In de dertiende eeuw trouwde de Castilliaanse Eleonora de zoon van de Engelse koning. Na haar huwelijk verbleef ze vrijwel altijd aan de zijde van haar echtgenoot in het koude noorden, maar het aardewerk met de warme goud-zonne-glans kon ze blijkbaar niet missen. Ze liet een lading van dit luster-aardewerk, dat in Al-Andalus (het islamitische Spanje) werd gemaakt,  afleveren in de haven van Portsmouth.

Iets later roemden Arabische reizigers, onder wie Ibn Battuta, dit "Gouden Aardewerk" dat in Málaga werd gemaakt en "vandaaruit naar verre landen werd geëxporteerd". Dat klopt helemaal, want in Egypte, op Sicilië en Cyprus, in Engeland en Italië werd dit bijzondere aardewerk teruggevonden, archeologen vonden scherven of historici kwamen in archieven inventarislijsten tegen waarop dit aardewerk werd genoemd.

Behalve de schalen was de middeleeuwer vooral onder de indruk van de bijna menshoge vazen. Zo kunstig gemaakt, dát moesten wel heel bijzondere vazen zijn! En zó ging men zelfs geloven dat zo'n enorme lustervaas één van de zes stenen kruiken was waarin Jezus tijdens de bruiloft in Kana water in wijn veranderde. Een bijzonder reliek dus. Sommige pelgrims op weg naar het Heilige Land gingen dan ook speciaal naar het kleine kloosterkerkje in Famagusta (Cyprus) waar deze Kana-kruik te zien was. Nog in de negentiende eeuw dichtte men die "porseleine" vazen sprookjesachtige allure toe; Sanchica en haar vrolijke vader Lope vonden via allerlei avonturen vol magie en betovering een enorme gouden "Moorse" schat in één van deze vazen!

Al deze verhalen zijn te begrijpen, want zelfs nu nog vragen deze vazen om bewondering. Meester-pottenbakkers moeten het geweest zijn die in de veertiende (begin vijftiende) eeuw deze enorme kruiken wisten te maken. De vaas in het Alhambra-museum van Granada (rechts boven) is ongeveer 1.35 meter hoog.De vaas op Sicilië gevonden en nu in het Abatellis-museum in Palermo (rechts) is ongeveer net zo hoog; die in het Hermitage is iets kleiner.

Was de aardewerk vaas gemaakt en in de zon gedroogd, dan werd de ondoorzichtige witte glazuur opgebracht. Een enorme oven was nodig om zo'n grote vaas in zijn geheel op de juiste manier te bakken. Na dit bakproces was de vaas dus bedekt met wittige ondoorzichtige glazuur waarop de kunstige goudlusterbeschildering werd aangebracht. Hiervoor gebruikte de pottenbakker een speciale verf met metaaloxiden. Opnieuw ging de vaas de oven in, maar nu onder heel andere bak-omstandigheden. Deze laatste oven-gang van de vaas duurde dagen en de meester-pottenbakker moest erbij blijven omdat de toevoer van zuurstof strikt geregeld moest worden; soms een beetje meer dan weer wat minder.

Een langdurig proces én als het ook maar even fout ging, werd de goudglans té donkerrood of de wittige glazuur té grijs ...en dan was alles voor niets geweest! Het maken van deze vazen was dus erg arbeidsintensief en vereiste geduld, kennis en groot vakmanschap. De eindproducten waren dan ook kostbaar en alleen weggelegd voor een kleine, rijke elite. Waarschijnlijk is dat de reden dat er weinig exemplaren werden gemaakt. Over de hele wereld zijn nu nog slechts tien vazen (min of meer intact) bekend. Een enkele daarvan is verloren gegaan en alleen nog door een tekening of zwart-wit foto bewaard. Zoals de vaas die - net gekocht door een Spanjaard - in het douanekantoor van Irún stond toen daar in 1936 brand uitbrak; de vaas ging voorgoed verloren.

De pottenbakkers werkten in Málaga; mischien dat er ook ateliers waren in Granada. Deze grote vazen met vleugel-handvaten worden in het algemeen Alhambra-vazen genoemd omdat de pottenbakkers van Málaga ze primair maakten voor de Nasriden-vorsten van Granada. De Nasriden waren de laatste moslim heersers van Al-Andalus. In de hoofdstad woonden zij in hun eigen "koninklijke stad" op de Sabika-heuvel. Daar zijn nog steeds hun overdadig versierde Alhambra-paleizen voor een gedeelte te bewonderen.

De mooiste Alhambra-vaas staat nu in het museum aldaar. Behalve goudluster is kobalt toegevoegd, zodat de vaas prachtig blauw en goud "straalt". Op haar buik zijn aan elke kant twee viervoeters te zien die naar elkaar toe stappen en elkaar diep in de ogen kijken. Verder is de decoratie op de vaas aangevuld met arabesken, geometrische patronen en banden vol Arabische teksten die vooral de woorden Geluk en Voorspoed herhalen.

Prachtig passen deze vazen in het rijke en kleurrijke decor van de Alhambra-paleizen waar in steen, stuc (linksonder) en geglazuurde tegeltableaux (rechts) dezelfde elementen zijn vormgegeven.

Hoewel de vorm van de vazen "klassiek" is - vanaf de oudheid werd in dit soort amforen van alles bewaard en vervoerd - is er één essentieel verschil. De Alhambra-vazen zijn onpraktisch, niet te gebruiken. Ze zijn loodzwaar; een moderne replica van de Alhambra-vaas weegt al gauw 100 kilo! En de handvaten .... zijn prachtige vleugels, maar om te gebruiken onhandig. Hooguit zou een kostbare vloeistof er met veel geduld en voorzichtigheid uitgelepeld kunnen worden. Maar dat lijkt onnodig, want we weten dat in de Alhambra-paleizen overal kleine nissen waren aangebracht, waar schalen en handzame kruiken gevuld met water stonden. Hoe we dat weten? Omdat de nis zelf ons dat vertelt!!

In de Arabische inscriptie rondom de nis (rechts) staat een gedicht waaruit duidelijk blijkt dat de nis spreekt en vraagt aan de lezer om de waterkruik IN haar te bewonderen! Nee, de grote Alhambra-vazen waren puur decoratie, waren - bij wijze van spreken - beelden die de roem, de rijkdom en de macht van de vorst van Granada onderstreepten; of in dit verband: uitstraalden! Ook de geschilderde Arabische teksten en symbolen op de vazen wensen Geluk, Voorspoed, Macht, Zegening of weren het kwaad af. Ook "spreekt" eenmaal de vaas zelf en lijkt tegen haar bewonderaar te zeggen: "Bekijk mijn voortreffelijkheid".
 
De Alhambra-vazen zijn in allerlei opzichten het hoogtepunt van de luster-aardewerk-productie van Al-Andalus. De vaas-vorm met vleugelhandvaten werd al in Spanje gemaakt in de tijd van de Almohaden (twaalfde eeuw). Op de nog geen meter hoge vaas in Sevilla (rechts) zijn eenvoudige decoraties aangebracht in de fijne witte sliplaag onder een groene doorzichtige glazuur.

De vaas-vorm werd ook nog later gebruikt zoals blijkt uit de ongeveer 1 meter hoge geglazuurde vaas die in de achttiende eeuw in Marokko werd gemaakt (rechts).

Wat de Alhambra-vazen zo bijzonder maakt, zijn: grootte, vorm-vakmanschap én het gebuik van luster en kobalt. Juist omdat luster-schildering zo moeilijk is - het "luster-geheim" werd vaak van vader op zoon doorgegeven -  en deze vaas-groep het eerste grootste voorbeeld daarvan is in Spanje, hebben onderzoekers gesuggereerd dat de pottenbakkers wellicht van elders kwamen?

Kwamen ze uit Perzië? Mongolen maakten daar de gebieden onveilig in de eerste helft van de dertiende eeuw en velen vluchtten. Onder hen ongetwijfeld ook de zeer vakbekwame pottenbakkers van Perzië die vanaf midden twaalfde eeuw al schitterend luster-aardewerk maakten.

Kwamen ze uit Egypte? Het beroemde luster-aardewerk van Fustat (Cairo) werd na circa 1200 amper meer gemaakt; Fustat was toen voor het grootste deel verwoest en de heersende Fatimiden dynastie had het veld moeten ruimen. Kortom de vraag naar goud-glans aardewerk was afgenomen en misschien zochten enkele Egyptische pottenbakkers hun heil elders en kwamen ze via via in Al-Andalus terecht.
 
Hoe dan ook het luster-aardewerk werd nog tot begin vijftiende eeuw in Al-Andalus gemaakt. Daarna ging het economisch en politiek steeds slechter in dit laatste moslim bolwerk van Spanje; sommige pottenbakkers van Málaga trokken weg, naar Valencia. Daar en ook elders in christelijk Spanje maakte het luster-aardewerk een nieuwe bloeiperiode door .... maar, dát is een ander verhaal.