten van het derde legioen Augusta. Ook een expert in tegengif voor verschillende slange- en schorpioenbeten maakte deel uit van het medisch-militair team. Lager gesalarieerde medisch-assistenten, zoals de verband-aanleggers, leerden in het militaire ziekenhuis de kneepjes van het vak. Dit militair hospitaal in Lambaesis hebben archeologen nog niet teruggevonden, maar het moet er wél geweest zijn omdat het vermeld wordt in een inscriptie. Het had namelijk twee beheerders en een liberarius, die al het 'papierwerk' deed. Zelfs de aanstelling van een dierenarts werd vermeld.
 
Historici laten de stenen van Lambaesis en omgeving weer 'spreken'. Zoveel mogelijk grafstenen van mannen van wie beroep en leeftijd in de inscripties werden vermeld, zijn verzameld en vertaald. De gegevens zijn in statistieken en tabellen verwerkt. Zo blijkt o.a. dat de soldaat in zijn 20 tot 25 jaar lange dienstperiode (in vredestijd, dat wel!) een iets betere levensverwachting had dan een gewone burger.
Kortom, de gezondheidszorg in en rond het militaire kamp was goed georganiseerd en stond op een hoog peil, mede dankzij "de goede goden".